Openhartige teksten

Davids tweede plaat, The Red Clay Chronicles, is net uit.

„We zijn allemaal beïnvloed door illustere voorgangers.”

„Schrijven doe ik al mijn hele leven”, zegt soulzanger Anthony David op een middag in Amsterdam. „Als kind schreef ik kleine verhaaltjes. Ik hield alles bij, verzamelde gedachten. Maar ik ben er achter gekomen dat mijn poëzie minder indruk maakt wanneer ik die sec voordraag. Dat boeit me dus niet langer. De beste manier om je gedichten en bevindingen te presenteren is op een melodie.”

Het is nog niet zo lang geleden dat de in Savannah, Georgia geboren zanger zijn geluk kwam zoeken in Atlanta. Na een tijd in het leger, hij diende onder meer begin jaren negentig in Irak tijdens Operatie Desert Storm, moest het ‘iets in muziek’ zijn. Een droom die natuurlijk velen najagen. Davis had echter één groot voordeel: hij had al bergen teksten liggen.

Meer zorgen maakte hij zich over zijn zangstem. Dat kwam, aldus David, omdat hij het in het verkeerde genre zocht. „Mijn neef zat bij de a capella en r&b groep Boyz II Men. Dus ik probeerde net zo te zingen, dat was mijn referentiekader. Maar het paste helemaal niet bij mij, het bleef vlak en emotieloos.” Geleidelijk vond hij een eigen bijna bluesy geluid, gelijkend op de zang van Bill Withers, bekend van onder meer de hit Ain’t No Sunshine. „Hij opende mijn ogen. Er waren dus meerdere mogelijkheden met een stem zoals ik die heb.”

Zijn debuut 3 Chords & the Truth kwam uit in 2004, een nagenoeg akoestisch album met daarop zuidelijke groovy soul. Voor de opvolger The Red Clay Chronicles, die voorziet in een fijne frisse combinatie van soul, r&b en hiphop, dook hij in de ritmes van de straat. Zoals in het nummer Kin Folk (dialect voor Kind Folk): een lome snapbeat. The Red Clay Chronicles bevat letterlijk verhaaltjes en observaties uit de rode klei. „Veel van mijn nummers refereren speciaal aan het wonen in Atlanta, Georgia. Heel simpel: onze huizen zijn gebouwd op rode klei. Ik verwijs zowel tekstueel als ritmisch naar de stad waar ik mijn thuis heb gevonden.”

Ook de musici en gastzangers komen allemaal uit Atlanta’s muziekscene. Zoals nu-soulzangeres India.Arie, die hij zijn soulmate noemt. Hij leverde een nummer voor Aries debuutalbum en zong in haar achtergrondkoortjes. „Je kunt gerust stellen dat de vriendschap met India cruciaal is voor mijn carrière. We hebben beiden keihard gewerkt om onze muziek van de grond te krijgen. India kreeg als eerste een platencontract. Zij betrok mij meteen in de opnames en later ging ik mee op tournee. Door haar laat ik nu mijn liedjes horen.”

Ze delen een passie voor jaren zestig en zeventig soulmuziek. En de noodzaak om er in de tekst geen doekjes om te winden. Hoe openhartiger, hoe beter. Los van een paar typische liefdesliedjes bevat de cd ook sociaal bewuste nummers over bijvoorbeeld lokale politiek. David: „Weet je, wat dat betreft is er in de muziek natuurlijk nooit meer echt iets nieuws onder de zon. We proberen ons allemaal zo authentiek mogelijk te presenteren, maar we zijn allemaal beïnvloed door onze illustere voorgangers. Maar je teksten, die maken het verschil. Ze moeten puur en eerlijk zijn wil je een gevoelige snaar raken. Daarom geloof ik niet in oppervlakkige liedjes. Het lúkt me gewoonweg niet ze te zingen.”

Anthony David: The Red Clay Chronicles (Dome Records). http://anthonydavidmusic.com of 30999 naar 7585