Links moet zijn hand niet overspelen

Links komt volgens Femke Halsema van GroenLinks ”sterker uit de verkiezingen dan rechts”.

Verliezer Bos van de PvdA kraaide op de verkiezingsavond `victorie` door te zeggen dat dit kabinet in ieder geval niet door kan en dat Nederland heeft gekozen voor een andere koers.

Als oud kiezersonderzoeker zet ik vraagtekens bij deze uitspraken. De partijen die het sociaaleconomisch beleid van het kabinet de afgelopen jaren hebben gesteund zijn CDA, VVD, D66, SGP en Wilders.

Deze partijen vertegenwoordigen tezamen nu 77 zetels, en daarmee een meerderheid van de Nederlandse bevolking.

De linkse partijen behalen met zijn drieën 12 zetels minder, namelijk 65 zetels. De ChristenUnie en de Partij voor de Dieren respectievelijk 6 en 2.

De ChristenUnie is christelijk-sociaal en heeft een eigen profiel. Zij valt noch met de rechtse noch met de linkse partijen op één hoop te gooien.

Zij heeft het kabinet op meerdere financiële en economische punten gesteund waar de `echte` linkse partijen dat niet deden. Zij koos op momenten bewust voor CDA, VVD en D66 en niet voor PvdA, SP en GroenLinks.

Ook nu is de ChristenUnie terughoudend in het eenzijdig affiliëren met links. Rouvoet stelt wel dat het `(christelijk) socialer` moet, maar wel met `behoud van het goede` dat de afgelopen jaren is bereikt.

Links zou er verstandig aan doen om gezien het krachtenveld zijn hand niet te overspelen in de coalitieonderhandelingen en zeker in zijn toon de aversie te matigen tegen een sociaal-economisch beleid dat nog steeds de steun heeft van een meerderheid van de bevolking, middels 77 zetels in de Tweede Kamer.