Een kopje thee met de keizer

Serge Daan (66) bekleedt de Niko Tinbergen leerstoel in de Gedragsbiologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij ontving op 20 november in Tokyo de International Prize for Biology. Daan is gehuwd en heeft drie studerende kinderen. De familie reist mee. „De keizer vertelt over wilde wasbeerhonden in de paleistuin.”

Serge Daan

Vrijdag 17 november

We zijn vroeg op Schiphol: met de trein moet je als Groninger geen risico nemen. In de KLM Boeing zien we uit over een zonovergoten land. Ik lees artikelen van Akihito. De keizer is een echte wetenschapper. Hij schreef in Science over de vroege ontwikkeling van de wetenschap in Japan en werkt aan de systematiek van grondels (een groep van 2.000 vissoorten). Hij wil graag een scholarly discussion voeren maandag. Ik doe graag mee. Hij lijkt een innemende man. Ik hoop dat ik later deze twee weken een keer bij hem thuis langs mag komen – zonder ceremoniële beperkingen.

Zaterdag

Na een korte nacht wordt Siberië zichtbaar in de eerste dageraad. We vliegen een great circle, via Nova Zembla zelfs. Volgens de Zweedse vogelbioloog Alerstam vliegen ook de trekvogels uit Siberië de great circle: ze houden geen vaste hoek met lengte- of breedtegraad, maar starten oostwaarts en buigen gaandeweg naar het zuiden. Een zonnekompas zonder hoekcompensatie door de biologische klok zou de trick kunnen doen. Daar is geen bewijs voor, maar dat ze door de kortste route flink op brandstof kunnen besparen is logisch. Het landschap beneden is adembenemend. Kronkelende bevroren rivieren, in oude en nieuwe meanders, de reusachtige littekens van permanente verandering.

Pats, daar loopt opeens een lange, kaarsrechte spoorweg van west naar oost door de taiga. De Transsiberië express? Ik krijg er na veertig jaar nog niet genoeg van de aarde van boven te zien. Met mijn vriend Kees Sorgdrager die meevliegt deel ik die fascinatie. We kijken naar het Japanse land: de structuurloze huizenzee overal waar het vlak is, onbebouwd alleen het bergland. Kees heeft Buruma gelezen en Van Wolferen, terwijl ik me met de grondels van de keizer bezighield. Er is dus veel te bespreken. Voor de landing brengt de purser een fles goede champagne, met gelukwensen van de cabin crew.

In het New Otani installeren we ons op de 33ste verdieping. Ruth laat beneden in het hotel visitekaartjes drukken, die zijn hier onmisbaar.

Zondag

Bij de grote poort naar de Senjoji-tempel word ik staande gehouden door vier studenten. Of ik Engels spreek, en of ze met mij een conversatie mogen hebben, als oefening? We besluiten dat ze mij de tempel laten zien. De eerste vraag is wat ik in Japan kom doen. Het antwoord is dat ik morgen hun keizer ontmoet. Na het eerste ongeloof raken ze overtuigd, en word ik met nog meer égards (en gegiechel) behandeld. Ze studeren aan twee van de zestig universiteiten in Tokyo. De meerderheid van de bevolking gaat naar de universiteit. De keizer doet onderzoek aan vissen, zijn broer prins Hitachi aan tumoren. Het is een land van de wetenschap, ze weten dat onderwijs de essentie van vooruitgang en cultuur is. In Nederland is de enige partij die onderwijs hoog in het vaandel had, nagenoeg weggevaagd.

Maar, net als bij ons, bijgeloof genoeg natuurlijk. Voor de tempel staat een wierookvat waar mensen hun gezicht en haren in de rook houden voor de geneeskrachtige werking. In de tempel laten de studenten mij mijn fortune lezen: van een papiertje uit één van honderd laatjes, gekozen met een soort tombola van genummerde stokjes. Religie als pokergame. En bidden tot de God of Mercy kun je na deponering van een muntje in een grote bak. Of het nu shintoïsme of christendom of islam is, overal hetzelfde principe: priesters behoeden de magie van plek en ritueel, en leven van de offers waarmee de bevolking een beetje zekerheid en vertrouwen in de toekomst koopt.

’s Middags melden zich Frans Zwarts, rector van de Universiteit Groningen en Gunnar, mijn broer de architect. ’s Avonds hebben we de buitenlanders en de Honma’s uit Sapporo uitgenodigd in een restaurant in Ginza. Een bruin Japans lokaal, heerlijke sashimi, Nabe en Shabu. Levendige gesprekken. Gespannen verwachting.

Maandag

Om 09.00 uur rijdt de limousine voor. Mijn zuster Karin en onze drie kinderen zijn afgehaald uit Shiba Park. Bij New Otani stappen Frans, Ruth en ik in, en mevrouw Shimizu die ons instructies geeft. We zien er uit als een gedistingeerde familie, in het zwart. Bij de Japanse Academie naar binnen door een haag van buigende, glimlachende officials. Het voelt als op de rode loper bij een filmfestival – iets wat een wetenschapper nooit meemaakt. Er is een kamer voor ons waar we kleurige rozetten opgespeld krijgen en gefotografeerd worden. Verschillende hoogwaardigheidbekleders maken hun opwachting, de presidenten van de Japanse Akademie, Dr. Nagakuro, en van JSPS – het Japanse NWO – Dr. Ono. We oefenen de ceremonie voor een lege zaal, met stand-ins voor het keizerlijk paar. In Japan laat men niets aan het toeval over.

