Tl-buizen, voor 100 euro per stuk

De jonge kunstenaars van de Rijksakademie kunnen tijdens de Open Ateliers rekenen op veel belangstelling. Galeriehouders en verzamelaars zoeken er naar jong talent. Dat heeft één probleem: „Met wie moet ik in zee gaan?”

Pere Llobera's atelier Foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen Amsterdam, 22-11-06. Rijksakademie, Open Ateliers. Kunstenaar Pere Llobera. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

AMSTERDAM, 24 NOV. - In het atelier van Pere Llobera (1970) op de Rijksakademie in Amsterdam klinkt keiharde Spaanse rockmuziek uit een gettoblaster. Langs de wanden zijn tientallen kartonnen dozen neergezet als een soort tribune. Ertegenover staat een spreekgestoelte met microfoon, ook van karton. Het geheel is, als een soort Droste-effect, vastgelegd op een schilderij dat in de andere hoek van het atelier te vinden is.

De kunstenaar zelf staat trots naast zijn schildersezel om tekst en uitleg te geven. „Ik had een visioen van deze opstelling”, vertelt Llobera. ,,Maar ik kon het niet schilderen. Toen ben ik het maar gaan bouwen. Het is mijn eerste installatie. Een vreemde zijsprong in mijn oeuvre, die ik nu verder wil onderzoeken.”

Onderzoek, experiment, ontwikkeling – daarom draait het op de Rijksakademie, het instituut waar ieder jaar vijftig uitverkorenen uit heel de wereld de kans krijgen hun kunstenaarschap uit te diepen. Twee jaar lang kunnen ze ongestoord werken in een eigen atelier, hebben ze de beschikking over technische faciliteiten en worden ze begeleid door een internationaal team van kunstenaars. „Het is een ongelofelijke ervaring”, zegt Llobera, die zijn eerste jaar er bijna op heeft zitten. „In mijn atelier in Barcelona gebeurde nooit wat. Hier heb je contact met collega’s uit twintig landen. Ik ben al door diverse galeries benaderd. Ik heb maar één probleem: dat ik nu moet kiezen met wie ik in zee ga.”

Traditiegetrouw presenteren de deelnemers eens per jaar hun werk aan het publiek tijdens de Open Ateliers. Dit weekeinde zullen enkele duizenden bezoekers langs de ateliers trekken, die stuk voor stuk zijn ingericht als kleine solotentoonstellingen. Onder hen veel galeriehouders op zoek naar nieuw talent en verzamelaars op zoek naar nieuwe aanwinsten. De Open Ateliers vormen voor de jonge kunstenaars dé gelegenheid om te netwerken. En dus loop je tijdens de previewdagen diverse keren tegen een dichte deur aan, omdat de residerende kunstenaar ‘in bespreking’ is.

Sommige kunstenaars zijn al in een eerder stadium ontdekt. Zo kan Fernando Sánchez Castillo uit Spanje, die een zwarte Mercedes cabriolet met daarin een bronzen adelaar onder de ingangspoort van de Rijksakademie heeft geparkeerd, vol trots melden dat zijn werk ook in het Stedelijk Museum van Schiedam wordt getoond. En gaat de film Nummer zeven van Guido van der Werve, over een aandoenlijke poging een meteoriet met een zelfgemaakte raket terug de ruimte in te schieten, gelijktijdig in Bureau Amsterdam in première.

De meeste ateliers zijn uiterst professioneel ingericht. Films en video’s – ook dit jaar hebben die weer de overhand – worden op groot scherm vertoond in verduisterde minibioscoopjes. Schilderijen hangen tegen spierwitte wanden. En een enkel atelier, dat van de Belgische kunstenaar Steve van den Bosch, is conceptueel leeg gelaten. Daar hangt alleen een papiertje dat uitlegt dat de twaalf tl-buizen die de ruimte verlichten, en die met een X gemarkeerd zijn, als een editie te koop zijn voor honderd euro per stuk. Wie omhoog kijkt ziet inderdaad twaalf tl-balken. En ja, op alle buizen staat met zwarte stift een zwart kruisje geschreven.

De verwachtingen van de kunstwereld zijn hoog en de jonge deelnemers doen hard hun best daaraan te voldoen. Maar het is allemaal net wat te braaf, te netjes, te serieus. Je mist de gekte. De Oostenrijkse kunstenaar Michaela Frühwirth komt in de buurt, met haar wandvullende tekening van een rotslandschap dat zo extreem gedetailleerd in beeld is gebracht dat je nauwelijks kunt voorstellen dat zoiets met potlood gemaakt kan zijn. Haar werk grenst aan bezetenheid. En ook de werkwijze van de Japanner Katsutoshi Yuasa is bovenmenselijk te noemen. Hij maakt oogstrelende houtsnedes die zo gedetailleerd zijn dat ze net foto’s lijken.

Het is opvallend hoeveel kunstenaars dit jaar teruggrijpen op ouderwets handwerk. Er is een prachtig animatiefilmpje te zien van Marco Pando Quevedo uit Peru, die zijn verhalen met een mesje in oude filmrollen krast en zo weer nieuwe beelden creëert. En er is de installatie van de Armeniër Karen Sargsyan, die eigenhandig een heel leger van papieren poppen in elkaar knutselde.

Zelfs de Chinees Liang Shuo, die als performancekunstenaar feitelijk genoeg heeft aan zijn eigen lichaam, schilderde eerst een reusachtig panoramisch decor van een berglandschap. Op gezette tijden neemt hij plaats op een rotsblok, om daar op zijn gemak op een flink stuk bamboe te gaan zitten kauwen. Als iemand hem vraagt naar de betekenis van zijn kunstwerk knaagt hij onverstoorbaar door. Maar even later, als de bezoeker de ruimte verlaten heeft, valt hij toch even uit zijn rol. ,,Ik praat nooit tijdens performances”, fluistert Shuo op bloedserieuze toon. En hij bekrachtigt zijn opmerking door een flinke klodder zaagsel op de grond te spugen.

Open Ateliers. 25 en 26 nov 11-19u in de Rijksakademie, Sarphatistraat 470, Amsterdam. Inl: 020-5270300, www.rijksakademie.nl of www.openateliers.info