Weg Sint

Ik was zo opgewonden over de intocht van Sinterklaas dat ik de nacht ervoor niet in slaap kon komen. In het duister lag ik maar te tobben in mijn bedje. Zou de Sint wel aardig voor me zijn? Ook als hij erachter zou komen dat ik in 2006 een paar keer heel erg stout was geweest? En zou ik wel genoeg mooie cadeaus krijgen? Zoals een dierenencyclopedie en een speelkasteel? Ik was zo zenuwachtig dat ik niet eens meer aan het meisje met de leuke ogen dacht, op wie ik al een half jaar verliefd was.

Op de middag van de intocht ging ik met mijn moeder naar de binnenstad, waar de Sinterklaasstoet doorheen zou trekken. Het was er al een heel feest. De ene drumband na de andere kwam voorbij. En overal stonden kinderen met zelfgemaakte mijters of zwartepietenpetten op. O, wat was het een vrolijke boel. Maar wat duurde het lang voordat Sinterklaas kwam!

Omdat ik niet genoeg geslapen had, werd ik na een uur of zo ineens heel erg moe. Ik kon mijn ogen bijna niet meer open houden. Gelukkig zat ik op de schouders van mijn moeder en kon ik lekker wegdommelen op de maat van de Sinterklaasliedjes.

Toen hoorde ik mijn moeder zeggen: „Kom, we gaan naar huis.” En ze tilde me van haar schouders en zette me weer op mijn eigen benen.

„Maar Sinterklaas dan?” riep ik onthutst.

„Sinterklaas?” zei mijn moeder. „Die is toch allang voorbijgekomen?”

Ik begon nu ineens over mijn hele lijfje te gloeien en voelde tranen opkomen. Maar ik hield ze in, want ik wilde geen kind meer zijn. Heel in de verte zag ik nog een paar pieten lopen. Van de Sint was geen spoor meer te bekennen.