ADO

Een kleine tien jaar geleden zei Henk Houwaart mij dat hij dolgraag trainer van ADO Den Haag zou zijn. Het tot Belg genaturaliseerde straatjochie uit de Schilderswijk had heimwee naar zijn stad. En naar het kerkhof van zijn ouders die heel vroeg gestorven waren. Naar het Zuiderpark, vooral. Henk Houwaart is deze week aangetreden als coach van de Belgische provincieclub Sint-Truiden. Het ontslag van Frans Adelaar kwam net iets te laat.

Wie is Henk Houwaart? Nederlander dus, ooit speler van FC Twente. Een ontdekking van Ernst Happel die het welgeteld één keer tot Oranje bracht. Genereuze middenvelder. Hij woont meer dan dertig jaar in België, maar heeft niet ingeboet in poldergenetica. Onvervalst Haags accent, lef bij de beesten, gecomponeerd naar humor en avontuur van de straat. Geheel vrij van schuld en spijt.

Houwaart was in de jaren zeventig dé vedette van Club Brugge en in de jaren tachtig dé coach van Club. Als trainer ging hij zijn spelers voor in feest en vertier. Dagelijks. Maar hij kon ook van doodgeboren mummies splijtende spitsen maken. Zijn handelsmerk: levensvreugde tussen bal en man. En ook: geluk is geen lot, geluk is een feest.

Henk deed sappige uitspraken van vóór het Co Adriaanse-cabaret: „Tik-Tak kun je leren, Tak-Tiek niet.” Toen ik hem leerde kennen, was hij trainer van FC Harelbeke. Belgische eerste divisie. Hij kraaide ongegeneerd: „Ik eet elke dag een kreeftje met de voorzitter, ik drink elke dag champagne. Belastingen? Nooit betaald”. Wel rijden in de grootste Mercedes natuurlijk: België!

Frans Adelaar had het deze week moeilijk. Dat kwam hij met zoveel woorden vertellen bij Pauw & Witteman. Het is altijd verdacht als sportlieden zich verplaatsen naar achtergrondrubrieken bij de publieke omroep. Het begint en eindigt in mekkeren om respect en medelijden. Adelaar was een prima televisieslachtoffer. Bedreigd, beledigd, gevonnist door het plebs. Het enige wat nog in de plooi lag, was zijn coiffure. Frans Adelaar: de lijdende kerk van FC Nederland.

Henk Houwaart zou dat anders hebben aangepakt. Biertje, grapje, schouderklop. Zeker geen larmoyant gezeik over vrouw en kinderen. De blues als kunst, niet als verweer. Juist een club als ADO Den Haag, met een verleden zwart als Irak, heeft zo’n flierefluiterige type nodig. Maar in Nederland hoort een coach lucht te geven aan de adem van bijbelse teksten. Leven is een ernstige zaak, voetballen is nog ernstiger. Kan iemand zich herinneren dat hij of zij Ronald Koeman heeft zien schateren? Of Erwin? Of Fred Rutten? Of Foeke Booy? Om over Louis van Gaal maar te zwijgen. Het Nederlandse voetbal is ChristenUnie geworden, met dank ook aan Marco van Basten.

Daar worden supporters agressief van. Verliezen alla, maar geef er dan de draai van joie de vivre aan. Van het laatste heeft Frans Adelaar nog nooit gehoord. Hij weet nauwelijks of hij van voren of van achteren leeft. Zijn coiffure geeft daar alvast geen uitsluitsel over.

Frans zei dat hij zich op die zwarte zondag kleiner had gemaakt dan hij was. Hij was in de dug-out als een dood vogeltje weggevlucht in de foetushouding. Dat kun je in Venlo, maar niet in Den Haag. Een trainer die niet trouw blijft aan zijn eigen bravoure in het Sodom en Gomorra van het Nederlandse voetbal – bij ADO dus – roept revanche over zich af. Daar hoef je niet voor te hebben doorgestudeerd, al helemaal niet in Zeist.

De verontwaardiging was groot na de bestorming van het veld door de ADO-supporters tijdens de wedstrijd tegen Vitesse. Misschien was medelijden meer op zijn plaats. De ADO-aanhang is geboetseerd naar de club: een ongeleid projectiel. Behalve als het om centen en winsten gaat. Dan zijn de bestuurders van een futuristische way of life.

Hebben we de KNVB al gehoord over het zoveelste wangedrag? Wat moet er nog gebeuren voor een eredivisieclub gewoon geschrapt wordt uit de competitie? Henk Kesler zou het, bij god, niet weten. Benk Korthals heeft nog nooit van een eredivisieclub gehoord. Hockey of voetbal, wat maakt het uit?

Sinds jaar en dag wordt ADO Den Haag aangemerkt als het Screbrenica van de nationale competitie. Overste Karremans kijkt glimlachend toe. Uiteraard ongeschonden in eer en reputatie. Doe mij dan maar Henk Houwaart, jongen uit de Schilderswijk. Voor het eerst zou het Zuiderpark zich krullen naar schater en plezier. Naar kreeft en champagne.