Gebreidelde breinen

De universiteiten in Iran waren lange tijd centra van hervorming. De regering heeft er conservatieve bolwerken van gemaakt.

Als president Bush en andere Ameri kaanse haviken denken dat ze van het verfoeide regime van de Iraanse mullahs kunnen afkomen door een nieuwe revolutie van jongeren, hebben ze het mis. Want op de Iraanse universiteiten wordt gestudeerd. Of desnoods geflaneerd. Maar niet meer geprotesteerd, zoals tijdens de islamitische revolutie van 1979 die de sjah ten val bracht.

In Zuid-Teheran staat het protseriger mausoleum van imam Khomeiny, grondlegger van de islamitische republiek. Met betraand gezicht schuiven gelovigen bankbiljetten voor het goede islamitische doel in het glazen huisje waar Khomeiny sinds 1989 ligt. Kinderen glijden lachend over de gladde vloer. Een enkeling gaat in gebed.

Hier zijn de aanhangers van de islamitische revolutie te vinden. Conservatief en traditioneel. De kiezers van president Mahmoud Ahmadinejad. Ook Neda en haar twee vriendinnen.

De 20-jarige Neda is vrolijk en brutaal en wil pronken met haar Engels, vroeger thuis in Shiraz opgedaan en nu in Teheran aan de Islamitische Azadi-universiteit aangescherpt. Haar vriendinnen en zij hadden vandaag niets te doen, zegt ze. Hun vriendjes waren er niet. Vandaar dat ze hierheen zijn gegaan.

Volgt een gesprek met veel gegiebel op een marmeren stoepje. Over haar familie en de studie en de vriendjes en de slechte economie. De vriendinnen kijken bewonderend toe. Maar ze verstijft als we bij de politiek belanden. „Politiek is gevaarlijk om over te praten. Dat zijn niet onze zaken”, zegt ze.

In Iran heeft de regering een succesvolle campagne gelanceerd om de universiteiten te zuiveren van politiek activisme. Het is niet de eerste keer. Twee jaar na de islamitische revolutie werden de universiteiten voor drie jaar gesloten. De tien jaar daarna werden alle studenten op hun politieke betrouwbaarheid geselecteerd. Onder het pragmatische presidentschap van Ali Akbar Hashemi Rafsanjani werd dit systeem geschrapt. Onder de hervormer Mohammad Khatami was sprake van verdere liberalisering. Althans, van tijd tot tijd konden studenten protesterend de straat opgaan om door de politie in elkaar te worden geramd. Maar de huidige, conservatieve president Mahmoud Ahmadinejad trekt de teugels weer strak aan. Niet door studenten van de straat te slaan. Door hen te ontmoedigen de straat op te gaan.

De afgelopen maanden werden enkele tientallen universitair docenten met vervroegd pensioen gestuurd. Tientallen studenten werden niet tot een studie toegelaten hoewel ze de vereiste examens hadden gehaald. Op een bijeenkomst met jonge wetenschappers in september riep Ahmadinejad de studenten op de universiteiten te helpen zuiveren van liberale en seculiere docenten.

„Ideologieën als het socialisme en het liberalisme zijn nooit echt in de Iraanse maatschappij doorgedrongen. Maar ze zijn van nut als iemand moet worden aangevallen. Als je me wilt aanvallen, noem je me een liberaal”, zegt ex-student Mehdi Aminzadeh (29). „Ahmadinejad maakt zich zorgen over de studenten en de docenten omdat ze zijn regime in gevaar kunnen brengen. Daarom heeft hij de strijd tegen hen aangebonden.”

Aminzadeh was de eerste student die het slachtoffer werd van de zuiveringscampagne. Hij werd niet toegelaten tot de mastersopleiding politieke wetenschappen op last van het ministerie voor Geheime Diensten. Wegens zijn politieke activiteit heeft hij in 2001 en 2003 vastgezeten. Hij is nu vrij, hangende zijn hoger beroep tegen een veroordeling tot twee jaar gevangenisstraf op beschuldiging van het organiseren van betogingen in 2003. Hij was actief in de belangrijkste studentenbeweging, Tahkim Vahdat (Bureau ter Consolidering van de Eenheid) en maakt nu deel uit van de organisatie van oud-leden.

