Air France moet Frans blijven

Volgens de oude Conventie van Chicago moeten luchtvaartmaatschappijen nog altijd nationaal eigendom zijn. Bedrijven willen wel anders, politici lang niet altijd.

Lolke van der Heide

Boze gezichten bij Air France-KLM deze week. Het Frans-Nederlandse bedrijf had net de halfjaarcijfers gepubliceerd (mooie rapportcijfers, daar niet van), maar de persbureaus Reuters en Bloomberg vonden een cijferbericht te saai en brachten het nieuws dat Air France-KLM weer met Alitalia praat over een fusie. „Dat is helemaal niet waar”, schuimbekte een woordvoerder. „Dat wil zeggen: we praten al jaren met Alitalia en een fusie is de laatste tijd niet dichterbij gekomen.” Intussen was het aandeel Air France-KLM op basis van de berichtgeving over Alitalia al ruim 6 procent gedaald. De woordvoerder: „We moeten een schadevergoeding eisen van die persbureaus.” Gisteren zakte de koers verder in.

Air France-KLM had waarschijnlijk gelijk: er is niets nieuws te melden op overnamegebied. Topman Jean-Cyril Spinetta zette heel duidelijk uiteen dat de Italiaanse luchtvaartmaatschappij eerst zelf schoon schip moet maken. De Fransen hebben geen zin om de grote schuldenlast van Alitalia op zich te nemen en al helemaal niet om de noodzakelijke sanering van Alitalia door te voeren. Maar Reuters en Bloomberg pimpten het bericht op en ziedaar de macht van de pers: publicatie van een bericht over een bepaald bedrijf kan leiden tot een scherpe verandering van de koers van het aandeel.

De waarde van het aandeel Air France-KLM is sinds de fusie in mei 2004 meer dan verdubbeld. De combinatie doet precies wat twee jaar geleden werd beloofd: er is een hoge mate van synergie bereikt en de winstgevendheid is verhoogd. Vooral de kostenbesparing door synergie is een succes en ligt nog aanmerkelijk hoger dan eerder was voorzien. Beleggers zagen dat ook en kwamen als vliegen op de stroop af.

Welke beleggers? Dat is interessant. Vooral Amerikanen hebben de afgelopen tijd het aandeel Air France-KLM gekocht. Vorige week verspreidde de financiële afdeling van Air France-KLM het volgende bericht: „Door de levendige handel in het aandeel Air France-KLM de afgelopen weken is het bezit van kapitaal door niet-Fransen op 47 procent gekomen. De holding Air France-KLM herinnert investeerders eraan dat, net als bij andere Europese bedrijven, de onderneming bevoegd is een mechanisme te implementeren dat het nationaal bezit veiligstelt zodra het bezit van aandelen door niet-ingezetenen boven de 45 procent uitkomt.”

Leo van Wijk, bestuursvoorzitter van KLM en in de holding met Air France de tweede man na Spinetta, zei daar deze week interessante dingen over. „Die verklaring moesten wij pro forma uitgeven. In werkelijkheid zeiden we binnen de onderneming tegen elkaar: ‘Hoi, er is grote interesse voor het aandeel, de koers stijgt’. Maar dit is luchtvaartpolitiek, geen economische logica. Volgens de Conventie van Chicago [uit 1944, red.] moeten luchtvaartmaatschappijen nationaal bezit zijn in juridische zin. Ook KLM is nog Nederlands. Dit is een achterhaald scenario, dat in de praktijk weinig relevantie meer heeft, want de aandelenpakketten zijn internationaal verspreid. In de Verenigde Staten mogen buitenlanders maximaal maar 25 procent van een luchtvaartmaatschappij in handen hebben. Ook dat is in feite flauwekul. Het gaat niet om eigendom en nationaliteit, maar om hoe invulling aan de onderneming wordt gegeven. KLM had aan het eind, vóór de fusie, meer dan 50 procent Amerikaanse aandeelhouders.”

Voor het aandeel Air France-KLM is de komende tijd van belang hoe het nieuws over Alitalia zich zal ontwikkelen. De berichten uit de politieke hoek waren op dit gebied gisteren gunstig. De Franse president Jacques Chirac bezocht de Italiaanse premier Romano Prodi. Een mogelijk samengaan van Air France-KLM met Alitalia stond op de agenda.

Even leek het erop dat de politiek weer boven de luchtvaartlogica zou worden geplaatst, in de terminologie van Leo Van Wijk. Maar dat gebeurde niet. De twee politici bespraken de luchtvaart kort en zeiden de beslissingen verder aan de private sector te willen overlaten. In de aansluitende persconferentie zei Chirac: „Er is sprake van twee private ondernemingen. Ik zou het toejuichen als ze dichter tot elkaar komen. Maar laat de bedrijven zelf de situatie analyseren.” Dit moet Van Wijk als muziek in de oren klinken, want dat is precies wat Air France-KLM en andere ondernemingen wensen: laat de markt de gang van zaken maar bepalen.

Problemen met de positie van aandeelhouders in de luchtvaart speelt zich deze dagen ook af aan de andere kant van de wereld. In Australië heeft een consortium van de Macquarie Bank en de Amerikaanse durfkapitalist TPG (Texas Pacific Group) een bod uitgebracht op luchtvaartmaatschappij Qantas. Hoewel een bedrag niet werd genoemd, nemen analisten aan dat de overnamesom ongeveer 6,6 miljard euro zou bedragen. Maar ook hier ligt een politieke barrière. Qantas is een voormalig staatsbedrijf. Bij de privatisering werd vastgelegd dat het bedrijf voor hooguit 49 procent eigendom mag zijn van buitenlandse investeerders. John Howard, de Australische premier, zei gisteren dat zijn regering niet van plan is deze regels aan te passen. Qantas moet Australisch blijven, net zoals Air France Frans en KLM Nederlands moet blijven. Politiek boven economische logica.