Trendy hoeft niet van Fred

Fred de la Bretonière is al dertig jaar schoenenkoning van Nederland.

Het geheim van zijn succes? Niets veranderen.

Na de kunstacademie wilde hij graag schilder worden. Maar die carrière bleek niet voor hem weggelegd. Bij toeval ontdekte Fred de la Bretonière (Amsterdam, 1944) dat hij beschikte over een ander talent: het ontwerpen van schoenen en tassen.

Zo’n 35 jaar geleden vond De la Bretonière bij het opruimen van een oude werkplaats een kistje met leren polsbandjes van voor de oorlog. Om wat geld te verdienen, verkocht hij de bandjes aan winkels. Toen de voorraad op was, versneed hij een oud leren jack, en maakte hij de bandjes zelf. De la Bretonière experimenteerde verder, en maakte riemen, toen tassen, daarna sandalen en klompen. De klompen maakte hij met een lijmspuit en wat spijkertjes ter plekke voor klanten op maat. In 1970 opende hij zijn eerste winkel.

Nu maakt Fred de la Bretonière nog altijd tassen, riemen en schoenen. De sandalen en klompen hebben plaatsgemaakt voor ‘gewone’ schoenen. En hij is uitgegroeid tot een van de meest bekendste schoenontwerpers van Nederland. In 1976 werd hij uitgeroepen tot de beste schoenen- en tassenontwerper van het land; zijn werk is behalve in de zeven winkels die zijn naam dragen ook zien in het Haagse Gemeentemuseum en het Utrechtse Textielhuis. Binnenkort opent er een winkel van ‘Fred’ in Antwerpen.

Dat De la Bretonière zich al die jaren staande heeft weten te houden is opmerkelijk, want zijn spullen niet reuze excentriek of enorm trendy. Op zijn schoenen geen grote hippe gespen of kitscherige knopen. Geen enorme hakken of extreem spitsige punten. En geen plastic.

Fred de la Bretonière houdt van leer, plantaardig gelooid leer. Leer dat er na verloop van tijd steeds mooier gaat uitzien, vertelt hij in zijn ontwerpstudio in Amsterdam-Zuid. Om hem heen liggen en staan tientallen paren schoenen, sommige van wel dertig jaar geleden. Maar dat wordt pas duidelijk als De la Bretonière het er zelf bij zegt: zijn ontwerpstijl is tijdloos, degelijk en nonchalant. Hier en daar een slangenprint, een ponystofje met haartjes of een asymmetrische band over de wreef, maar over het algemeen houdt hij het rustig, eenvoudig en subtiel.

De la Bretonière laat zich niet verleiden door modetrends, zegt hij. Veel van zijn ontwerpen zijn sinds 1971 nauwelijks veranderd. „Ik borduur al jaren voort op hetzelfde idee.”

En dat is nu precies zijn kracht. Zijn klanten houden niet van veel verandering. „Ze blijven bij dingen die hen bevallen.” Neem zijn tijdloze, onveranderde tas ‘het Mariannetje’ uit 1973, die het nog steeds goed doet. Of zijn ballerina’s (instappers, voor de winter verkrijgbaar met een iets dikkere zool). Zijn ‘Goodyear’ laarzen. Of de ‘shabbies’, een tijdloze laars naar een ontwerp uit 1980 van vettig leer met een schacht die je kan omslaan.

De spullen van Fred de la Bretonière zijn niet goedkoop: prijzen variëren van honderd tot vijfhonderd euro. Maar aangezien de schoenen zo tijdloos zijn, kun je ze jarenlang blijven dragen.

Het is niet zo dat De la Bretonière helemaal níets verandert. „Ik ben altijd op zoek naar iets nieuws”, zegt hij. „Maar subtiel.” Hij maakt kleine aanpassingen of toevoegingen, „zodat het spannend blijft”. Deze kerst verkoopt hij „feestelijke” ballerina’s met glitters. En zijn nieuwste schoenencollectie heeft een antieke look: het leer heeft kreukels en zwarte vegen. Daarvoor is het drie keer met de hand beschilderd. Best gewaagd, vindt De la Bretonière. „Mijn klanten zouden erover kunnen vallen: dat er soms aan de ene kant wel een veeg zit, en aan de andere niet.”

De la Bretonière besteedt veel zorg aan het idee achter zijn schoenen. „Elk ontwerp heeft een ziel”, zegt hij. Het gaat bij hem, zoals het een echte ontwerper betaamt, dan ook niet om zozeer om de productie, maar om de filosofie. En die luidt: For every sole a soul. „Mijn spullen moeten je persoonlijkheid verrijken en een deel van jezelf worden. Net als een spijkerbroek die je, naarmate je hem meer hebt gedragen, steeds dierbaarder wordt.”