Dan is het wachten op de keizer. Rondom de Academie wordt een veiligheidskordon opgetrokken, in de lucht ratelt een helikopter. Ruth en ik mogen eerst de ministers, dan de keizer en keizerin in hun kamers begroeten. Daarna worden we op het podium geïnstalleerd, en ontwaren we veel bekenden in de zaal. Als de keizer en keizerin binnen komen wordt het Japanse volkslied gezongen. Zij nemen op het podium plaats en dan begint de prijsuitreiking, in het Japans maar vertaald in koptelefoons. Nagakuro reikt de prijs uit na toespraken van hemzelf en de juryvoorzitter. Dan meer toespraken. Eerst gelukwensen van Akihito zelf – een persoonlijk relaas. Hij memoreert eigen waarnemingen aan wouwen tijdens een bezoek aan Zwitserland, en heeft zich in biologische ritmiek verdiept. Daarna Minister Bunmei van Onderwijs en Wetenschap en de plaatsvervanger van premier Abe, die diens gelukwensen voorleest.

Ik spreek als enige in het Engels. Ik vertel iets over hoe moderne wetenschap een collectieve bezigheid wordt, meer van samenwerking afhankelijk dan van de prestaties van een enkel individu. En over Rangaku – Nederlands leren – dat in het prille begin van de wetenschap in Japan zo’n grote rol speelde. Alleen via Nederlandse boeken kreeg Japan een glimp van de westerse wetenschap te zien. Er is een prachtig boekje over van Genpaku Sugita – lijfarts van een samurai lord – die zich daarvoor inzette. Dankzij Lucky van Vliet kan ik er uit citeren.

Dan wordt de familie Daan opgesteld voor de tafels met sushi’s en sashimi. De keizer en de keizerin komen feliciteren en een praatje maken. Ik heb het met hem over grondels, over gedrag, over Rangaku. Hij vertelt over wilde wasbeerhonden in de paleistuin. Maar de tijd is kort. Een lange rij Japanners schuifelt in zijn richting. Ruth heeft wat meer tijd met de keizerin. Die houdt van poëzie en kunst. Als Ruth haar houtdruk met een gedicht van Yeats aan haar geeft, neemt de keizerin die blij verrast aan. Ze zal het kinderboek sturen dat ze geschreven heeft. Ook de kinderen krijgen haar aandacht. We zijn aangedaan door deze twee vriendelijke mensen. De Nederlandse ambassadeur mr. Hamer biedt aan te bemiddelen als we het gesprek met de keizer en keizerin zouden willen voortzetten bij een volgend bezoek.

Om half vier zijn we op de ambassade uitgenodigd. Doel is het plein dat Karin Daan daar ontworpen heeft, in 1991 door Beatrix geopend. Karin geeft er een gedreven presentatie over. Het Ginkgo-plein kan zich meten met het homomonument waarmee ze beroemd is geworden. Ze schenkt en passant een uniek boek over haar werk aan de ambassade. De limousine brengt Frans, Ruth en mij naar het hotel terug. De avond is voor een chinees maal met de top van JSPS en Academie, afgesloten met een nightcap met ons drieën in de hotel lounge. Een onbeschrijfelijke dag.

Dinsdag

Het plan was de trein te nemen de bergen in om even diep adem te halen. Maar iedereen is te moe. Met Berte en Moritz slenteren wij rond de Imperial Palace grounds, in de stralende herfstzon. Van het paleis zelf krijgen we niets te zien. Dan Ginza in voor het Sony building met de nieuwste laptops, en het Hermes building van Renzo Piano, voor de glazen buitenkant. De anderen gaan in Asakus yukata’s (lichte katoenen gewaden die je aantrekt voor het naar bed gaan) kopen en cadeautjes voor thuis. Ik terug naar het hotel om slaap in te halen en mijn seminar voor morgen voor te bereiden.

Woensdag

Het gezin vertrekt naar Kyoto. Ik word afgehaald door Yoshi Fukada, hoogleraar biochemie aan Tokyo University. Hij vroeg me een seminar te geven voor zijn studenten. Eerst laat hij de campus zien. Die is prachtig aangelegd, met statige gebouwen geïnspireerd op de Engels-Amerikaanse traditie. Sommige hebben zelfs fake schoorstenen op het dak die aan Oxford moeten herinneren. Het mooiste zijn de reusachtige ginkgo bomen, nu in fel geel blad getooid. Mijn gehoor bestaat uit moleculair biologen, niet gewend aan verhalen over gedrag, maar wel met slimme vragen.

Dan de familie achterna voor een paar dagen vakantie. Ze zijn in een stille ryokan, een Japanse herberg, bij het park van de Heian tempel.

Donderdag 23 november

Vandaag is het Kinroh Kansha no-hi, Thanksgivingsday. De Japanners trekken er massaal op uit om de herfstkleuren te bewonderen. Wij kiezen voor Kyumizodera, de tempel aan de oosthelling boven Kyoto. Een indrukwekkend donkerbruin houten gevaarte op een enorme constructie van palen boven de helling. Het is genomineerd als een van de ‘nieuwe zeven wereldwonderen’. Van mij mag het. Minstens zo’n wonder is het dat hier vandaag duizenden mensen in dichte drommen langstrekken, zonder dat er ergens een twist is of ook maar stemverheffing. Vriendelijke mensen zijn het, de Japanners, altijd tot een glimlach bereid, wat verlegen, gedisciplineerd en dienstvaardig. Er is vrijwel geen politie zichtbaar, en ze is blijkbaar niet nodig.

We vieren de verjaardag van Ada en Dirkjan in een naburig eethuisje. Als Tiets, mijn moeder, nog geleefd had, zou ze vandaag 100 zijn geworden. Wat zou ze genoten hebben! Dan belt Myuki uit Tokyo: of Ruth en ik over een week bij de keizer en zijn vrouw op de thee willen komen. Was de ambassadeur zo efficiënt? Of waren het toch de Wild Swans van Yeats?