De Nationale Kalkoen reist en logeert eersteklas

In de week van Thanksgiving komt de Nationale Kalkoen Federatie in actie.

De Nationale Kalkoen (midden) Foto Margriet Oostveen Oostveen, Margriet

Amerika telt ruim 250 miljoen kalkoenen op 300 miljoen inwoners. En ik ben op bezoek bij de Nationale Kalkoen Federatie. Aan de muur hangen olieverfschilderijen van de kalkoen door de eeuwen heen.

De voorbereiding was een serieuze aangelegenheid voor de Nationale Kalkoen Federatie. Ik kreeg drie communicatiedeskundigen en vier e-mails te verwerken, voordat ik een half uurtje mocht langskomen. Maar de directeur, Alice Johnson, is heel leuk.

Eergisteren vloog ze eersteklas met United Airlines naar Disneyland in Californië. Twee stoelen verderop zat Mickey Mouse (Disney betaalde de tickets). En tussen hen in zat een kalkoen. Als we elkaar spreken is het maandag en zit ze die reis ernstig aan te kondigen.

„Zit die kalkoen werkelijk op een eersteklas stoel?”

„Ja. Zo doen we dat altijd. We hebben het hier wel over De Nationale Kalkoen.”

Ik verslik me: „Sorry.”

Zij: „Welja, ga je gang! Maar voor iedere keer dat je me weer uitlacht, geef ik je een kalkoenrecept!”

Gefrituurde kalkoen, zegt ze. Even een grote pan met olie op het vuur zetten en hup, de hele kalkoen erin. „Yummy!„

Haar pr-dame Rachelle Shelley: „Ik kom uit San Diego maar ik vind dat dus ook de-li-cious!”

Ik begrijp niet wat San Diego ermee te maken heeft, maar heb geen tijd het te vragen, ik ben hier voor De Nationale Kalkoen.

We hadden hier deze week Thanksgiving, dat altijd wordt gevierd op de vierde donderdag van november. Dat vindt zijn oorsprong in een feest dat de Pilgrims in 1621, een jaar na hun aankomst in Amerika vanuit Engeland, vierden met indianen. Bij een traditioneel Thanksgiving-diner eten Amerikanen wat in 1621 op het menu zou hebben gestaan: zoete aardappelen, pompoentaart en kalkoen.

De week van Thanksgiving is iedereen bij de Nationale Kalkoen Federatie op New York Avenue in gespannen afwachting van de aankomst van De Nationale Kalkoen. Ieder jaar wordt De Nationale Kalkoen in de rozentuin van het Witte Huis aangeboden aan de president, die Thanksgiving vervolgens min of meer opent met het presidentieel pardon: deze kalkoen hoeft de pan niet in.

De geredde kalkoen mag de rest van zijn leven fijn doorbrengen in een tetterend decor van Disneyland in Californië. Alice Johnson: „Eerst loopt de nationale kalkoen daar als maarschalk verkleed voor de Thanksgiving-parade uit. En daarna gaat hij in de permanente Kersttentoonstelling.”

Harry Truman begon met de plechtigheid. George W. Bush schonk woensdag voor de negenenvijftigste keer genade. Als directeur mag Alice Johnson altijd mee naar de Nationale Kalkoen Ceremonie. Clinton heeft ze ook meegemaakt. Clinton sprak niet met haar, maar wel weer heel leuk met de pers. Goede kalkoengrappen, zegt Alice. Bush vindt ze „althans kalkoensgewijs” leuker, omdat hij voor de plechtigheid altijd even met haar komt kletsen. „Hij is dol op de kalkoenjacht, dus we nemen soms de kalkoenstand in Texas door.” Vorig jaar was een hoogtepunt, toen wipte de First Lady ook langs. „Ze kwam vragen of de meisjes de kalkoen even mochten aaien.” Ze bedoelt de Bush-tweeling, Jenna en Barbara (25).

Als ik Alice Johnson spreek, bestaat de Nationale Kalkoen nog uit twee kalkoenen, die op dat moment in een vrachtwagen van kalkoenboer Lynn Nutt op weg zijn van Missouri naar Washington. Vanaf de stadsgrens krijgen de kalkoenen politie-escorte.

„Waarom twee kalkoenen? Houdt u rekening met een aanslag?”

Ik krijg weer een kalkoenrecept (kalkoenborst met honing-mosterdglazuur).

„Als de kalkoenen allebei nog goed zijn, dan houden we in de rozentuin altijd een laatste test om te kijken welke de meeste show-appeal heeft. De kalkoen die het eerst de struiken in rent, valt af. Wij houden heel erg van kalkoenen die meteen juichend naar de camera’s rennen.”

„Juichend?”

„Nou ja. Gobble-gobble. Dat klokkende geluid.”

Alice Johnson geeft me nog een recept: kalkoentaart-in-het-pannetje.

„Mag ik alstublieft met u naar de ceremonie, woensdag?”

„Goed idee! Maar heb je een Witte Huis-perspas? Anders laten ze je er niet door.”

Die heb ik niet.

Weet je wat, zegt ze. „De Nationale Kalkoen één en twee overnachten dinsdag op de bovenste verdieping van Hotel Washington.” Hotel Washington is een peperduur hotel pal naast het Witte Huis, met een fantastisch dakterras. Als ik me daar dinsdag om half 3 meld en me kan identificeren, dan mag ik door de beveiliging en ze even bewonderen.

Op dinsdag om half drie kan ik vaststellen dat Amerikanen soms echt gek zijn. Hoog in het hotel dribbelt de halve Kalkoen Federatie in opgewonden adoratie rond de twee witte kalkoenen, die op een bedje van zaagsel doodverlegen naar hun tenen staren: de Vestaalse maagden van Thanksgiving.