‘Pensioen al lang niet meer vast en zeker’

Nederland wordt rijker en ouder. Ons pensioenstelsel geldt als een van de beste ter wereld. Het spaartegoed van 640 miljard euro is groter dan het nationaal inkomen. Maar wordt dat geld wel goed beheerd?

Meer dan negen van de tien werknemers sparen voor hun pensioen bovenop de AOW bij een pensioenfonds. In de pot zit inmiddels 640 miljard euro. Het bestuur van de fondsen is in handen van werkgevers en vakbonden. Over goed ondernemingsbestuur (corporate governance) zijn inmiddels boekenplanken volgeschreven, maar hoe zit het bij de pensioenfondsen? In zijn inaugurele rede vanmiddag als lector corporate governance aan Hogeschool InHolland voorspelt Jaap Koelewijn een groeiende belangenkloof in de pensioenwereld.

Wat is het belang voor Nederland van goed pensioenfondsbestuur?

„De pensioenwereld bepaalt in toenemende mate ons toekomstig inkomen. Decennialang en zelfs nu nog denken mensen dat hun pensioen vast en zeker is, ongeacht hoe lang zij hebben gewerkt of wanneer ze met werken stoppen. Zij denken dat zij straks 70 procent van hun laatste loon krijgen, en dat die uitkering jaarlijks wordt verhoogd met de gemiddelde loonstijging. Alsof de pensioenfondsen de weduwe van Sarfat zijn die met een kruik olie langs de deuren gaat. Niet dus. Hoe ouder mensen worden, hoe kleiner de mogelijkheden worden om bij tegenvallers de pensioenpremies te verhogen of een ander beleggingsbeleid te voeren. In de toekomst gaan de pensioenfondsen steeds meer hun beleid sturen op de hoogte van de pensioenuitkeringen.”

Worden de pensioengerechtigden gezien het belang van hun pensioenen goed vertegenwoordigd in de besturen?

„Nee. De besturen van de pensioenfondsen bestaan uit vertegenwoordigers van werkgevers en vakbonden. Zij blijken hele perverse prikkels te hebben om hun beleid uit te voeren. Neem de trend van de laatste jaren waarin pensioenfondsen hun verplichtingen zoveel mogelijk afdekken op de financiële markten. Daarmee zet je de mogelijkheid overboord om verantwoorde risico’s te nemen met verantwoorde opbrengsten, die juist voor jongeren cruciaal zijn voor de opbouw van hun pensioen.”

De pensioenwereld is nu een knus gezelschap van werkgevers en vakbonden. U voorspelt steeds meer belangenconflicten. Wie tegen wie?

„Om te beginnen tussen bedrijven die de bulk van de pensioenpremies betalen en de pensioengerechtigden. Het speelt met name bij pensioenfondsen die voor individuele ondernemingen werken, bij fondsen die voor bedrijfstakken werken is er meer afstand tussen het individuele bedrijf en het pensioenfonds. Bij belangenconflicten gaat het om vragen als: hoe lang moet een werkgever hoge of extra hoge premies betalen? Moeten de pensioenuitkeringen wel of niet verhoogd worden met de loongroei, of een jaartje niet als de winst van het bedrijf tegenvalt?

„Tweede tegenstelling. Ouderen kunnen het wel een jaartje hebben als hun pensioen niet wordt verhoogd. Maar jongeren speelt dat de rest van hun leven parten in hun pensioenvorming als dat niet wordt gerepareerd. Ouderen hebben liever dat beleggingsrisico’s worden afgedekt, jongeren hebben de rendementen van die risico’s juist nodig.”

U wilt professionele mensen in de besturen, terwijl zulke professionals bij toezicht op bedrijven – commissarissen – steken hebben laten vallen: explosie topbeloningen, mislukte overnames. Is dit wel een goed idee?

„Het moet duidelijk zijn dat de professionals een opdracht hebben van de pensioengerechtigden. Als de pensioengerechtigden risicodragers worden, zoals aandeelhouders ook risicodragers zijn, dan moeten zij ook het recht hebben bestuurders te benoemen en te ontslaan en hen aansprakelijk stellen bij wanbeheer.”

Maar wie moet dat doen? Welke individuele gepensioneerde wil zoveel inspanningen doen voor het algemeen fondsbelang?

„Het volgende kabinet moet het gemakkelijker maken voor rechthebbenden om als collectief op te treden en schadeclaims te eisen. Zulke mogelijkheden werken op zichzelf al als extra disciplinering voor pensioenbestuurders.”

De pensioenwereld heeft zelf voorstellen gedaan voor beter bestuur die in de wet worden opgenomen. Wat vindt u daarvan?

„Dat verbaast mij. De sector heeft het vraagstuk van disciplinering van bestuurders en controle van hun daden weer een paar jaar vooruitgeschoven. Het is een pyrrusoverwinning. De krachten van het publieke debat, van acties van vakbonden of gepensioneerden en van uitspraken van rechters schieten daar vanzelf gaten in. De maatschappelijke trend is onmiskenbaar: meer openheid, meer disciplinering.”