Iraaks parlement luncht stipt om twee uur

Bagdad wordt geteisterd door geweld, maar in de ‘Groene Zone’ leeft het Iraakse parlement in een fantasiewereld.

In de microkosmos van de omheinde en door het Amerikaanse leger beheerste Groene Zone in Bagdad gebruiken de leden van het Iraakse parlement hun lunch altijd om stipt twee uur. Dus ook als er 200 doden vallen in de shi’itische sloppenwijk Sadr City, en als er daarna een mortierregen volgt op een nabijgelegen sunnitische wijk.

Misschien is het een vorm van afleiding van de barbaarse sektarische moorden in de Iraakse hoofdstad dat ze zich buigen over wetsvoorstellen over de begrenzing van moerassen. De enige zekerheden die veel parlementsleden nog hebben in hun politieke bestaan zijn lunch, telefoon en stemmingen over fantasieplannen.

Maar achter die façade steekt de Iraakse realiteit zijn lelijke hoofd op. „De terroristen zitten nu ook hier te lunchen”, zegt het Koerdische, onafhankelijke parlementslid Mahmoud Othman zachtjes en knikt om zich heen in de volle kantine. „Veel mensen in dit parlement hebben banden met de milities in de straten en sturen ze zelfs aan.”

Wat al de ‘oorlog der ministeries’ kan worden genoemd, laat zien dat de breuklijnen van de Iraakse samenleving tot diep in de politiek zijn doorgedrongen. Ministeries, politie, leger en andere overheidsinstellingen zijn militiebases geworden, met aan het hoofd vertegenwoordigers van de verschillende bevolkingsgroepen en religies. Het Amerikaanse plan om Irak te regeren via sektarische vertegenwoordiging in plaats van een sterk centraal gezag heeft een vernietigende uitwerking op de politieke infrastructuur.

Vorige week ontvoerden shi’itische strijders 150 sunnitische ambtenaren van het ministerie van Hoger Onderwijs. Gisteren vielen sunnieten het ministerie van Gezondheid aan, dat wordt gecontroleerd door een aanhanger van de shi’itische krijgsheer Muqtada Sadr. Direct daarop volgde de aanslag in Sadr City.

Twee dagen eerder werd er een niet-ontplofte bom gevonden binnen de Groene Zone in de auto van de sunnitische voorzitter van het Iraakse parlement, de havik Mahmoud al-Mashhadani. Niemand spreekt het hardop uit, maar leden van de lijfwachten van andere Iraakse politici binnen de Groene Zone worden verdacht.

Verscheidene vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap binnen de Groene Zone verwachten dat de Iraakse burgeroorlog snel over de betonnen veiligheidsmuren binnen zal komen. Evacuatieplannen worden constant aangepast. Men vreest wellicht al in januari de Zone te moeten te verlaten wegens de oplaaiende burgeroorlog.

De enige Irakezen met toestemming om de Groene Zone te betreden, zijn allemaal bezig hun eigen vertrek uit Bagdad te plannen. „Alstublieft, helpt u mij”, vraagt de Iraakse journalist Mudhir Ali. „Ik heb vier kinderen. Ik moet weg. Ze zijn al bij me aan de deur geweest om me te vermoorden.” Samen met enkele collega’s gaat Ali nog iedere dag naar het mediacentrum in de Groene Zone. „Dat is veiliger dan buiten, op straat.”

Sinds de Amerikanen het mediacentrum hebben overgedragen aan de Iraakse overheid is het in rap tempo vervallen. [Vervolg IRAK: pagina 5]

IRAK

‘Alles stort ineen, kunt u me helpen?’

[Vervolg van pagina 1] Lichten doen het niet meer, het trappenhuis ligt vol met kapotte gipsplaten en de computers die het nog doen worden bemand door zuchtende Iraakse journalisten. Gisteren is weer een journalist vermoord door een militie. „Alstublieft, ik heb een visum nodig. Alles stort in elkaar. Kunt u me helpen”, vraag Ali dringend.

Een secretaresse van een internationale organisatie woont in een sunnitische wijk naast Sadr City. Ze beleeft de ergste dagen van haar leven. „Het Leger van de Mahdi (de militie van Muqtada Sadr) is vannacht onze buurt binnengetrokken. Er liggen scherpschutters op de daken die gericht op ons schieten. Op dit moment worden er met mortieren vanuit mijn wijk op Sadr City geschoten. Mijn kinderen zijn doodsbang”, zegt de werkneemster, die anoniem wil blijven, door de telefoon. Er is een uitgaansverbod in Bagdad. Alle vluchten zijn geannuleerd. Zodra het verbod wordt opgeheven probeert ze naar Noord-Irak te vluchten. „Ik kan niet meer.”

Iedere Irakees die dagelijks weer de poorten van de Zone verlaat, heeft vreselijke verhalen over de gebeurtenissen in Bagdad. Een bewaker vertelt hoe shi’itische militieleden zijn huis binnenkwamen, zijn oude vader met een geweerkolf in coma sloegen en zijn broer met kogels doorzeefden. „We zijn direct verhuisd naar een sunnitische wijk. Maar hoe lang zijn we daar nog veilig?”

Gisteren deden Koerdische, sunnitische en shi’itische leiders op de Iraakse televisie een oproep tot kalmte. Parlementslid Othman vraagt zich af hoe de situatie ooit weer vrediger kan worden, met deze spiraal van geweld. „De politieke groepen praten niet echt meer met elkaar. De situatie in Irak is nu zo zwart. Er zijn zoveel vreselijke fouten gemaakt”, zegt Othman. Om hem heen schudden de andere parlementariërs elkaar vriendelijk de handen. Zoals alle Iraakse politici weigert Othman het geweld in Irak als burgeroorlog te bestempelen. „Maar dat betekent alleen maar dat het nog erger kan worden dan het nu al is.”