Zinloze seks

‘Openbaringen’ is ....

Het was levende geschiedenis, die uitzending vorige week van Sonja Barend over seks op de Nederlandse televisie. Alle stadia kwamen voorbij, in chronologische volgorde. In de jaren zeventig heerste het ideaal van de eeuwigdurende emancipatie: seks moest niet langer schuldbewust zijn, je moest de mensen juist laten zien hoe speels en leuk het kon zijn. Daarnaast kwam het vooral op voorlichting aan, er moest gesproken worden over hoe het zat en hoe het moest – zodat je al die christelijke fatsoensrakkers kon laten zien dat je het uit verantwoordelijkheidsgevoel deed; geheel verantwoord sprak Joop van Tijn dan ook voor het eerst het woord ‘neuken’ op tv uit. Vervolgens, in de jaren tachtig, toen de seksuele emancipatie praktisch voltooid was en seks niet langer per se bevrijdend hoefde te zijn, liet de televisie zien dat je ook best romantisch kon seksen: alles mocht, maar je hoefde niks. Toen volgde de cynische periode, waarin Menno Buch ons burgerlijke rariteiten voorschotelde, heel veel ranzig vlees uit de voorsteden. Nu is de beurt aan oudere jongeren, die in het hopeloos in zichzelf verwarde programma Spuiten en slikken inspelen op ons verlangen naar onverantwoordelijkheid en vervolgens na ieder quasi-extreem experiment een heel serieus gezicht trekken: alles mag, maar je moet wel even weten hoe het moet – om blijvend letsel te voorkomen.

Het programma was Nederland in een notendop: eerst het vooruitgangsideaal, vervolgens de bestendiging, en daarna het cynisme en de verveling. Het zou een bedaagde boel geworden zijn, weer een voorbeeld van zo’n het-was-me-wat-programma, als de Meiden van Halal tijdens de opnames niet ontzet waren weggelopen. Waarom ze in de studio zaten, deze drie alomtegenwoordige mediamoslima’s, werd niet duidelijk, ze waren weg voordat ze bij Sonja konden aanschuiven. Achteraf wilden ze haar nog wel tekst en uitleg geven over hun vertrek: ze waren onpasselijk geworden van al het bonkende vlees. Ze kozen ervoor niet met zulke beelde n geconfronteerd te worden. Dat was hun goed recht, verklaarden ze, en dat recht eisten ze hierbij op – ook voor de niet-moslims die vonden dat dit soort dingen eenvoudigweg niet konden op televisie.

Op dat moment openbaarde zich een heus dilemma. Tijdens sommige seksfragmenten, zoals die van het prostaatmelken van een man door een man in Spuiten en slikken, had Barend zelf al laten merken dat het van haar niet zo hoefde. De vadsige vrouw die jaren terug heel even berucht was geweest doordat ze in Sex voor de Buch met haar vriend voor een wigwam aan indianenseks had gedaan, werd door de presentatrice streng toegesproken – de vrouw had in die tijd een dochter van tien, wat kreeg die niet allemaal op het schoolplein te verduren? Seks moest kunnen, maar moest het ook op televisie? De presentatrice van Spuiten en slikken, Sophie Hilbrand, had al toegegeven dat sommige scènes uit haar eigen programma persoonlijk niets voor haar waren. Ze kon dan ook helemaal niet uitleggen wat nu eigenlijk het uitgangspunt was, waarom ze in hun programma bijvoorbeeld Filemon Wesselink halfnaakt in een bad van vla lieten worstelen met een dikke vrouw met enorme blote borsten – die trouwens weer de vrouw van de indianenseks uit Seks voor de Buch bleek te zijn.

