Christenen betalen rekening uit verleden

Het dinsdag beginnende bezoek van paus Benedictus XVI aan Turkije vestigt de aandacht op de positie van christenen in het overwegend islamitische land. Met name bekeerlingen ontmoeten problemen.

In Turkije zijn er twee regelingen met betrekking tot godsdienstles, vertelt de hervormd-anglicaanse dominee Turgay Ücal. De eerste zegt dat christelijke kinderen het onderwijs (dat natuurlijk de islam als uitgangspunt neemt) niet hoeven bij te wonen. De tweede zegt echter dat, als er christenen in het klaslokaal zitten, de leraar in de godsdienstles niet mag uitleggen hoe je moet bidden. „Mijn zoon wilde geen godsdienstles”, vertelt Ücal in zijn kantoor naast de Britse All Saints-kerk in de Istanbulse wijk Moda. „Maar de leraar wees op de tweede regel en zei: je moet in de klas zitten.” Een strijd langs vele onderwijsinstanties in Istanbul en Ankara volgde. De dominee won. „Zulke problemen maken wij dagelijks mee”, zegt hij.

Dinsdag begint Paus Benedictus XVI een bezoek aan Turkije. De kerkvorst zal ongetwijfeld tekst en uitleg moeten geven in de ogen van veel Turken denigrerende opmerkingen die hij enige maanden geleden over de islam maakte. Sommige Turken zijn mede daarom ronduit tegen het bezoek. Zo hangt op het gebouw van de strenggelovige Saadet-partij een banier waarin stelling wordt genomen tegen de ‘onwetende’ en ‘sluwe’ paus.

Maar als de paus hier is, ontmoet hij zo ongeveer alle hoge christelijke leiders en zal hij ook stilstaan bij de godsdienstvrijheid in dit land. En daaraan, zo beamen alle christenen, schort wel wat.

De bureaucratie is mede oorzaak van de problemen die christenen hebben. Dominee Ücal heeft er honderden voorbeelden van. Toen hij ging praten over een christelijk kerkhof, keken de ambtenaren hem met open mond aan. Na de aanslagen in 2003 op Britse doelen in Istanbul vroeg de dominee om bescherming omdat zijn kerk officieel een Britse kerk is. „Haalt U maar een verklaring bij het Britse consulaat”, zei de ambtenaar. „Maar dat is opgeblazen en de consul is dood”, zei Ücal.

Maar naast die bureaucratie zijn er voor een land dat lid van de Europese Unie wil worden, bedenkelijker oorzaken van de discriminatie tegen christenen. Een van de belangrijkste daarvan is de weerzin die veel moslims tegen bekering voelen: op afval van de islam staat in principe de dood. In Turkije gaat het natuurlijk niet zo ver, maar vooroordelen zijn er zeker. De christenen die problemen hebben zijn dus met name degenen die bekeerd zijn.

Mustafa Efe is ongetwijfeld een van de meest prominente bekeerde christenen in Turkije. Zijn vader was parlementslid en al jaren doet Efe aan bekeringswerk. In 1997 onplofte een bom in de stad Gaziantep bij een van zijn boekwinkels waar gratis bijbels werden uitgedeeld. Een kind werd gedood, 27 mensen raakten gewond. Op een persconferentie na de aanslag bleek hoe diep de vooroordelen ook in Turkije (dat officieel een seculiere republiek is) er nog in zitten. „Waar was uw God toen dit gebeurde?”, vroeg een islamitische journalist. Ook Efe vocht met de vraag maar heeft nu een antwoord: de bom ontplofte op het dak, waardoor het aantal slachtoffers klein bleef. „Het kind ging direct naar de hemel”, voegt hij daaraan toe. „Voor de gewonden was de aanslag een reden om nog eens goed over hun leven na te denken. Gaziantep heeft nu een bloeiende christelijke gemeenschap.”