„President Ahmadinejad herinnerde ons eraan dat we altijd klaar moeten staan voor de ideologische strijd tegen het liberalisme”, zegt Nourollah Nourani, sociologiestudent en adjunct-hoofd van het politiek comité van de Baseej aan de Universiteit van Teheran. De Baseej is een miljoenen leden tellende vrijwilligersmacht die nu door de conservatieve regering wordt gebruikt om de islamitische zeden te helpen handhaven. Elke grote organisatie, elke universiteit, heeft haar Baseej die de boel in de gaten houdt en op afroep tussenbeide komt om opstandigheid de kop in te drukken. Een deel van de leden is ideologisch gemotiveerd. Familieleden van ‘martelaren’ – doden van de oorlog tegen Irak (1980-1988) – worden automatisch lid. Lidmaatschap wordt voor anderen aantrekkelijk gemaakt door vrijstelling van militaire dienst.

Sommige docenten en studenten proberen westerse standpunten en liberale ideeën aan de universiteiten te propageren die ingaan tegen de islam, zegt Nourani. „Wij accepteren dat niet.” Geweld komt daaraan niet te pas, verzekert hij. „Wij zijn tegen het gebruik van geweld. We moeten de islam propageren door middel van discussie en argumenten.”

Geweld is ook helemaal niet meer nodig, legt ex-student Aminzadeh uit. Doordat de studenten ermee rekening moeten houden dat voortzetting van hun studie afhangt van hun politieke gedrag, zijn ze een stuk rustiger. „De regering is erin geslaagd het risico en de kosten van het oppositievoeren te verhogen. Dus veel studenten houden zich nu koest.”

In zijn autootje wurmt Aminzadeh zich door het gruwelijke verkeer van Teheran naar de Hosseyniyeh Ershad, een religieus ontmoetingscentrum, waar die avond een bijeenkomst plaatsheeft ter herdenking van de dood van imam Ali. Als grondlegger van de shi’itische islam is hij een van de belangrijkste shi’itische heiligen. Het is een politieke bijeenkomst. Veel kopstukken van de nationale religieuze beweging, behorend tot de oppositie, spreken er. Het gebouw zit propvol. Honderden mensen zijn gekomen, jong en oud, tikje behoudend gekleed, duidelijk middenklasse, om te luisteren naar hun boze kritiek op het regime. Dit is nog steeds mogelijk in Iran, ook onder Ahmadinejad. Zolang de Iraanse media erover zwijgen en het verzet dus marginaal blijft, zegt een aanwezige.

De belangrijkste spreker is hojatoleslam Mohsen Kadivar, die het levende bewijs is dat de ene mullah de andere niet is. Kadivar, (ex-)hoogleraar filosofie, heeft in de periode 1999-2000 anderhalf jaar gevangen gezeten in de beruchte Evingevangenis wegens zijn kritiek op „het heilige systeem van de islamitische republiek”, zoals de aanklacht luidde. Kadivar beschouwt het fundament van het systeem, de oppermacht van de Grote Leider, de velayat-e faqih, als voortzetting van de Iraanse monarchie en ziet beide als dictatuur.

De gevangenis heeft Kadivar niet tot zwijgen gebracht; de huidige zuiveringscampagne evenmin. Vanavond stelt hij de studenten aan de orde. „Het begrip ‘ge-sterde studenten’ is aan de vocabulaire toegevoegd”, zegt hij. Hij bedoelt de nieuwe sterrenclassificatie voor studenten die de overheid heeft ingesteld: één voor de beetje activistische student, die zich moet melden bij de veiligheidsdienst van de universiteit, twee voor iets meer activisme, wat leidt tot een verplicht bezoek aan de nationale inlichtingendienst en drie voor de onverbeterlijken, die niet meer tot de universiteit worden toegelaten. Een- en tweesterrenstudenten die zich niet koest houden, gaan er alsnog uit.

De universiteit is onder controle van de regering gebracht, zegt Kadivar (48, kort grijs baardje, vriendelijk gezicht) de volgende dag thuis. De tulband die hem tot geestelijke bestempelt, is af en hij is met gastvrije bordjes druiven en mandarijnen in de weer.