Het gesprekje achteraf met de rood aangelopen Meiden van Halal kun je symbolisch opvatten voor het dilemma waar Nederland op dit moment voor staat: het dilemma van de moraal. Ogenschijnlijk willen de meiden hetzelfde als zoveel nieuw-conservatieve Nederlanders: afstand nemen van de drogreden dat alles moet kunnen omdat het mag. Dat ze uit Barends programma waren weggelopen, kon in het discussieforum van de Vara dan ook op veel bijval rekenen van moeders die ook niet wilden dat hun kinderen zomaar met al die zinloze seks werden geconfronteerd. De cynische losbandigheid van de vrouw van de indianenseks stond tegenover het houvast van de streng afgebakende moraal van de moslimzussen. Zo gezien leken de Meiden van Halal ineens niet meer te staan voor de donkere krachten van een rigide godsdienst die het op onze westerse vrijheden hadden gemunt, maar voor een hernieuwd moreel besef. Als je zou moeten kiezen tussen hen en de achterlijke vrouw van de indianenseks – het was ineens niet zo gemakkelijk meer.

Alleen – het werd niet helemaal duidelijk waarom de Meiden van Halal nu precies waren weggelopen. In de uitzending van Barend kwam de regisseur van hun eigen programma vertellen dat de meiden in eigen kring erg veel last hadden gehad van hun uitzending over de gay-parade. Ze hadden een homo een hand gegeven! De brutale Meiden van Halal hadden toen spijt gekregen van hun voortvarendheid. Achter hun zelfbewuste persoonlijke moraal ging kennelijk een beklemmende groepsmoraal schuil, die geen onderscheid maakte tussen prostaatmelken op televisie en homoseksualiteit an sich, het was allemaal verderfelijk.

Hier was helemaal geen sprake van een nieuwe moraal, die grenzen stelde in een grenzeloze samenleving, maar van een angstvallige benepenheid die wanhopig de menselijke natuur probeerde te ontkennen. Zo gezien leken die assertieve meiden behoorlijk hypocriet. In een interview in het boekje Haat & liefde; homoseksualiteit in multicultureel Nederland spreekt een van hen, Jihad, onverbloemd de taal van de schijnheiligheid: ‘Ons geloof erkent homoseksualiteit niet. Iemand kan die gevoelens hebben. Dat kan. Dat is niet erg. Maar het is een beproeving. Die kun je onderdrukken. Dat soort gevoelens wordt versterkt door televisie en reclame.’ Verder heeft Jihad niets tegen homo’s. ‘Wij wonen in een democratisch land, dus homoseksualiteit kan hier. Maar de moslimhomo bestaat niet.’

Die moslimhomo bestaat natuurlijk wel, de Meiden van Halal zijn zeker lang niet in Marokko geweest. Het is de hypocriete kletskoek waarmee iedere streng gelovige zichzelf overeind probeert te houden tussen dogma en realiteit.

In de uitzending van Sonja Barend regeerde de morele verwarring: de adepten van de seksuele emancipatie, die zelf ook zo hun vraagtekens hadden bij de zinloze seks van Buch en BNN, schoten in een reflex toen ze geconfronteerd werden met de ontzetting van de Halal-meiden. Die meiden hadden nog een lange weg te gaan, maar uiteindelijk zouden ze de totale seksuele vrijheid wel moeten omarmen – zijzelf waren die weg immers ook gegaan. Misschien moesten ze eerst voorzichtig in eigen kring beginnen met een voorzichtig voorlichtingsprogramma, werd er geopperd, prostaatmelken was misschien een te grote stap ineens.

De eigen onvrede met het mechanische exhibitionisme van Spuiten en slikken werd weggemoffeld in naam van de emancipatiegedachte. Bij de Meiden van Halal was het andersom: zij beriepen zich juist op de behoefte aan een nieuwe moraal, de noodzaak om zelf grenzen te trekken – en moffelden de verwarring en worsteling in eigen kring weg, waar men nog stevig in de tang wordt gehouden door eer en schaamte. Beide groepen gijzelen elkaar, beide bezweren hun eigen twijfels door naar de onvolkomenheid van de ander te wijzen. Dat is het echte multiculturele drama.