Wanneer lopen die klotekinderjaren af?

Jáchym Topol Foto Leo van Velzen Wassenaar,01/11/04. Jachym Topol, schrijver. Writer in residence bij het Nias. Foto Leo van Velzen/Nrc.Hb. Velzen, Leo van

Jáchym Topol: Spoelen met teerzeep. Vertaald door Evert de Bruin. Ambo, 255 blz. € 19,95

De onlangs vertaalde roman Spoelen met teerzeep van Jáchym Topol speelt zich af tegen de achtergrond van de Praagse Lente. Dat is meteen ook de meest concrete uitspraak die je over de datering van de roman kunt doen.

Dat komt enerzijds omdat Topol de gebeurtenissen laat bekijken door de ogen van een ongeveer tienjarige jongen, een beproefd procédé, waaraan Topol zijn eigen uitwerking geeft. De chaotische, onbegrijpelijke wereld waarin Ilja opgroeit is in wezen ook voor volwassenen net zo chaotisch en even onbegrijpelijk. Keer op keer verandert zijn toevluchtsoord in een plek van dood en verderf, van geweld en verraad. Niemand ontsnapt aan de lange arm van de geschiedenis, ook niet als je in een gehucht als Sirem, midden in de bossen van oostelijk Tsjechoslowakije bent geboren.

Ilja’s toevluchtsoord is achtereenvolgens ‘het huis van blauw bloed’, zijn geboortehuis, een gesticht voor ‘uitschot, bastaards, psychopaten, zonen van hoeren en buitenlanders’, waar door communisten uit hun klooster verdreven nonnen de scepter voeren, en de kazerne van de Russische Fedotkin-pelotons. Steeds gaat het om hetzelfde landhuis, dat, al naar gelang de heerser, voor andere doeleinden wordt ingezet, terwijl de bewoners dezelfden blijven. Genoeg chaos om ieder vertrouwen in de voortgang van de mensheid of in wat voor continuïteit dan ook, voorgoed teniet te doen.

Topol geeft z’n lezer slechts mondjesmaat informatie over zijn hoofdpersoon, over zijn afkomst, over zijn dorp en de militaire en politieke ontwikkelingen die zich op de achtergrond afspelen. Zijn zwarte humor en voorkeur voor hilarisch commentaar werkt vaak ontregelend.

Pas laat in het boek begrijp je dat het landhuis waar een groot deel van het verhaal zich afspeelt het geboortehuis van Ilja is, dat hij de zoon is van de aristocraat die over de streek heerste, dat hij in zijn privé-vliegtuigje op de vlucht sloeg toen de Russen al te dichtbij kwamen en om het leven kwam bij de crash die volgde. Ilja en zijn geestelijk en lichamelijk gehandicapte broertje overleefden het ongeluk en werden opgevangen door hun bedienden.

De communisten veranderden het landhuis in een weeshuis. Nonnen voerden er de scepter over verweesde jongens, zonen van verdreven of gedode anticommunisten, die te horen kregen dat ze door hun ouders in de steek waren gelaten en tot het uitschot van de natie behoorden. Catechese, bijbellezing en gezang waren het parool en de mond spoelen met teerzeep was de straf voor wie op een leugen betrapt werd – een echte, een nieuwe of een oude, al naargelang de voortschrijding van het herschrijven van de geschiedenis.

Dan worden de nonnen door soldaten afgevoerd en treedt er een nieuw regime aan: Russische militairen zullen de door de nonnen geïndoctrineerde en week gemaakte jongens wel eens heropvoeden tot echte mannen die in staat zijn het Russische volk te dienen. Militaire technieken worden aangeleerd, vaardigheden met hamer en beitel, observatie, fysieke training en kaartlezen staan op het lesprogramma. Verhalen over de goelag en ‘over de kling gejaagde Germanen’, liquidaties en het Handboek voor infanterie vervangen de verhalen over zondeval en paradijs. Al snel zijn de weesjongens omgeschoold en gevormd tot professionele aanvals-, verdedigings- en sabotagepelotons.

Inmiddels komt het Tsjechoslowaakse volk in opstand en organiseert zich in dorpen op het platteland. In kelders wordt Vrouwe Tsjechië geëerd en de roep om ‘de brul van de Tsjechische leeuw’ weerklinkt. Oude mythologie rond wolf, dinosaurus- dan wel drakenei wordt van stal gehaald om de natie geestelijk te steunen. Ilja belandt in een eenzaam ronddolende Russische tankcolonne met een wel heel bizarre, speciale opdracht. De militairen moeten namelijk een Oost-Duits circus bevrijden, dat model staat voor de nieuwe heilstaat, maar dat omsingeld is door Tsjechische bendes. De actie komt te laat, getuige een onthoofde giraf, een gedood nijlpaard en enkele afgesneden berenkoppen.

Terwijl Ilja fungeert als tolk, als sabotagespecialist en als dubbelspion, moet hij ook nog volwassen zien te worden. ‘Ik was nog geen man, ik was enkel een kind, en daar had ik zo langzamerhand nou wel tabak van.’ En later in het boek: ‘Ik vroeg me af wanneer mijn klotekinderjaren afgelopen waren en hoe het daarna zou zijn.’ Huilen als een kind moet tussen de bedrijven door. ‘Ik jankte nu, want tijdens de opmars van onze tankcolonne of tijdens het veroveren van verzetshaarden was daar geen tijd voor en er was vooral geen tijd om de beelden die in je kop opdoemden te volgen.’

Volwassen worden gaat bij Topol zo: ‘Dit is het ergste. De hele tijd raak ik wel iemand kwijt. Niet om de hoek van een gang of achter een boom of zo. De mensen zijn plotseling voor altijd weg.’

Topol heeft niet aan historische geschiedschrijving gedaan, geen beeld geschetst van een cruciale periode uit de Tsjechische geschiedenis, hij heeft niet willen afrekenen, geen statement willen maken. Hij heeft gedaan wat, volgens Milan Kundera, de taak is van de roman, namelijk ‘laten zien en laten ontdekken wat alleen de roman kan laten zien’. In het geval van Spoelen met teerzeep is dat het beeld van een jongen zonder toevluchtsoord, in een chaos van geweld en oorlog en de desondanks schitterende tragiek die daaruit voortvloeit.

Topol heeft zichzelf overtroffen.