‘Mijn Groot Wintervakantieboek’

,,De lezer is het slot, ik heb de sleutel,” zegt Marcel Möring (Enschede,1957) aan de keukentafel van zijn huis in Rotterdam. Een week geleden verscheen zijn langverwachte vierde roman Dis, een complexe roman over twee joodse mannen in het Assen van na de Tweede Wereldoorlog. Het dikke experimentele epos, waaraan de schrijver tien jaar heeft gewerkt, speelt zich af in één nacht (de vooravond van de TT-races van 1980) en zit vol verwijzingen naar de wereldliteratuur. In het voetspoor van de Ierse modernist James Joyce, de renaissancedichter Dante Alighieri en vele andere literaire grootheden vertelt Möring het verhaal van Jakob Noach, die de oorlog overleeft als onderduiker en vervolgens stichter wordt van een vastgoedimperium, en van de veel jongere intellectueel Marcus Kolpa, die na tien jaar terugkeert in de stad waar hij ongelukkig is opgegroeid.

De favoriete boeken van de vrijzinnig-joods opgevoede Möring zijn Ulysses, Joyce’ beschrijving van een stadsodyssee in achttien verschillende stijlen, en de Midrasj, een bonte verzameling joodse vertellingen die commentaar leveren op het Oude Testament. Al zijn romans beschrijven het leven als ‘exodus en odyssee’, of het nu zijn debuut Mendels erfenis (1990) is, waarin een labiele joodse jongen zijn plaats probeert te vinden in de christelijke wereld, of Het grote verlangen (1992), waarin een man zijn leven vóór de dood van zijn ouders probeert te reconstrueren, of In Babylon (1997), over de wederwaardigheden van de joodse familie Hollander.

,,Ik voel me iemand in een lange literaire geschiedenis,” zegt Möring over Dis, dat zijn titel ontleent aan de stad in de hel die Dante en zijn gids Vergilius bezoeken in het Inferno-gedeelte van de Goddelijke komedie. Stof genoeg voor een gesprek, dat net als Dantes hel uiteenvalt in negen delen, en dat uitgaat van de auteurs en boeken die aan de basis liggen van Mörings veelstijlige magnum opus. ,,De lezer is het slot, ik heb de sleutel; maar als het goed is heb ik een loper gemaakt die op heel veel sloten past.”

Marcel Möring: ‘Assen is de hel in mijn roman. Er is – ook letterlijk – een rechtstreekse verbinding tussen Assen en Auschwitz’ Foto Vincent Mentzel Marcel Moring,auteur. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam, 21 november 2006 Mentzel, Vincent

I

James Joyce

,,Aan Dis ben ik begonnen in het jaar dat In Babylon verscheen. Het boek komt voort uit mijn angst om te vervallen in de ‘well-made novel’. Iedereen kan een succesvolle roman schrijven die bestaat uit drie delen – een begin, een midden en een eind, zoals de Engelse schrijver Ford Madox Ford het formuleerde. In In Babylon had ik me al verre gehouden van het ronde einde dat iedereen bij een dergelijke gotische roman verwachtte. Maar nu wilde ik iets schrijven dat mijn verlangen weerspiegelde om terug te keren naar de onbevangenheid die ik als 17-jarige lezer had toen ik schrijvers ontdekte als James Joyce; toen de literatuur één grote atlas was waarin je op iedere omgeslagen pagina een nieuw landschap tegenkwam. Dis moest een boek worden waarin ik de verworvenheden uit de experimentele literatuur – afwijkende vormen, innerlijke monologen, spelletjes met de literaire traditie – zó gebruikte dat nieuwe generaties er plezier aan zouden beleven.

,,Ulysses van Joyce, het behangstalenboek van de literatuur, speelt zich af in Dublin, op één dag; Dis tijdens de Nacht van Assen, het jaarlijkse drink- en knokgelag aan de vooravond van de TT-races. Ik heb gekozen voor het jaar 1980, niet alleen omdat ik het Assen van die tijd goed ken – ik heb er van mijn 11de tot mijn 25ste gewoond – maar ook omdat ik 1980 zie als het jaar waarin de Nederlandse samenleving is gekanteld. Het was de tijd van ‘geen woning geen kroning’; van een hele generatie jongeren die werd geconfronteerd met huizenschaarste en werkloosheid. Dat maakte ook zo’n Nacht van Assen extra explosief.