Efe is positief: de positie van bekeerde christenen wordt beter in Turkije. Efe staat inmiddels aan het hoofd van Radio Müjde (Blijde Boodschap). Meer dan 40 miljoen mensen kunnen de zender ontvangen. Hij is gevestigd in een simpel kantoorgebouw in de wijk Kadiköy, zonder extra beveiliging. „Er gebeurt niets”, zegt Efe. Sterker nog: Radio Blijde Boodschap is compleet legaal. Als het radiostation tegenwerking krijgt, is het niet zozeer van de centrale overheid als van lokale functionarissen. Zo moest hij een radioverdeelstation in de stad Afyon sluiten en kon hij er in Isparta er geen openen door druk van radicale moslims. „Het blijft moeilijk, maar elke dag wordt het beter”. Dominee Ücal is het met hem eens. „Als je een kathedraal wil bouwen kun je wettelijke problemen krijgen, dat is waar”, zegt hij. „Maar je kunt binnen een uur je geloof veranderen op je identiteitsbewijs van moslim naar christen.”

Christenen die als christen zijn geboren ondervinden ook problemen. Katholieke chaldeërs (die de spirituele autoriteit van de paus erkennen als opvolger van Petrus) raakten in Zuidoost-Turkije klem in de oorlog tussen extremistische Koerden en het leger. „We waren op de verkeerde tijd op de verkeerde plek”, zegt vicaris François Yakan. „Twintig jaar geleden had deze kerk, een van de oudste christelijke kerken ter wereld, nog 20.000 leden. Nu zijn dat er nog 4.427 en de meesten van hen zijn vluchtelingen uit Irak.” Armeense christenen voelen continu de druk om zich een goede Turk te betonen. Veel Turken zijn woedend over Europese pressie om de genocide onder Armeniërs te erkennen en zien de Armeniërs hier, zo vrezen dezen, als een ‘vijfde colonne’.

Ook bij de Grieks-orthodoxe Turken (de Rum) speelt het verleden een grote rol. De Turkse overheid zag hen na 1955, toen de spanningen met aartsvijand Griekenland weer opliepen, als handlangers van de vijand. „In Turkije kreeg je geen paspoort voordat je je militaire dienst had verricht maar na 1955 veranderde dat”, vertelt Vassili, die in een verzorgingshuis voor Grieks-orthodoxe Turken woont. „Toen kregen we wel een pas. De boodschap was duidelijk: ga maar weg”. Dat deden er veel, zeker na een golf van geweld tegen hen. „In 1960 waren er nog 120.000 Grieks-orthodoxen in Turkije”, zegt woordvoerder Dositheos van het patriarchaat in Istanbul. „Nu zijn dat er nog 4.000. Wij betaalden de rekening van alle politieke problemen.”

Extreem-nationalistische Turken blijven de Rum zien als potentiële vijand. Zo zit het opleidingsinstituut voor priesters, dat begin jaren zeventig op last van de autoriteiten werd gesloten, nog steeds dicht ook al dringt met name de EU steeds harder aan bij Ankara op toestemming voor heropening. Ook financieel zijn er problemen. „De Turkse autoriteiten pakten ongeveer 800 onroerend goedobjecten van ons af”, zegt Dositheos. Een wet is in de maak die de positie van zogeheten (godsdienstige) verenigingen verbetert en een grote stap vooruit zou zijn voor alle christelijke minderheden. Maar het is nog zeer de vraag of de Grieks-orthodoxe kerk gecompenseerd wordt voor het verleden. Ook heeft het patriarchaat nog geen wettelijke status. („De gebouwen vind je wel in alle officiële documenten, maar het patriarchaat als patriarchaat niet.”)

En dan zijn er nog de problemen van de gemeenschap. „Voor de wet is iedereen gelijk”, zegt Dositheos. „Maar in de praktijk kan een Rum niet voor de overheid werken. Er zijn alleen een paar Grieks-orthodoxe professoren aan de universiteit”. Maar ook Dositheos is optimistisch: zeker de nieuwe wet op de verenigingen is een teken dat het beter gaat. „De laatste vijf, zes jaar waait er een liberale wind”.