Geen verband tussen vernieuwing en uitval in mbo

NRC Handelsblad schaart mij in zijn hoofdredactioneel van 20 november onder de fervente aanhangers van het nieuwe leren die denken dat de jeugd van tegenwoordig niet meer gewoon les kan krijgen. Niets is echter minder waar. Deze krant komt tot zijn conclusie op basis van een interview met mij over recente leerlingprotesten op ROC`s. In de weergave hiervan is veel van mijn toelichting onbenoemd gebleven, waardoor een scheef beeld wordt geschetst van de vernieuwingsoperatie in het mbo. Maar het onderwijs is gebaat bij een genuanceerd beeld van de werkelijkheid en niet bij hypes.

De wens tot vernieuwing van het beroepsonderwijs komt uit het bedrijfsleven en is gericht op een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Bedrijven vragen nu andere typen werknemers dan tien jaar geleden. Daarom ontwikkelt het mbo-opleidingen waarin sprake is van een evenwichtige combinatie van vakbekwaamheden en persoonlijke competenties, nodig om in arbeidsorganisaties van deze tijd te kunnen functioneren.

Bij deze vernieuwing moet altijd sprake zijn van een lesrooster, of dat nu voor een groep is of voor een individu. Scholen verantwoorden hun kwaliteit tegenover de inspectie. Dat er in deze fase ook dingen niet goed gaan, is inherent aan een complex veranderingsproces. Daarvoor hebben de scholen zeer nadrukkelijk oog en daaruit trekken ze ook lering. De geleidelijke invoering van de nieuwe opleidingseisen maakt het mogelijk te werken aan verbetering.

De verbinding die wordt gelegd tussen vernieuwing en uitval is volstrekt onterecht. De uitvalcijfers zijn de afgelopen jaren teruggelopen. De belangrijkste oorzaak van uitval op de lagere niveaus in het mbo is dat hiervoor geen diploma van een vooropleiding is vereist. Veel uitvallers uit hetvmbo, praktijkschoolleerlingen en jongeren met een opleidingsachterstand komen hierdoor het mbo binnen. Vaak met een veelvoud aan andere sociale problemen. Met de nieuwe opleidingen slagen we er beter in om voor deze moeilijke groep perspectief te ontwikkelen. Dat was binnen het `oude` mbo niet mogelijk.