‘Gordijnbonus’ voor partij Geert Wilders

De nieuwe partij van Geert Wilders kreeg in één klap negen zetels in de Tweede Kamer. Maar daarmee voorkwam hij misschien een rechtse meerderheid. ‘Dankzij Wilders is er kans op een progressieve coalitie.’

Geert Wilders, de aanvoerder van de Partij voor de Vrijheid, heeft negen zetels winst geboekt maar hij staat nog steeds waar hij voor 22 november ook stond: aan de zijlijn van het politieke speelveld. Wilders voelt zich genegeerd en verketterd door de „gevestigde orde”.

Wilders heeft, zegt publicist Bart Jan Spruyt, uiteindelijk een groot deel van de ‘kiezer op drift’ weten te vinden. „In opiniepeilingen gaven ze niet aan dat ze op hem zouden stemmen, maar in het stemhokje kleurden ze toch zijn vakje in. De ‘gordijnbonus’, wordt dat al genoemd.”

Wilders zelf heeft een duidelijk beeld van zijn achterban: „Dat zijn heel gewone mensen, werkende mensen”. In februari 2004 had hij ‘zijn aanhang’ zo omschreven: „Doorzonmensen, zeg maar, met een eigen huisje, één luxe vakantie per jaar, actief in het verenigingsleven. Nee, ze wonen niet alleen in Wassenaar of Bloemendaal, ze komen ook uit Almere, Winschoten en mijn eigen Venlo. Heel gewoon allemaal.” Vaak mensen die zelf niet of nauwelijks in contact komen met Nederlanders die van elders komen. Marco Pastors, de aanvoerder van EenNL en zijn concurrent aan de rechterkant, had op die groep onvoldoende aantrekkingskracht. Hij voerde een gematigder campagne dan Wilders. Was veel te vriendelijk, te genuanceerd, menen politiek deskundigen als hoogleraar communicatiewetenschappen Jan Kleinnijenhuis (VU).

In het najaar van 2004 stapte Wilders uit de VVD-fractie en begon hij de Groep Wilders, omdat hij het oneens is met de Turkse toetreding tot de Europese Unie. Bart Jan Spruyt denkt dat Wilders het goed had gezien. „Bij een grote groep burgers leeft nog steeds een fortuynistisch sentiment. Dat heeft een uitlaatklep gevonden bij Jan Marijnissen en Geert Wilders. Wilders is kritisch over Poolse werknemers in Nederland, bijvoorbeeld. In een groot deel van de bevolking leeft dat protectionisme ook sterk, terwijl je veel partijen daar niet over hoort.”

Spruyt, oud-directeur van de conservatieve Edmund Burke Stichting en voormalig journalist van het Reformatorisch Dagblad, was tot deze zomer de ideoloog van de Partij voor de Vrijheid. In augustus stapte hij uit de partij. Met Wilders, zegt hij, viel niet samen te werken. Spruyt hoopte dat Wilders aansluiting zou zoeken met andere rechts-conservatieve politici, zoals Marco Pastors en Joost Eerdmans. Met hen begonnen Wilders en Spruyt te schrijven aan een ‘onafhankelijkheidsverklaring’, een conservatief beginselmanifest. De samenwerking liep op niets uit, volgens Spruyt, destijds, omdat Wilders andere rechtse politici als ‘fortuynistische elementen’ beschouwt. Hij wil daar niet mee worden verbonden.

Wilders schreef zijn eigen beginselmanifest. Er staat onder meer in dat tuchtscholen terug moeten komen, dat islam en democratie ‘onverenigbaar’ zijn, dat rechters zwaarder moeten straffen, dat Nederland uit de Europese Unie moet stappen als Turkije lid wordt, en dat de Antillen het koninkrijk moeten verlaten.

De meeste kiezers zien de PVV als een anti-islampartij, zegt Jan Kleinnijenhuis. Hij veronderstelt dat de verschijning van Wilders, „dat rare haar vooral”, ook een rol speelt bij het succes. Evenals de beveiliging van de lijsttrekker; waar hij komt zie je bewakers met oortjes in, de handen gevouwen voor de buik. Waakzaam om zich heen kijkend. Sinds zijn uitspraken over de islam, de moslims, uitspraken die hijzelf ook hard noemt, wordt Wilders bedreigd. De moord op cineast Theo van Gogh, in november 2004, leverde Wilders succes op in peilingen, maar ook veel meer bedreigingen. „Je ziet dat hij zelf te lijden heeft van zijn opvattingen, dat spreekt mensen aan”, zegt Kleinnijenhuis. Hij verwijst naar de uitspraak van nummer twee op de VVD-lijst Rita Verdonk. „Zij liet vlak voor de verkiezingen weten wel vice-premier te willen worden, waardoor de kiezer dacht dat het toch weer om het baantje ging”. Dat leverde Wilders stemmen op.

Toch heeft het iets ironisch, zegt Bart Jan Spruyt. „Wilders had ook een klapper kunnen maken en vijftien tot twintig zetels kunnen halen. Als hij aan de vorming van een brede, rechtse partij had meegewerkt, had dat gekund. Dan had die partij het CDA en de VVD aan een rechtse meerderheid kunnen helpen.”

Dankzij Wilders, zegt Spruyt, is er kans op een progressieve coalitie. „Stel je voor dat dat een eerste islamitische minister in de West-Europese geschiedenis zou opleveren, PvdA’er Ahmed Aboutaleb. Dan is dat dus mede te danken aan Geerts' besluit om voor zichzelf verder te gaan.”