Injectiespuit met bacteriën verbetert chemotherapie

Geïnjecteerde bacteriën helpen bij de behandeling van muizen met kanker. Enzymen uit deze bacteriën breken microscopische blaasjes met kankermedicijnen open in de buurt van een tumor. Zo worden kankercellen gedood en gewone lichaamscellen gespaard (Science, 24 nov).

Medewerkers van het kankercentrum van Johns Hopkins in Baltimore spoten sporen van een verzwakte stam van de bacterie Clostridium novyi in bij muizen met dikkedarmkanker. Toen de eerste bacteriën begonnen te ontkiemen, dienden de onderzoekers ook een hoge dosis toe van het bekende kankermedicijn doxorubicine (Doxil), verpakt in microscopische blaasjes (liposomen).

Bij alle muizen verdween de darmtumor totaal. Een op de drie muizen overleed desondanks binnen 90 dagen, waarschijnlijk aan vergiftiging door de hoge dosis doxorubicine.

In eerder onderzoek was al aangetoond dat injectie van alleen de bacteriesporen kankergezwellen wel beschadigt, maar niet voldoende. Clostridium novyi gedijt in zuurstofarme delen van de kanker en doodt daar cellen. De zuurstofrijke buitenkant bleef in dit eerdere onderzoek echter onaangetast, zodat de kankergezwellen terugkwamen.

Het beperken van giftige chemotherapie tot de plaats van een gezwel is cruciaal voor een kankertherapie. Uit zichzelf werken celgroeiremmende kankermedicijnen al bij voorkeur op snelgroeiende kankercellen, maar de doelgerichtheid valt op verschillende manieren te verbeteren.

Verpakking van een medicijn in liposomen verbetert de nauwkeurigheid, omdat liposomen lekken door de de bloedvaten rond een kanker en in het omliggende weefsel blijven steken. Probleem is dat kankermedicijn uit gesloten liposomen maar langzaam vrijkomt. In liposomen verpakt doxorubicine werkte daarom minder goed zonder de bacteriesporen. Mét de sporen kwam de concentratie van het medicijn in de darmtumoren gemiddeld zes keer hoger uit.

Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen publiceerden vorig jaar al in Nature over het openen van de liposomen met een lichtflits of andere prikkel van buitenaf. Ook de bacterie Clostridium novyi zorgt ervoor dat de medicijnen uit het liposoom snel bij de tumor vrijkomen.

De auteurs ontdekten welk bacterieel eiwit de liposomen kapotmaakt, ze noemen dat ‘liposomase’. In de toekomst, schrijven zij, is het misschien mogelijk om geen hele bacteriesporen te gebruiken, maar liposomase te koppelen aan antilichamen die zeer specifiek tumorcellen kunnen herkennen.

Michiel van Nieuwstadt