Serie aanslagen in Bagdad

Zeker 160 mensen zijn gisteren gedood bij een gecoördineerde serie zelfmoord- en andere aanslagen op de shi’itische sloppenwijk Sadr City in Bagdad. Het was daarmee de bloedigste aanslag in Irak sinds Amerikaanse en Britse troepen het land in 2003 binnenvielen om Saddam Hussein af te zetten.

Het staat vast dat dit bloedbad – dat door de slachtoffers zonder enige twijfel zal worden toegeschreven aan sunnieten – een golf van shi’itische wraak zal ontketenen op sunnieten. Sadr City is het bolwerk van de radicale, anti-Amerikaanse shi’itische geestelijke Muqtada Sadr, wiens Leger van de Mahdi door sunnitische burgers wordt gezien als een verzameling doodseskaders. Als voorzorg zijn direct de luchthavens van Bagdad en Basra tot nader order gesloten en is een uitgaansbod ingesteld.

Meer dan 220 mensen werden bij de aanslag gewond. Minister van Gezondheid Ali al-Shemari zei dat het dodental nog kon stijgen. Hele straten zijn verwoest door de aanslagen – een combinatie van zelfmoord-autobommen en mortieraanvallen, volgens de eerste getuigenissen.

Enkele dagen geleden beaamde de woordvoerder van het Amerikaanse commando in Irak dat wraak een belangrijke aandrijfkracht is geworden van het geweld. „Elke keer dat er een sensationele gebeurtenis is, begint de hele sektarische cyclus opnieuw”, zei generaal-majoor Caldwell.

De ‘sensationele gebeurtenis’ waarmee deze cyclus is begonnen was waarschijnlijk tien dagen geleden de ontvoering door Muqtada Sadrs militie van 100 tot 150 employés en bezoekers van het overwegend sunnitische ministerie van Hoger Onderwijs. Volgens de shi’itische premier was iedereen snel weer vrij, maar het ministerie zegt dat er nog steeds 60 employés zoek zijn. Sindsdien is een shi’itische onderminister van gezondheid ontvoerd, en zijn aanslagen mislukt op twee shi’itische onderministers. Vier dagen geleden werden in het zuiden van Bagdad de lijken van 14 sunnieten gevonden die de avond tevoren door shi’ieten uit hun woningen waren gehaald.