,,Er is meer dat ik heb ontleend aan Joyce: het wisselen van literaire stijlen bijvoorbeeld, of het feit dat het belangrijkste personage een epiphany, een plotselinge openbaring, beleeft. Dit soort momenten, waarop je je leven ziet zoals het is, komen veel voor in Joyce’ verhalenbundel Dubliners. Ook bij de keuze van mijn hoofdpersonen heb ik me laten inspireren door Joyce. Net als in Ulysses moesten er in Dis twee mannen uit verschillende generaties bij elkaar komen, een vader- en een zoonfiguur. Jakob Noach, de man van de wereld, is mijn Leopold Bloom; Marcus Kolpa, de gekwelde intellectueel, mijn Stephen Dedalus. Beiden zijn ze joods, en dus buitenstaanders in gereformeerd Assen, en toen ik mijn roman herlas kwam ik erachter dat de tekst zelfs de mogelijkheid openlaat dat de vrouwenjager Jakob de natuurlijke vader van Marcus is.”

II

Dantes Inferno III

,,Dis is de naam van de stad in de hel uit Dantes ‘Inferno’, verreweg het interessantste gedeelte van de Divina Commedia – ‘Paradiso’ is niet te lezen zo saai. Ik heb mijn roman verdeeld in tien delen, één meer dan de hel ringen heeft, want de eerste zeventig pagina’s spelen zich buiten de hel van de Nacht van Assen af. Dante schreef zijn Commedia in verzen, net als de ependichters uit de Oudheid. Ik heb dat deels ook gedaan: het eerste en het laatste hoofdstuk plus twee andere passages bestaan uit niet-rijmende dichtregels van ongeveer vijftien lettergrepen met vier klemtonen. De oude Grieken, waar het allemaal vandaan komt, gebruikten de hexameter, maar die werkt slecht in het Nederlands, dus ik heb zelf iets verzonnen. Voor het eerste hoofdstuk wilde ik een metrum hebben dat de lezer zou helpen om de lange, interpunctieloze zinnen tot zich te nemen. Het geeft de vogelvluchtbeschrijving van het leven van Jakob Noach het benodigde tempo.

,,Assen is de hel in Dis, maar het is niet zo dat ik een negatief reisadvies voor de stad af wil geven. Hoewel… Voor iedereen die er opgroeide in mijn tijd wás het de hel: een bekrompen provinciestad waar geen bal te beleven was en waar minderheden – of ze nu joods, Moluks of katholiek waren – ternauwernood gedoogd werden. Ik ben in de jaren tachtig min of meer met pek en veren de stad uitgejaagd, toen ik het gewaagd had om in een krantenstuk vraagtekens te zetten bij de beslissing om een instituut te vernoemen naar een volkskundige die in de Tweede Wereldoorlog nauw met de Duitsers had samengewerkt. Maar dit terzijde; ik had de hel in elk klein plaatsje kunnen situeren waar je mensen kunt laten rondlopen tussen de geesten van het verleden. Assen lag alleen het meest voor de hand.”

IV

Het Oude Testament en

,,Ik ben niet gelovig, maar zonder besef van de Bijbel zou ik niet kunnen schrijven. Stilistisch ben ik er zeer door beïnvloed, vooral door de Statenvertaling, waaruit je veel zinnen in mijn werk kunt terugvinden. Op verhalend niveau hou ik van de plompverlorenheid van het Oude Testament, de krankzinnige dingen die gebeuren zonder dat iemand ervan opkijkt. De Bijbel is, net als Ulysses, een boek waarin alles kan. Het boek Job bijvoorbeeld, hoe verzin je het: een God bewijst zijn grootsheid door een vrome man te ruïneren in het kader van een weddenschap; immoreel maar als verhaal werkt het. Genesis is een boek dat ik had willen schrijven – iedere schrijver wil toch een wereld scheppen en van betekenis voorzien?

,,In Het grote verlangen heb ik gezegd dat literatuur is terug te brengen tot ‘eerst een exodus en dan een odyssee’. Dat geldt voor Dis ook: aan het begin van het boek komt Jakob Noach uit het hol waarin hij ondergedoken heeft gezeten en dat hem op een perverse manier ook geborgenheid bood. Zijn familie is weggevoerd, hij sticht een eigen gezin waaruit hij onontkoombaar wordt weggedreven, en daarna is hij, net als Marcus Kolpa, voor altijd op zoek naar Ithaca, naar een plaats waar hij thuishoort.

,,Het leven van Jakob en Marcus wordt bepaald door het oorlogsverleden van Assen, ‘een op schuld gebouwd stadje in een schuldig landschap’. Van de 600 Assense joden waren er na de oorlog geen 60 over; geen wonder als je kijkt naar het aantal NSB’ers en collaborerende boeren in Drenthe, het Oostenrijk van Nederland. Na de Bezetting veranderde de houding ten opzichte van de jood eigenlijk niet: hij bleef de Ander. Ik herinner me hoe geschokt ik was toen er in de provinciale krant een herdenkingsstuk over kamp Westerbork stond met als kop ‘Als de trein langs kwam, deden we de gordijnen dicht’. Ik weet dat ik het de mensen niet kwalijk mag nemen, maar ik doe het toch. Vandaar dat Assen in Dis de anus mundi, aars van de wereld, wordt genoemd, naar de titel van een beroemd boek over Auschwitz. Er is – ook letterlijk – een rechtstreekse verbinding tussen Assen en Auschwitz.”

