Onweerstaanbaar politiek verhaal

Hoe we zelf ook denken over de Nederlandse politiek, voor het buitenland is het een onweerstaanbaar verhaal geworden. Veel drama, kleurrijke personages, en kwesties die er toe doen in de wereld van na ‘11 september’. Geen wonder dat de internationale pers de afgelopen dagen uitgebreid verslag deed van de jongste aflevering in de reeks Nederland op zoek naar zichzelf. Het is een spannend verhaal, en welke kant het opgaat met Nederland heeft ook gevolgen over de grens.

Terwijl we ons hier het hoofd breken over de complexe uitslag van de verkiezingen, kan er voor het buitenland over het resultaat geen misverstand bestaan. Wie wilde weten of Nederland na alle onrust van de afgelopen jaren nu eindelijk weer de oude is, en zijn vertrouwde constructieve rol in de internationale betrekkingen weer kan oppakken, heeft een duidelijk antwoord gekregen. Nee – dat woord bevalt de Nederlandse kiezer nog steeds. Het internationaal en Europees georiënteerde Nederland is niet terug. We zijn nog steeds erg met onszelf bezig en dat zal ook nog wel even zo blijven – welke coalitie er straks ook aantreedt.

Hebben de kiezers in deze handelsnatie hun eigenbelang dan volledig uit het oog verloren? Wat bezielt hen, juist nu internationalisering en globalisering onstuitbaar lijken? „Het electoraat is horendol geworden”, betoogde onze voormalige minister van Buitenlandse Zaken Hans van Mierlo op de verkiezingsavond tegenover een tv-verslaggever. Hij realiseerde zich kennelijk meteen dat je zo niet over de kiezer spreekt, want, zo beschrijft De Groene Amsterdammer: „Dan legt hij zijn hand op de microfoon. ‘Nee, dat doen we even over.’ De verslaggever kijkt verbaasd, maar gaat op het verzoek in. Van Mierlo, in de herhaling: „Het electoraat is op drift”.’

De huidige minister van Buitenlandse Zaken, Ben Bot, legde de uitslag gisteren in The Washington Post zo uit: „Twintig tot 25 procent van de mensen is op zoek naar een nieuw alternatief, maar ze zijn niet goed in staat zich op een coherente manier uit te drukken.” Stemmen op een van de traditionele partijen is coherent, gebruikmaken van de andere mogelijkheden die de democratie biedt kennelijk een stuk minder.

Wat woensdagavond zo hard bij de grote en traditionele partijen aankwam, is niet dat de kiezers hun koers hebben afgekeurd. Het is veel pijnlijker: de politici hebben zó hun best gedaan om mee te buigen met alle stemmingen van de kiezer, en nóg heeft die hen daarvoor niet beloond.

Neem het verlangen van de kiezers om niet steeds lastiggevallen te worden met ‘Brussel’ en vaker een eigen Nederlands geluid in de wereld te horen. Of dat nu realistisch is of niet, minister Bot heeft het al tot zijn beleid gemaakt. Nederland moet zich meer gaan richten op het nationale belang, schrijft hij deze maand in een artikel in de Internationale Spectator. De afgelopen decennia was het buitenlands beleid gebaseerd op samenwerking in internationale organisaties als de Europese Unie, de NAVO en de Verenigde Naties. De gedachte was dat een klein land als Nederland op die manier meer voor elkaar krijgt dan op eigen houtje.

Maar de tijd van ‘het multilateralisme pur sang’, stelt Bot, is voorbij. Er moet meer nadruk komen op ‘specifiek nationale belangen in engere zin’. We moeten ‘onze eigen machtsmiddelen’ – wat die ook mogen zijn – gaan mobiliseren. Dat is een koerscorrectie waar de minister de uitslag van woensdag niet voor nodig had. Hij sluit ermee aan bij het heersende politieke klimaat. Maar hij heeft er ook serieuze argumenten voor.

De internationale verbanden waarop Nederland van oudsher zijn kaarten zette zijn de afgelopen jaren danig verzwakt. De Europese Unie kan het over allerlei belangrijke kwesties onderling niet eens worden. De NAVO heeft aan belang ingeboet na het einde van de Koude Oorlog en de gebleken Amerikaanse voorkeur voor gelegenheidscoalities. En de Verenigde Naties kampen voortdurend met verdeeldheid in de Veiligheidsraad. Bovendien lijdt de Veiligheidsraad steeds meer aan een gebrek aan legitimiteit, omdat een belangrijk deel van de (Derde-) wereld er niet permanent in vertegenwoordigd is.

Tegen die achtergrond van verzwakte instituties doen de grote landen steeds vaker zaken buiten de internationale organisaties om. Dat kan effectiever zijn, maar zet de kleintjes buiten spel. Moeten die dat in arren moede maar accepteren?, vraagt Bot retorisch. Of moeten zij „als een bezetene vasthouden aan puur multilateralisme in de hoop dat de grote mogendheden op een gegeven moment het licht zullen zien? Of moeten zij een sterker nationaal accent zetten?”

We hebben eigenlijk geen andere keus, betoogt Bot, dan te streven naar een combinatie van de laatste twee opties: tegelijk een ‘hernieuwde profilering als soevereine staat’ en blijvende steun aan de organisaties die ‘voor onze veiligheid en welvaart zo belangrijk zijn’. Want we moeten hard werken aan behoud van ‘het merk Nederland’, terwijl de grote problemen in de wereld nu juist meer dan ooit vragen om sterke internationale verbanden.

Maar is zo’n dubbele agenda haalbaar – of, om die bal even terug te spelen, coherent? Het zou mooi zijn. Maar het steunen van Europese en internationale samenwerking kan niet zonder de publieke opinie daar ook warm voor te maken, niet zonder er zo nu en dan ook voor op de bres te gaan staan. Afgeven op ‘Europa’ om te laten zien hoe stevig we werken aan onze nationale ambities, blijft niet zonder gevolgen. Bokkige afzijdigheid bij het Europese project evenmin. Zo’n houding draagt direct bij aan de zobetreurde afbrokkeling van degeloofwaardigheid van ‘Brussel’.

Dat de wereld veranderd is, en daarmee de manier waarop Nederland het best voor zijn belangen kan opkomen, hebben vermoedelijk ook de kiezers ingezien of althans aangevoeld. Ze hebben er alleen sterk uiteenlopende conclusies uit getrokken. Dat maakt het voor politici nu moeilijk om mee te buigen.

Artikel minister Bot via www.nrc.nl/weblog/wereld

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.