Waits

Orphans, de nieuwe Tom Waits gekocht, en er drie uur naar geluisterd.

Ik was het aanvankelijk niet van plan, maar mijn platenboer (mag ik dat woord nog gebruiken?) haalde me over. „Schitterende muziek, echte Waits, en deze limited edition in dat mooie boekje is maar een poosje verkrijgbaar.”

Dan durf je geen nee meer te zeggen, vooral niet tegen de snob in jezelf, ook al kon zijn latere werk me niet meer erg bekoren. Zijn vorige cd, Real Gone, was de eerste die ik niet kocht. Ik heb daar toen een stukje over geschreven – zeer tot verdriet van een aantal Waits-fans.

Ik heb Waits vanaf het begin van zijn carrière gevolgd, zoals mag blijken uit de eerste recensie (van Closing Time) in Rolling Stone van 26 april 1973, die ik trouw heb bewaard. De recensent, Stephen Holden, vergelijkt Waits met Loudon Wainwright, ook een Amerikaanse singer-songwriter. Hij heeft een lichte voorkeur voor Wainwright, „die een meer subtiele variatie van tragikomedie biedt”.

We weten hoe het is afgelopen. Waits is wereldberoemd geworden, Wainwright sukkelt met een gitaar op zijn rug van het ene kleine theater naar het andere, zijn zoon Rufus is bekender.

Toch vind ik Wainwright nog steeds de betere songwriter, en Orphans bevestigt me weer in die overtuiging. Het is een box die drie cd’s in evenzovele stijlen bevat. Op de eerste cd (‘Brawlers’) brult hij, op de tweede (‘Bawlers’) zingt hij en op de derde (‘Bastards’) fluistert hij. De zingende Waits is mij het liefst. Gelukkig bevat ‘Bawlers’ een aantal goede liedjes (World Keeps Turning, Tell It To Me), hoewel ze het niveau van een aantal prachtige songs uit het begin en het midden van zijn carrière niet halen.

Ik mis, in toenemende mate, iets bij Waits.

Toen ik al die vierenvijftig songs van Orphans had beluisterd, en daarbij nog eens allerlei interviews – ook van vroeger – met hem had nagelezen, besefte ik meer dan ooit tevoren dat ik na al die jaren nog steeds vrijwel niets van hem afweet. Als persoon blijft hij zoveel mogelijk buiten schot. Noch in die interviews, noch in zijn liedjes geeft hij zichzelf bloot.

Dat is uiteraard zijn goed recht, maar het houdt voor de teksten wel een beperking in. Ze gaan erg vaak over zelfkantachtige onderwerpen – en zo langzamerhand ben ik daar wel op uitgeluisterd. Toen hij als artiest nog in de grote stad (Los Angeles) leefde, putte hij zijn materiaal daaruit. Dat gaf zijn werk een bepaalde authenticiteit. Maar sinds hij zich met zijn gezin op het platteland heeft teruggetrokken, gebeurt er in zijn teksten, afgezien van een enkele protestsong, weinig spannends meer.

Artiesten als Randy Newman, John Lennon, Joni Mitchell, Bob Dylan, Loudon Wainwright en Bram Vermeulen (Leve Nederland!) geven mij het gevoel dat ze me een kijkje in hun ziel bieden. Dat heb ik bij Waits te weinig. Hij houdt de wereld, en daarmee ook de luisteraar, op grote afstand. Het geeft zijn werk een zekere steriliteit, iets saais ook, althans voor mij, want wie ben ik? – één luisteraar.

Slechts af en toe lichten er in Orphans nog zinnen op die ik meteen wilde overschrijven, zoals deze in Jayne’s Blue Wish:

Life’s a path lit only

by the light of those I’ve loved.