‘Ze moeten Libanon met rust laten’

Stevent Libanon af op een nieuwe burgeroorlog? Maha, de ideale moslima in westerse ogen, moet er niet aan denken. „Waarom laten ze ons niet met rust?”, verzucht ze.

Puur Libanees, zo omschrijft Maha Itani (52) zichzelf. Haar moeder is christelijk, haar vader een moslim, net als zijzelf. Haar twee sunnitische zusters zijn getrouwd met respectievelijk een christen en een shi’iet. Diversiteit is volgens haar een zegen, want „wij vieren in de familie ramadan en kerstmis. Het kan niet op met al die feestdagen”.

Verscheidenheid is volgens deze manager van Middle Eastern Airlines een godsgeschenk, want harmonie regeert in haar uitgebreide familie. Maar haar land met achttien religieuze denominaties, tientallen politieke partijen en een bloedig verleden lijkt drie maanden na afloop van de Israëlische aanvalscampagne, af te stevenen op „een zeer zware storm”.

Deze prognose is van het particuliere televisiestation Al-Muqtabal (De Waarheid) van de gelijknamige beweging van de familie van de vermoorde oud-premier Hariri. Elke beschouwing van de doorgaans partijdige Libanese mediacommentatoren begint met de vraag of Libanon na de zoveelste politieke moord aan de rand van de afgrond staat en de daarop volgende vraag wiens schuld dat is.

Met haar dochter Mira heeft Maha Itani de demonstratieve begrafenis van Pierre Gemayel bijgewoond. Met de jonge Gemayel had zij niets. „Ik vond hem eigenlijk een verwend, rijk jongetje.” Toch is ze gekomen, omdat zij net als honderdduizend anderen ‘de onafhankelijkheids-intifadah’ steunt en aanhanger is van de beweging die nu wordt geleid door Saad Hariri, de zoon van de vermoorde sunnitische ex-premier.

Maha is niet onder de indruk van de bijeenkomst. De snelheid waarmee de mensen huiswaarts keren na de speeches vindt zij een veeg teken. „Het lijkt wel of er veel mensen zijn, maar als Hezbollah een demonstratie organiseert is de opkomst meestal veel groter.”

Maar daar gaat het nu niet om. Zij maakt zich zorgen. Toch zegt ze: „Een nieuwe burgeroorlog? Dat kan en dat wil ik niet geloven. We hebben net de oorlog met Israël achter de rug.”

Nog steeds zijn in Beiroet de fysieke herinneringen niet uitgewist aan de complexe burgeroorlog die het land van 1975 tot 1990 teisterde – bewoonde en onbewoonde appartementengebouwen met kogelgaten, een verwoeste moskee, een leeg hotel met de sporen van mortierinslagen. De wederopbouw is vergevorderd, maar vooral in de armere, shi’itische buurten zijn nog veel met onkruid overwoekerde puinhopen te zien.

„Iedereen van 25 jaar en ouder herinnert zich die vreselijke tijd. Ik ken niemand die terugverlangt naar die jaren”, verzucht Maha. „Libanon is het land waar Syrië, Iran, Amerika en Israël hun conflicten uitvechten. We zijn hun speelterreintje. Waarom laten zij ons niet met rust?”

Syrië en Iran steunen de fundamentalistische moslimbeweging Hezbollah (Partij van God) en daarom, denkt zij, steunden de Verenigde Staten afgelopen zomer de Israëlische aanvallen op haar stad en zuidelijk Libanon.

Maha: „Ik ben wat de Amerikanen de ideale moslima noemen. Ik ben gematigd. Ik haat Hezbollah want ik ik vrees de dag dat ik gedwongen word een chador te dragen. Ik houd van een glas wijn en ik ben helemaal voor democratie. Maar ik haat Israël en Amerika net zo erg als ik Hezbollah verafschuw. Hezbollah haten betekent niet automatisch van Amerika en Israël houden. De burgeroorlog was vreselijk, maar de oorlog van afgelopen zomer zullen we ook niet snel vergeten. Dat Amerika dat heeft toegestaan, begrijp ik nog altijd niet.”

Dit is een wijdverbreid sentiment onder de christelijke en sunnitische demonstranten op het Martelarenplein van Beiroet. Iran en Syrië worden door velen op één lijn gesteld met Amerika en Israël: buitenlandse machten die via hun zetbazen de toekomst van Libanon bepalen. De Amerikaanse neoconservatieve theorie dat democratische hervormingen in het Midden-Oosten zullen leiden tot vrede en uiteindelijk aanvaarding van de joodse staat door de Arabische wereld lijkt ook in Libanon te worden gelogenstraft.

De weerzin tegen de moordenaars van Gemayel en Hariri mag groot zijn, als Israël ter sprake komt raakt ook de meest gematigde Libanees van de kook. De verzekering van premier Olmert dat Israël vrede wil sluiten met Libanon wordt simpelweg niet geloofd. Niet alleen wegens de laatste oorlog, maar ook de herinnering aan de Israëlische bezetting die in 2000 abrupt eindigde is nog vers. „Wij zullen het laatste Arabische land zijn dat vrede sluit met Israël”, zegt Maha premier Fouad Siniora na. „Ik schrik nog steeds wakker als ik het lawaai van naderende vliegtuigen hoor.” Doodsangsten heeft zij uitgestaan tijdens de bombardementsvluchten van Israëlische F-16’s. „Hoe heeft Bush die altijd zegt ons te steunen dat kunnen toestaan?”

Dochter Mira (1982) mengt zich in het gesprek. Zij wil het liefst meteen na haar studie medicijnen weg uit Libanon om te gaan werken in Europa of Amerika. In Libanon is er te weinig werk en zij wil zich specialiseren als kinderarts. De Libanese politiek met zijn vaak ondoorgrondelijke en verlammende wendingen kan haar in de verste verte niet boeien. Het armworstelen van Hezbollah-leider Nasrallah met premier Siniora over de vraag wie het in Libanon voor het zeggen heeft, volgt zij met veel dédain.

Van het christelijke kamp, dat verdeeld is in elkaar bestrijdende anti- en pro-Syrische groepen, weet zij alleen dat president Emile Lahoud een „Syrische zetbaas” is en volgens haar moeder dus moet aftreden. Libanese politiek is voor haar een zaak van oude mannen.

„Het is hier altijd crisis. Als er geen oorlog is, dan zijn er politieke moorden en als er geen politieke moorden en demonstraties zijn, dan is er oorlog. Er verandert nooit iets in Libanon”, zegt zij.

Voor Mira is de burgeroorlog een vage herinnering. Maar zij kan op grond van de verhalen van haar ouders en grootouders niet geloven dat er ook maar één politicus, clanhoofd of religieuze leider is die Libanon opnieuw in een burgeroorlog wil storten. „Maar het lijkt wel of iedereen in Libanon en vooral al die oude mannen niet zonder een oorlog kunnen leven. Ik denk wel eens dat zij verslaafd zijn aan oorlog, aan de politiek, de macht en al die aandacht van de media.”

Het is eigenlijk dus de schuld van de media, zegt zij lachend. Want „jullie zijn net zo verslaafd, hè?”