Wraak houdt cyclus Iraaks geweld op gang

In de strijd tussen shï’ieten en sunnieten in Irak maakt elke nieuwe aanslag de noodzaak van wraak op de ander dwingender. Het Iraakse leger staat machteloos.

De shi’ieten van Sadr City rouwen vandaag om de slachtoffers van de zwaarste aanslag in Irak – meer dan 200 doden, wordt nu in Bagdad gezegd – sinds Amerikaanse en Britse troepen in maart 2003 het land binnenvielen. Maar intussen is de vergelding al begonnen tegen sunnieten, die als daders worden aangemerkt.

Wraak is een belangrijke drijfkracht geworden van het Iraakse geweld. „Elke keer dat er een sensationele gebeurtenis is, begint de hele sektarische cyclus opnieuw”, zei de Amerikaanse legerwoordvoerder generaal-majoor Caldwell enkele dagen geleden tegen The New York Times. Shi’ieten doden sunnieten en vice versa en elke nieuwe aanslag maakt noodzaak van wraak op de ander dwingender.

Kort na de aanslag werd de sunnitische Abu Hanifamoskee door mortiergranaten vanuit Sadr City getroffen. Dit is het belangrijkste heiligdom van de sunnieten in Bagdad. Bij twee andere mortieraanvallen op sunnitische buurten vielen negen doden. Het is niet duidelijk of de zelfmoordaanslag die vanochtend 22 levens eiste in Tal Afar wraak is voor Sadr City of onderdeel van een lokale vergeldingscyclus.

Sunnitische, shi’itische en Koerdische politieke leiders riepen gisteren dringend op tot kalmte en eenheid. Maar de ‘regering van nationale eenheid’ heeft in het halfjaar van haar bestaan niets gedaan om te verhinderen dat het land in burgeroorlog afgleed. Shi’itische milities, voorop het Leger van de Mahdi van Muqtada Sadr, zijn nu voor het grootste deel van de doden verantwoordelijk. Maar de shi’itische premier Maliki is niet in staat de milities te ontmantelen omdat ze zijn verbonden met machtige politieke leiders binnen zijn regering – onder wie Muqtada Sadr. De shi’itische burgers, die van het gemengde Bagdad nog meer dan die van het homogene zuiden, beschouwen de milities ook als bescherming tegen de sunnieten. De aanslag in Sadr City, bolwerk van het Leger van de Mahdi, onderstreept voor hen eens te meer dat het Iraakse leger niet bij machte is hen te beschermen.

De huidige burgeroorlog werd achteraf gezien op 22 februari ontketend door de aan sunnieten toegeschreven aanslag op de Gouden Moskee in Samarra, een van de belangrijkste shi’itische heiligdommen in Irak. Een golf van moorden volgde op sunnitische burgers waarbij volgens getuigen met name Muqtada Sadrs strijders waren betrokken. In één week zouden meer dan 1.300 mensen zijn vermoord.

De aanslag in Sadr City is kennelijk onderdeel van het sunnitische antwoord op de ontvoering door Muqtada Sadrs militie van 100 tot 150 employés van het (sunnitische) ministerie van Hoger Onderwijs. Binnen de regering wordt sindsdien geruzied of alle gijzelaars weer vrij zijn (ja, aldus de shi’itische ministers, nee, nog zestig worden vermist, aldus de sunnieten). Sindsdien is een serie aanvallen uitgevoerd op het ministerie van Gezondheid, dat door Muqtada Sadr wordt beheerst. Een onderminister is ontvoerd, een aanslag op een andere onderminister mislukte. Gisteren vielen dertig sunnitische strijders met mortieren en machinegeweren het ministerie aan. Het Amerikaanse leger moest ingrijpen omdat het Iraakse leger niet reageerde op verzoeken om hulp.