„We hebben sinds 70 jaar universiteiten. Al die tijd waren de universiteiten centra van revolutionaire en hervormingsbewegingen: Mossadeq [die in 1953 door een CIA-coup werd afgezet als premier, red.], de islamitische revolutie en de hervormingsbeweging van tien jaar geleden. Dus nu willen de autoriteiten een andere universiteit”, zegt Kadivar.

„Het regime vervangt de weggestuurde docenten door eigen aanhangers. Dus we krijgen nu die andere universiteit, met professoren die in de macht zijn van de regering. De meeste docenten verzetten zich niet. Ze zijn het er misschien niet mee eens, maar ze zijn veel te bang dat ze ook hun baan kwijtraken.”

Kadivar zelf is inmiddels ook zijn baan aan de Tarbiate Moddares universiteit kwijt. Daarvoor was zijn functioneren geleidelijk onmogelijk gemaakt. „Drie maanden geleden dreigde de nieuwe rector magnificus me te ontslaan. Ik zei tegen hem dat dat niet mogelijk was, maar hij zei wel een wettelijke basis daarvoor te kunnen vinden.”

Eerder waren zijn contacten met buitenlandse universiteiten en reizen naar het buitenland langzaam afgeknepen. „Onder de nieuwe rector zijn dergelijke contacten alleen toegestaan na speciale toestemming van de regering. Iemand als ik kreeg geen toestemming om ergens heen te gaan.”

Kadivar is somber. De rust aan de universiteiten is niet alleen het gevolg van de regeringsmaatregelen, maar ook van het falen van de hervormingsbeweging, die er niet in is geslaagd iets te maken van de macht die de kiezers haar in de presidentsverkiezingen van 1997 en de parlementsverkiezingen in 2000 gaven. „Waarom zou je als student nog actie voeren?”

Die desillusie speelt de studentenbeweging al enkele jaren parten. In een vraaggesprek in 2003 zeiden leiders van het Bureau ter Consolidering van de Eenheid dat het een van hun belangrijkste taken was de studenten uit hun „neutraliteit” te halen. „Het grootste deel van de studenten is niet-politiek”, zei een van hen. „Het is niet zo dat ze geen politieke verandering zouden willen, maar ze hebben geen hoop op een politieke oplossing.”

Ex-student Mehdi Aminzadeh knikt heftig. „In verschillende eerdere periodes had politiek activisme nog meer repercussies dan nu. Studenten hebben altijd de neiging veel te riskeren voor hun strijd. Maar de hervormingsbeweging is in een impasse beland, ze heeft niets te zeggen, dus is politiek activisme nutteloos. Als de studenten zouden weten wat het doel is, zouden ze risico’s nemen. Maar als ze de weg niet weten, doen ze dat niet.”

Volgens Aminzadeh is de hervormingsbeweging zich nu aan het bezinnen. „We zijn nu in een periode van ‘geen strategie’. Maar verscheidene groepen beginnen zichzelf te analyseren en hun zwakke en sterke punten te beoordelen. Er is een heleboel verzet tegen het regime onder het volk. Als de oppositie haar zaken op orde krijgt, kan één incident de hele maatschappij dramatisch veranderen. Met name nu we in een zware economische crisis zitten.”

„De autoriteiten zijn er nooit in geslaagd de maatschappij lang op slot te houden. Wat in ons voordeel werkt is dat de samenleving nu veel vatbaarder is voor verandering dan vroeger door de snellere informatiestroom – satelliettelevisie, internet – en doordat veel meer mensen kunnen lezen en schrijven, vrouwen een grotere rol spelen en de interactie tussen Iran en de buitenwereld veel groter is”, zegt Aminzadeh.

„Het is altijd de droom van de heersers van de islamitische revolutie geweest om dociele universiteiten te hebben. Daarom willen ze de universiteiten islamiseren. Maar uiteindelijk is de enige manier om dat doel te bereiken de universiteiten te sluiten. Het is immers de aard van de universiteiten om kritiek te leveren.”