De bama-industrie

Men heeft het over Lissabon, over de noodzaak van meer hoger opgeleiden, maar met die doelstellingen schijnt men uit het oog te hebben verloren waarom dat wenselijk is. Ja, om de meest concurrerende economie van de wereld te krijgen, maar wat heeft dat te maken met aantallen hoger opgeleiden? Dat middel leidt helemaal niet tot het gewenste doel. Willen wij straks überhaupt nog een rol kunnen spelen in de stormachtige ontwikkelingen van de kenniseconomie, dan zullen we ons denken over onderwijs ingrijpend moeten wijzigen.

In de eerste plaats dient een einde te worden gemaakt aan het idee dat onderwijs geld kost. Onderwijs kost geen geld maar is de best denkbare investering. Willen we de volgende generaties niet opzadelen met schulden, dan moeten we niet, zoals kortzichtige politici van alle gezindten bepleiten, ons geld oppotten, maar investeren. Studeren is niet een persoonlijke investering maar een maatschappelijke noodzaak voor een betere en gezondere maatschappij. Daarom moeten we zo veel mogelijk iedereen ervan doordringen dat studeren, leren, jezelf ontwikkelen interessant is en dus moeten we iedereen de ruimte geven dat te doen.

Het is een illusie te menen dat je als overheid centers of excellence kunt inrichten. Die ontstaan vanzelf waar onderzoekers de tijd en de ruimte hebben naar eigen inzicht te werken. We zien ook nu al dat op allerlei plaatsen interessante ontwikkelingen plaatsvinden.

De betrokken specialisten moet je stimuleren door ze niet alleen in de gelegenheid te stellen om promovendi op te leiden, maar ook om ze daarna desgewenst te behouden voor een verdere ontwikkeling van het onderzoek. Dat onderzoekers na hun promotie naar Amerika vertrekken om internationale contacten te leggen en zich verder te specialiseren, is prima, maar zorg ervoor dat niet, zoals nu, de besten wegblijven.

Belangrijk is de ontwikkeling van de creativiteit, het vermogen om verbanden te leggen tussen uiteenlopende gebieden, nieuwe toepassingen te bedenken. Stimuleer daarom dat studenten zich breed ontwikkelen. Stel ze in de gelegenheid om extra bijvakken te volgen op heel andere terreinen dan dat van hun hoofdrichting. Niet alleen universiteiten, maar het hele onderwijs moet zo worden ingericht dat mensen plezier ontwikkelen in leren. De mens is van nature een lerend wezen, wil kennis opdoen en nieuwe vaardigheden ontwikkelen, maar voor het besef dat leren leuk, interessant, boeiend is, is geen plaats ingeruimd in het beleid. In de plaats daarvan wordt jongeren geleerd dat studeren een persoonlijke investering is, weliswaar duur, maar goed, je krijgt je hele verdere leven wel waar voor je geld.

Het beleid is niet gericht op kwaliteit, maar op kwantiteit. De bedrijven in de bachelors- en mastersindustrie worden gestimuleerd tot een zo hoog mogelijke productie door ze af te rekenen op aantallen diploma’s en proefschriften. Alsof het gaat om de productie van potten pindakaas.

Om die verhoogde productie te bereiken worden dezelfde instrumenten ingezet als die we kennen van productiebedrijven: hoge beloningen en bonussen voor de managers. Logisch, want gezien het huidige beleid zijn het de managers die het succes van de onderneming bepalen en niet de medewerkers. Die zijn onderling inwisselbaar en de vraag of ze genoeg productie draaien is afhankelijk van degenen die ze aansturen.

De Nederlandse onderwijspolitiek getuigt niet alleen van een benauwende benepenheid en kortzichtigheid, maar daarnaast ook van een volstrekt gebrek aan realiteitszin, aan oog voor hoe de wereld bezig is zich te ontwikkelen.

lgm.prick@worldonline.nl