V

Strips VI

,,Ik noem Dis voor de grap weleens mijn Groot Wintervakantieboek; ik wilde het volstoppen met zoveel mogelijk verschillende teksten. Niks eenheid van stijl, er worden al veel te veel brave boeken geschreven! Het opvallendst in de roman is de strip van acht pagina’s, getekend door Han Hoogerbrugge. De ballonstrip is voor mijn generatie enorm belangrijk geweest en kon dus niet ontbreken in een boek dat mijn leesgeschiedenis weerspiegelt. Maar het was voor mij ook een handige manier om een kale dialoog in mijn boek op te nemen, zonder dat ik er telkens de namen van de personages bij hoefde te zetten.

,,Voor de andere typografische experimenten in Dis – veelzeggende witregels, stripachtig vormgegeven onomatopeeën, een zwarte bladzijde met witte woorden die Jakobs gedachten beschrijven – heb ik me laten inspireren door vernieuwende dichters als Bert Schierbeek en Paul van Ostaijen. Ik vind het zonde dat met de door hen ontwikkelde technieken tegenwoordig zo weinig gedaan wordt. Je kunt beschrijven hoe het doorelkaargeschetter van popsongs op een kermis klinkt, maar als je de teksten van de liedjes in verschillende groottes en met verschillende lettersoorten op de pagina zet, wordt het allemaal veel directer. Is dat noodzakelijk? Nee, maar er is heel veel niet noodzakelijk.

,,Er staan in de roman twee passages tussen grote haken, mijn manier om als verteller even uit de roman te stappen. De tweede is een pseudo-nieuwsbericht, de eerste is monoloog van de alwetende verteller in de vorm van een hommage aan het proza van Gerrit Krol, ook een held van mijn generatie. Er is geen schrijver die zo goed in staat is om een alinea zó op te bouwen dat de laatste regel de meeste nadruk krijgt; en er zijn er maar weinig die zo effectief gebruikmaken van witregels en alineascheidingen. Iedereen zou De ziekte van Middleton moeten lezen. Ik heb me zeker laten beïnvloeden door Krols Groningse, melancholieke kale toon, al schrijf ik veel zangeriger.”

VIII Samuel Beckett

,,Als je begint te lezen, lijkt Dis een roman te worden over Jakob Noachs vergelding van het onrecht dat de Assenaren zijn familie hebben aangedaan. Maar uitgestelde wraak is meer een thema voor avonturenromans; ik ben geïnteresseerd in de wraak die niet genomen wordt. Jakob is een tragische figuur, omdat hij het te druk heeft met de wederopbouw van zijn leven om nog aan wraak te denken, terwijl hij door zijn wraakgevoelens wel wordt uitgehold. Hij is een figuur zoals die voorkomen in het leestekenloze, ritmische proza van Samuel Beckett, die me eigenlijk nog liever is dan Joyce omdat hij humaner en gevoeliger is. En realistischer. Van Beckett is de uitspraak dat de mens gebaard wordt boven het graf. Er is een beroemd verhaal over een Ierse dichter die aan het eind van Becketts leven bij de schrijver op bezoek ging en onder het genot van een goede sigaar vroeg wat hij mooi vond aan het leven nu hij erop terugkeek. ‘Preciously little’, antwoordde Beckett. Daar ben ik het wel mee eens.”

IX

Marcel Möring

,,Dis gaat niet over mij, maar toch heb ik het beklemmende gevoel dat het mijn meest autobiografische boek is. Kolpa en Noach, de eenzame denker en de man die moeite heeft met de liefde, zijn twee helften van mijn persoonlijkheid. Ook ik heb weinig vertrouwen in de mens of in de liefde en geen geloof in de zin van het leven. Terugkerende zinnetjes in Dis zijn: ‘Niets is belangrijk, alles is niets’, en: ‘Alles is er, en er is niets’. Als je door de hel bent gegaan, en je komt uiteindelijk beneden, dan is dat wat je vindt. Alles stroomt, panta rhei, maar het leidt tot niets. Het leven gaat nergens heen; maar dat neemt niet weg dat ik de plicht voel om me in te spannen. Per slot van rekening wordt het leven de moeite waard door lekkere wijnen, mooie sigaren en goede boeken – en die moeten ook gemaakt worden. Wie in de gevangenis zit, kan ook beter niet alleen maar naar de muur staren tot zijn tijd erop zit.”

Marcel Möring: Dis. De Bezige Bij, 508 blz. €25,–