Het enige ware probleem is de vader

Toneel: Wat niet mag, van J.M IJssel de Schepper- Becker, door Het Volk. Gezien: 14/11. Tournee t/m 26/1. Informatie: 035-6217248 en www.toneelgroephetvolk.nl.

„Niet wéér een klucht.” De acteur zegt het met een gespannen kop; hij heeft onenigheid met zijn collega’s en op een videoscherm, bij wijze van introductie, kunnen wij hun ruzie zien. Toneelgroep Het Volk gunt het publiek een kijkje achter de schermen – ook tijdens de voorstelling zelf kissebissen de spelers geregeld over de invulling van hun rol en alleen al die intermezzo’s wekken lachsalvo’s op.

Dus tóch weer een klucht?

Nee, zo eenvoudig ligt het niet. Wat uiteindelijk niet mag is een heleboel tegelijk: een klucht en een melodrama, een persiflage en een in-trieste tragedie. Het uit louter mannen bestaande gezelschap koos een stuk uit 1922, getiteld Wat niet mag van een allang in de vergetelheid geraakte mevrouw: J.M. IJssel de Schepper-Becker. De spelers hanteren consequent de ouderwetse spelling, met uitdrukkingen als ‘dien dokter’. Die plechtig klinkende taal dikken zij nog eens aan door alles tergend langzaam uit te spreken. Alsof ze de schrijfster in de maling nemen.

Maar de stijve presentatie heeft nog een andere functie. Ze typeert het gezin waarover dit drama gaat. Vader, moeder, zoon en dochter gaan angstvallig keurig met elkaar om: vóór alles dient het fatsoen in acht genomen te worden. Dat biedt zekerheid. Een zekerheid die abrupt onderuit gaat als de zoon zijn geheim onthult.

Wouter is, zoals hij het zelf zegt, „van een ander geslacht”. Hij voelt zich tot mannen aangetrokken, en tot vrouwendingen. Kortom, hij is homoseksueel en op dat woord rust anno 1922 een zware vloek. Met perversie en schaamteloosheid associëren de ontstelde ouders het. Het doet ze denken aan gevangenis, gevaar en schande.

Joep Kruijver, Wigbolt Kruijver en Bert Bunschoten maken goed voelbaar hoe afschuwelijk de homo-onderdrukking in het vooroorlogse protestantse Nederland geweest moet zijn.

Maar ze blijven niet in het verleden hangen. Het actuele thema waar Het Volk altijd al mee worstelt komt weer op de proppen: het mannelijk onvermogen. Want niet de zoon maar de enige echte man in huis, de vader, is het ware probleem.

Regisseur Aike Dirkzwager zet hem met pijp, bolhoed en driedelig pak in een te grote fauteuil. Van daaruit legt Pa zijn starre denkbeelden aan de anderen op – totdat de moeder in opstand komt.

Aan het denken gezet door Wouters ideeën ontmaskert zij haar man en De Man in het algemeen als een grofbesnaard en bekrompen wezen. En waarachtig, hoe herkenbaar is het, dat o zo pijnlijke conflict tussen vrouwelijke toegeeflijkheid en mannelijke rechtlijnigheid, tussen het mannelijke geloof in principes (die trouwens meteen op de helling gaan zodra de autoriteiten andere regels voorschrijven) en het vrouwelijke geloof in de medemens.

Het Volk bestaat dertig jaar en al die jaren experimenteert de groep met sekserollen door zich, al dan niet verkleed, in vrouwen te verplaatsen. Dit keer is er een echte vrouw aan de mannenclub toegevoegd, de piepjonge gastspeler Minke Kruijver, dochter en nichtje van twee der Volksgenoten. Haar opzettelijk knullige spel past precies bij de droeve gesteldheid van deze kleine luiden.