Groter graag! Steeds meer vrouwen tatoeëren vrouwen

Er zijn steeds meer vrouwelijke tatoeëerders, ziet Natasha Gerson. Het zijn kunstenaars die de menselijke huid als canvas gebruiken

Tien jaar geleden was het aantal vrouwelijke tattoo-kunstenaars op één hand te tellen. Nog steeds zijn ze sterk in de minderheid, maar het worden er wel steeds meer. Ze hebben de inktverslaafden – de tatoeageverzamelaars – door hun fenomenale techniek voor zich gewonnen.

Dat bleek onlangs op de Internationale Tattoo Conventie in Londen. Daar waren tatoeëerders als Laura Satana, Sunny Buick , Amanda Toy en Angelique (uit Nederland), die stuk voor stuk een geheel eigen stijl hebben. Zij zijn geen kopieerders, maar kunstenaars. Met de mens, vaak een andere vrouw, als canvas. Autodidact (Satana), onder bizarre omstandigheden opgegroeid en gevormd (Buick), daarvoor van honderd- en één markten thuis (Angelique, Amanda Toy), of kunstacademisch geschoold (Claudia, Fiona Long), vertegenwoordigen ze het hele spectrum van kunstenaarsontwikkeling.

Hun opmars houdt gelijke tred met de razendsnelle toename in vrouwen die zich laten tatoeëren. Die zich meer en vooral groter laten tatoeëren, als onderstreping in plaats van ontkenning van vrouwelijkheid. Omdat ze vrij zijn. Omdat noch partners, noch bazen het meer kunnen verbieden. Klant Dinah, armen vol rozen en godinnensymboliek: „Bij de vrouwen begon het met de heksen, hè. Vrouwen die zeiden ‘Pain, Love it!’, of ‘Nou, pijnlijker dan een bevalling zal een tatoeage toch niet zijn, hè?’ En met zo´n houding konden de tatoeëersters vanzelf opkomen.

frida kahlo

„Als ik het werk van Sunny Buick zie, dan denk ik, wat zonde is het toch dat zo’n Frida Kahlo niet in deze tijd leeft, dan had ze kunnen tatoeëren en was ze een stuk zelfstandiger en gelukkiger geweest.” Zelfstandigheid is natuurlijk over de hele linie het sleutelbegrip. Een goede tattoo-kunstenaar kan, tijdelijk of permanent, bijna overal gaan werken waar het hem of haar zint, onafhankelijk van stipendia, fondsen en kunstraden.

Vooral voor vrouwen, die vaak een weerzin hebben om zichzelf op de kunstmarkt te moeten ‘verkopen’, is dat een uitkomst. Sunny Buick realiseerde haar droom als Canadees ‘small town’ hippiedochtertje om ooit in Parijs te wonen door te gaan werken bij Exxxotic van de Franse Satana. Claudia, van oorsprong Zwitserse, streek via Melbourne uiteindelijk neer bij House of Tattoos in Amsterdam.

Voor ze zestien jaar geleden als een van de eerste vrouwen ging tatoeëren, bedrukte Fiona Long stoffen. Beschilderde porselein, bestencilde muren en leer. Ze kreeg steeds meer verzoeken voor ontwerpen. Die vervolgens door een ander gezet werden. Op een gegeven moment vond ze dat een beetje zonde en zocht een stage om het zelf te leren. Toen ze uiteindelijk haar eigen shop opende en daarvoor wat uitnodigingen had rondgestuurd, liep ze de straat in en zag dat die half afgesloten was met fotografen en reportagewagens. Shit, dacht ze, just my luck, ik open mijn zaakje, is er een brand. Maar ze kwamen voor haar. Omdat ze een vrouw is.

Long won enkele jaren een geleden een belangrijke prijs, Best UK Tattoo Artist. Dat is een absoluut unicum, want het is een publiek geheim: vrouwen winnen geen prijzen op de conventies. Volgens Long kreeg ze de prijs omdat de gevestigde orde van het tattoowezen er niet onderuit kwam, vanwege de media-aandacht die haar werk kreeg. Omdat haar klanten van over de hele wereld naar haar toekomen. Maar het ging niet van harte. „Ik hoorde dan dat ik hem gekregen had omdat ik er ook nog goed uitzie, of zo. Ze zeiden, als je een dog geweest was had je het kunnen vergeten. Terwijl al die tatoeërende kerels eruitzien alsof iemand hout op hun smoel heeft gezaagd.”

Wie is dan die gevestigde orde die zich door de opmars van vrouwen zo bedreigd voelt? De biker scene. Hells Angels. Waarom die weerzin? Michelle Myles, New Yorkse tatoeëerster: „Omdat we hun geheimpje verpest hebben, hè. We invaded a kingdom. Tatoeëren doet pijn, maar nou ook weer niet zóveel pijn zoals zij altijd deden voorkomen.” Myles: „Dat er vrouwen rondlopen met net zoveel tatoeages als zij devalueert de zaak in hun ogen. En hun mooie werk haalt alle standaard gang-rotzooi naar beneden.”

Angelique heeft naast haar tatoeagewerk bij Admiraal Tattoo in Amsterdam, een bloeiend bedrijfje met op ouderwetse zeemans- en voodoo-tattoos geënte schoenen, tassen en kaarten. „Tattoos waren al heel mainstream toen ik begon, ook bij vrouwen. Het grootste voordeel van het feit dat ik niet meer in een streetshop werk, waar je veel klanten hebt die in het voorbijkomen besluiten dat ze een tattoo willen, is dat ik geen klanten meer heb die stinken. Die na uren winkelen op hun gympies iets op hun voet willen.”

‘Not bad for a girl’

Fiona Long ziet de laatste tijd vooral een kentering in wat mánnen willen, in navolging van vrouwen. Het is een ander type mannen dat zich laat tatoeëren. „Dat ze durven zeggen: ik wil ook bloemen, want die zijn gewoon mooi. Stoer waren ze namelijk al. Niet van die kerels die een tribal-dingetje willen dat je bij wijze van spreken bezopen met je ogen dicht nog kunt zetten en dat het dan nog is: not bad for a girl. Maar mannen die zeggen: ‘Hier heb je mijn arm, you’re the artist, go for it.’ Dat zijn de mannen die dat, ‘ik vertrouw je, doe je ding’, ook in de rest van het leven tegen vrouwen kunnen zeggen. Snap je wat ik bedoel? In werk, in bed. Real progress.”

Terwijl de psychiatrie zich er weer eens over buigt of veelgetatoeëerden wellicht borderliners, narcisten of potentiële zelfverminkers zijn, geldt voor de klanten van de nieuwe tattoo-kunstenaars dat ze simpelweg verzamelaars zijn. Maar het stuk kan niet gestolen worden en ook niet geërfd. Het is kunst verzamelen in zijn puurste vorm.