Laten de winnaars maar betalen

De SP, de partij met de hardste kritiek op het neoliberalisme, is de grote winnaar van de verkiezingen. Toch levert globalisering, behalve meer ongelijkheid, ook welvaart op.

Dakloze in New Delhi, oktober 2006 Foto AFP A homeless man sits in front of a closed shoe-shop, in front of an advertisment featuring the photograph of Indian cricketer Sachin Tendulkar during the first day of protest of a 72-hour traders strike in New Delhi, 30 October 2006. Thousands of shops were shut cross the capital to mark the protests against a Supreme Court order to close businesses deemed illegal under building laws in the federal city-state of 14 million. AFP PHOTO/RAVEENDRAN AFP

Joseph E. Stiglitz: Making Globalization Work. Norton, 292 blz. € 27,50.Vertaald door Ed Lof als Eerlijke globaliserering, Het Spectrum, 360 blz. € 19,95

Barry C. Lynn: End of the Line. The Rise and Coming Fall of the Global Corporation. Doubleday, 260 blz. € 27,95

De rijke landen domineren niet langer alleen de wereldeconomie. De nieuwe economieën leveren inmiddels de helft van de totale productie in de wereld. De integratie van voorheen gesloten economieën zoals China, India en de voormalige Sovjet-landen, heeft tot een verdubbeling geleid van het aantal werknemers dat deel uitmaakt van de mondiale economie tot bijna 3 miljard. Miljoenen mensen in deze opkomende economieën zijn dankzij de vooruitgangsdynamiek van het kapitalisme uit de armoede gehaald. De nieuwe economische spelers consumeren intussen meer dan de helft van de energie in de wereld.

De economische en technologische veranderingen zullen afstanden opnieuw verkleinen waardoor verdere verbetering van productiviteit, levensstandaarden en vermindering van armoede in de wereld mogelijk is. De huidige golf van globalisering zal, anders dan in de late 19de eeuw, evenzeer door de ontwikkelingslanden worden gedomineerd, als door de rijke landen. Het recente bod van 8 miljard dollar van de Indiase staalgigant Tata op bijna de hele staalcapaciteit van Groot-Brittannië en Nederland (Corus) is het begin van een nieuwe fase in de globalisering.

Maar de globalisering heeft twee gezichten, stelt Joseph Stiglitz, Amerikaans econoom aan Columbia University in zijn nieuwste boek Making Globalization Work. Er zijn te veel verliezers, in het Westen en in de ontwikkelingslanden. De radicale reorganisatie van de internationale economie, waarbij het productieproces over allerlei plekken in de wereld wordt verdeeld, om de kosten zo laag mogelijk te houden, boezemt volgens hem steeds meer mensen angst in.

Met zijn nieuwste boek maakt Stiglitz de worsteling duidelijk met een hardnekkig dilemma: zonder kapitalisme kunnen we niet leven, maar met het kapitalisme kunnen we het ook nauwelijks uithouden. Het gaat Stiglitz er niet om stelling te nemen in het debat voor of tegen globalisering. De Amerikaanse econoom, die bij de Wereldbank werkte en lid was van Economische Adviesraad van president Clinton, maakte eerder naam met het kritische boek Globalization and its Discontents (in vertaling verschenen als Perverse globalisering). Dat neemt niet weg dat het positieve potentieel van de globalisering voor Stiglitz onomstreden is. Het proces van integratie van de wereldeconomie is de motor van een groeiende welvaart. Alleen heeft de globalisering een aantal lelijke bijverschijnselen: de balans tussen overheid en de markt is doorgeslagen en dat vindt Stiglitz zorgwekkend.

Te veel mensen raken door het proces van economische integratie gedupeerd. Zo is de armoede in de ontwikkelingslanden de afgelopen twee decennia toegenomen. Zo’n 40 procent, China niet meegerekend, van de wereldbevolking van 6,5 miljard mensen leeft in armoede. Dat was in 1981 nog 36 procent. Een zesde, 877 miljoen mensen, leeft zelfs in extreme armoede (3 procent meer dan in 1981).

Milieuschade

Ook worden veel landen opgezadeld met kostbare schade aan het milieu als gevolg van de razendsnelle economische ontwikkelingen. En het Westen mag welvarender geworden zijn, tegelijkertijd neemt de inkomensongelijkheid verontrustende vormen aan. Stiglitz wijst op de al jaren stagnerende lonen in de Verenigde Staten. Het verplaatsen van productie naar lage-lonenlanden – outsourcing – heeft niet alleen een drukkend effect op de salarissen van minder geschoolde werknemers, ook op die van de middenklasse.

Stiglitz bevindt zich in goed gezelschap. Ook The Economist stelde onlangs in een speciaal nummer over de globalisering vast, dat in alle rijke industrielanden het aandeel van werknemers in het BNP kleiner wordt, terwijl de ‘kapitalisten’ aan de top rijker worden. Ben Bernanke, voorzitter van de centrale bank in de Verenigde Staten, deed eind augustus een opmerkelijke oproep aan Westerse regeringen om ‘mensen te helpen met de ontwrichtingen van de nieuwe concurrentie’ en te zorgen dat ‘de vruchten van de globalisering voldoende worden verdeeld’.

