Winnaars hebben niets met Europa

Alle winnaars van woensdag hebben weinig met Europa op. Het fundament onder de Nederlandse Europa-politiek is verder aangetast.

„Buitengewoon zorgelijk en uiterst riskant.” Zo omschrijven Mendeltje van Keulen en Jan Rood van Instiuut Clingendael de uitslag van de verkiezingen voor de Nederlandse Europa-politiek. De beide onderzoekers van de Haagse denktank voor internationale betrekkingen vonden het al teleurstellend dat Europa in de verkiezingsprogramma’s nauwelijks aan bod kwam.

Die teleurstelling is sinds woensdag alleen maar gegroeid. De vier partijen die wonnen – SP, Partij voor de Vrijheid, Christenunie en Partij voor de Dieren – staan alle vier zeer gereserveerd dan wel ronduit afwijzend tegenover Europese integratie. En de drie grote partijen in het politieke midden – CDA, PvdA en VVD – hebben verloren.

Wat betekent dat?

Rood: „Dat de schade van het ‘nee’ tegen de Europese Grondwet nóg moeilijker valt te herstellen. Politici zouden daarin het voortouw moeten nemen, maar zij lijden bijna collectief aan eurolethargie. De winnende partijen zijn, in het beste geval, huiverig jegens Europa, sommige willen ook bestaande afspraken terugdraaien. Hun winst zal zich, hoe dan ook, vertalen in grotere terughoudendheid in de Nederlandse Europa-politiek.”

Wat is daar mis mee?

Van Keulen: „Nederland kan zich dat helemaal niet permitteren. We zijn in Europa onderling nauw met elkaar verweven, en sterk van elkaar afhankelijk, niet alleen economisch. Wie daar zijn ogen voor sluit, handelt niet in het belang van het land. Bovendien, Nederland heeft zijn Europese partners een antwoord beloofd na het ‘nee’ van vorig jaar. Zij hadden er begrip voor dat we een denkpauze nodig hadden, maar hun geduld raakt een keer op. Zestien landen hebben inmiddels geratificeerd. Zij willen verder. Zij pikken het niet dat Nederland niks doet.”

Is het onwil of onvermogen?

Rood: „Beide. Nauwere samenwerking is op sommige terreinen noodzaak. Politie, justitie, veiligheid, immigratie, energie. Dat biedt, mits doordacht en evenwichtig, ook evidente voordelen. Maar daar hoor je in Den Haag bijna nooit meer iemand over. Toen Wouter Bos op tv werd gevraagd premier Balkenende een compliment te maken, antwoordde Bos dat hij het zo goed vond dat Balkenende erin geslaagd was ‘onze’ financiële bijdrage aan de Europese begroting te verlagen. God bewaar me! Hij had er, als rechtgeaard sociaal-democraat, toch op zijn minst aan mogen toevoegen, dat de coalities van Balkenende er niet in geslaagd zijn de uitbreiding van de Europese Unie naar Oost-Europa als een succes en een overwinning van de democratie te presenteren – want dat is ze.”

Hoe riskant is het stilzwijgen?

Van Keulen: „De perceptie in Den Haag is: ‘Europa? Afblijven, electoraal gevaarlijk’. Maar ze beseffen niet dat Nederland daardoor steeds geïsoleerder raakt en dat het steeds moeilijker wordt daar nog uit te komen.”

Noorwegen en Zwitserland doen ook niet mee, en ze varen daar wel bij.

Rood: „Kom nou. Sorry hoor, maar ze houden zichzelf voor de gek. Ze laven zich aan de illusie van soevereiniteit, maar in werkelijkheid drijven ze passief mee met Europa, zonder er enige invloed op uit te kunnen oefenen. Wil Nederland dat? Ik kan het me nauwelijks voorstellen.”