Herfstig Zagreb ruikt naar houtskoolvuurtjes

In het centrum van Zagreb kan een authentieke boerenmarkt naast luxe winkelboulevards bestaan, ontdekt Annemieke Houben

Als een stad staat voor wat zijn bewoners uitstralen, is Zagreb vooral jong, ambitieus en netjes. Toch is het niet zo makkelijk om je van de hoofdstad van Kroatië een goed beeld te vormen: met bijna 800.000 inwoners is Zagreb qua grootte vergelijkbaar met Amsterdam, maar het lijkt eerder een uit zijn voegen gebarsten provinciestad dan een hoofdstad.

Bepaalde buurten in de oude stadscentra Gradec en Kaptol ademen de gezellige frisheid van een kleine universiteitsstad, terwijl er ook straten zijn die doen denken aan Parijse winkelboulevards. De heuvelachtige buitenwijken lijken zich van geen stad bewust. Zagreb is niet groot genoeg om alle tegenstellingen te laten versmelten in een groter geheel. In het straatbeeld vallen de bedelaars op: mannelijke oorlogsinvaliden, vaak zonder benen, tandeloze vrouwen die verwelkte bloemen verkopen en rondtrekkende Romafamilies die hun kleine kinderen als haviken op mensen afsturen. Alleen die laatste groep wordt door de lokale bevolking sissend verjaagd.

KASTANJES POFFEN

In de herfstmaanden ruikt het op straat naar de houtskoolvuurtjes waarop straatventers kastanjes poffen en maïskolven koken. Dat Kroatië nog relatief veel kleinschalige landbouw kent, komt goed tot uiting op de grote boerenmarkt in het centrum, de Dolac. Kleine boeren en ondernemers uit de omgeving komen hier elke ochtend naartoe om hun zelfgemaakte waar te verkopen. Voor Noord-Europeanen is het hier een mediterraan voedselparadijs: schapenkaasjes, vijgenkettingen en honing, verse vis en groenten, worden voor erg weinig geld aangeboden.

In de straten rondom het Bana Jelacica plein toont Zagreb zich van haar grootsteedse kanten: shop-a-holics kunnen hier hun hart ophalen. De vele modieuze winkels zijn vergeven van de luxe-artikelen en bijna allemaal dagelijks open tot acht uur ’s avonds, in de grote winkelcentra zelfs tot een uur of tien. De sfeer is hier op het mondaine af: bijna elk cosmeticamerk lijkt een eigen vestiging te hebben. Als je er even genoeg van hebt neem je pauze in een van de Grand Cafés, doe je nieuwe energie op door een Franse crêperie te bezoeken (inclusief baretjes, Eiffeltoren en Edith Piaf) of neem je een ijscoupe bij ‘Millennium’: een ijssalon met meer dan dertig soorten ijs.

GRAPPERIA’S

Voor een dampende uitgaansscene kan je beter naar het Servische Belgrado gaan, maar in Zagreb kan het ook erg gezellig worden. Het belangrijkste uitgaansgebied van Zagreb ligt in het heuvelachtige stadsdeel Kaptol en loopt nog een stuk door in het lager gelegen Donji Grad, waar de cafés monotoon gedomineerd worden door reclames van buitenlandse biermerken. Aan de rand van het centrum verrezen onlangs enkele swingende en internationaal georiënteerde loungeclubs, maar bij de lokale artistiekelingen zijn Grapperia’s in trek, waar je een keur aan regionale fruitlikeurtjes kan proberen.

Dat er sinds kort weer geld te besteden valt is duidelijk, net als dat dit geld maar voor een beperkte groep bereikbaar is. Het nieuwe geld leidt samen met renovatiedrang tot vreemde tegenstellingen in de straten: chique nieuwe winkels en cafés schieten als paddestoelen op tussen krottige huizen. In Gradec (het middeleeuwse deel van de stad) is het beroemde Sint Marcuskerkje met de fel gekleurde wapenschilden van dakpannen zo grondig verbouwd en gerenoveerd dat je bijna niet zou geloven dat de fundamenten uit de veertiende eeuw stammen. Ook gaat het verbouwen niet altijd zonder slag of stoot. Tijdens een avondlijk toiletbezoek in het hotel valt door werkzaamheden aan de weg de stroom uit, de hele straat is een half uur lang pikdonker. De receptionist, zelf lichtelijk in paniek vanwege een vastgelopen lift, stelt gasten gerust: „Het gebeurt wel vaker, maar het is belangrijk om Zagreb te verbeteren.”

PRIMITIEVE KUNST

Gelukkig hoef je het in Zagreb niet van de moderniteit te hebben. Voor bewoners en bezoekers is er bijvoorbeeld het museum voor internationale ‘primitieve kunst’ dat sprookjesachtig aandoende schilderingen toont van kunstenaars die weinig aan moderne invloed bloot hebben gestaan. Vreemde kleurschakeringen en het ontbreken van modern perspectief domineren de zalen. Een ander, nog klassieker museum is het Mimara, genoemd naar een fanatieke kunstverzamelaar die tot zijn dood in een schat aan antiquiteiten bij elkaar bracht. Indrukwekkend door het Venetiaanse glaswerk, de geschilderde iconen en de uitgestorven zalen.

Zagreb is omgeven door natuur, met als absoluut hoogtepunt de beboste Medvednica-berg, waarvan de top op meer dan een kilometer hoogte ligt. Vanuit de buitenwijken gaat er het hele jaar een kabelbaantje naartoe, maar wandelen kan ook: een flinke klim van een uur of twee leidt je dan via bospaadjes naar de top, waar hotels, trekkershutten en een kapelletje staan om reizigers op te vangen. Men kan er zelfs terecht voor meerdaagse arrangementen. Misschien mede doordat de kabelbaan al twee dagen kapot is, lopen er opvallend veel vrouwen van middelbare leeftijd met stokken de helling op. Elisabeta en Anja, allebei rond de vijftig, verklaren in gebroken Engels: „Als de mannen werken gaan de vrouwen het bos in.” Schatergelach volgt. Ze dragen allebei een tasje met tamme kastanjes, die ze later zelf zullen gaan poffen.

Overal in de stad komen schijnbare tegenstellingen bij elkaar. De mengeling van mondaine winkelstraten en boerenmarkten, flats en natuurgebieden maakt dat de reiziger kan genieten van een diverse stad. Zagreb is in ontwikkeling, en de uniformisering die in West-Europa vaak voor saaie winkelstraten zorgt, dreigt ook in hier toe te slaan. Maar zover is het nog niet.