De vrees voor hun baan en voor verlies aan sociale zekerheid speelt steeds meer mensen in het Westen parten. Dat komt vooral door het adembenemende tempo van de huidige economische veranderingen, dat volgens Bernanke veel hoger is dan op enig ander moment in de geschiedenis. Niet alleen werknemers vrezen voor hun toekomst, zoals het personeel bij Flextronics in Venray waar de helft van de 700 banen verdwijnt omdat de productie van kopieerapparaten naar Oekraïne en Mexico wordt verplaatst. Ook Nederlandse bankiers, werkgevers en minister Wijn van Economische Zaken maken zich zorgen over de nieuwe machtsverhoudingen, die in ondernemersland ontstaan, omdat de globalisering een nieuw type financiers (hedge funds) heeft gebaard. Meer dan andere investeerders zijn deze geldschieters uit op snelle winsten en ze schrikken er niet voor terug bedrijven zo nodig in stukken te hakken en als losse onderdelen te verkopen. Hoe innovatief dit optreden in sommige verstarde bedrijfstakken mag uitpakken, het sociale bouwwerk dat een onderneming ook is, wordt in korte tijd volledig op de kop gezet.

Referendum

Dat de reacties op de harde gevolgen van de globalisering politiek verregaand zijn, bleek wel bij het referendum over de Europese grondwet. Voor een meerderheid van de Franse kiezers was de angst voor uitholling van het sociale model een jaar geleden de drijfveer om de grondwet te verwerpen. Ook wakkeren de groeiende inkomensongelijkheid, de radicale herstructurering van het bedrijfsleven en de ondermijning van sociale verhoudingen protectionisme van nationale overheden aan. Precies voor dat gevaar waarschuwt Stiglitz. Voor politici zijn protectionistische maatregelen vaak de gemakkelijkste manier om in te spelen op de angst onder de kiezers voor banenverlies. Dat blijkt uit de toenemende druk in het Amerikaanse Congres om handelsbeperkende maatregelen in te voeren.

Volgens Stiglitz vereisen de nieuwe economische verhoudingen een ingrijpende aanpassing van het economische beleid in de Westerse landen. Overheden reageren volgens hem helemaal niet of verkeerd op de onvoorziene en ongewenste gevolgen van de globalisering. Stiglitz hekelt de jarenlange, eenzijdige nadruk op de liberalisering van de economie. Ook in de ontwikkelingslanden gold de ‘Amerikanisering’ van het economisch beleid met zijn mantra van deregulering, privatisering en slanke overheid de afgelopen decennia als enige recept voor economische groei.

De Amerikaanse econoom ziet maar één middenweg tussen de nadelen van doorgeschoten globalisering en van protectionisme: hervorm de globalisering. Wat bedoelt hij daarmee? Overheden in Europa en Amerika moeten volgens hem de groeiende sociale ongelijkheid in hun samenlevingen niet langer ontkennen. Hij verwijst, zoals veel van zijn vakgenoten, naar Zweden dat een vorm van kapitalisme kent waarin de balans tussen overheid en markt wél evenwichtiger is en hoge economische groei gecombineerd wordt met goede zorg (voor ouderen, kinderen en de gezondheid) en goed onderwijs.

Stiglitz heeft een waslijst van suggesties. Zo moeten werknemers wier baan bedreigd wordt nieuwe kansen krijgen door de noodzakelijke bijscholing. Het sociale vangnet voor de meest kwetsbare groep laaggeschoolden dient te worden versterkt. Hij pleit voor lagere belastingen voor de verliezers van de globalisering, hogere belastingen voor degenen die ervan profiteren, zodat er meer geld is voor sociaal beleid (onderwijs, zorg). Toezichthouders van bedrijven moeten erkennen dat de onderneming niet alleen om de belangen van aandeelhouders draait, maar ook om die van werknemers.

Het is aan de overheid om deze processen via wetgeving slim te sturen, want de overheid blijft ook in de globaliserende samenleving de spil. Maar de staat moet deze macht wel gebruiken. Deze stelling loopt ook als rode draad door het boek van de Amerikaanse econoom en publicist Barry C. Lynn, The End of the Line. The Rise and Coming Fall of the Global Corporation. Lynn analyseert vooral de gevaren en risico’s van de globalisering. Ondernemingen zijn mondiale productienetwerken geworden, die weliswaar een wonder van efficiency zijn, maar door het system van uitbesteding heeft niemand nog greep op het hele proces. Rampen zoals de verwoestende aardbeving in Taiwan in 1999 of de brand in een chipfabriek van Philips in New Mexico leidden ertoe, dat computerconcerns in Zweden en de Verenigde Staten miljoenen schade leden en duizenden werknemers naar huis moesten sturen.

De globalisering, zo betoogt Lynn, stuit op zijn grenzen omdat management en overheden in toenemende mate afhankelijk worden van processen in het buitenland, die ze nauwelijks kunnen beïnvloeden. Dat zet volgens hem ook de economische veiligheid van landen sterk onder druk. Net als Stiglitz vindt Lynn dat overheden de spelregels moeten aanscherpen om de scheve machtsverhoudingen in de economie recht te trekken, maar zonder de kip met de gouden eieren – buitenlandse investeringen, internationale handelsstromen en innovatie – om zeep te helpen. Daarbij doet hij suggesties die variëren van afspraken in collectieve arbeidsovereenkomsten tot beperking van marktaandelen in strategische sectoren voor buitenlandse bedrijven.

Dat de roep om de opbrengst en de kosten van globalisering eerlijker te verdelen ook in Nederland op grote steun kan rekenen, blijkt wel uit de royale winst die de SP woensdag wist binnen te halen. Dat dit geluid zelfs bij het lijfblad van de neoliberalen, The Economist, en de meest vooraanstaande Amerikaanse bankier valt te horen, zou politici aan het denken moeten zetten. Indien geen enkele compensatie wordt geboden om de pijn van globalisering te verzachten, zal de politieke steun voor het proces van economische liberalisering verminderen en de vlucht in protectionisme toenemen. Daarvan is geen land ooit beter geworden. Stiglitz en Lynn schieten in hun reguleringsgeloof soms te ver door – Stiglitz pleit voor een ‘mondiaal sociaal contract’ –, maar voor het noodzakelijke debat hierover leveren zij belangwekkende munitie.