‘Engagement past niet meer’

De Franse ontwerper Pierre Bernard ontvangt vandaag de Erasmusprijs 2006. Hij is een idealist. Niet dat hij commerciële opdrachten weigert, „maar ze vragen me gewoon niet”.

„Alsof ik de loterij had gewonnen”. Zo voelde grafisch ontwerper Pierre Bernard zich toen hij hoorde dat hij de Erasmusprijs 2006 zou krijgen. Het kwam als een totale verrassing, ook omdat het vak van grafisch ontwerper volgens hem in Frankrijk minder aanzien heeft dan hier. En dan ineens 150.000 euro. „Zelfs mijn studenten in Parijs begrijpen het niet echt.”

Vandaag ontvangt Bernard de prijs op paleis Noordeinde. De Erasmusprijs 2006 heeft als thema ontwerpen voor het publieke domein. Gisteren opende in het Stedelijk Museum een expositie van zijn werk.

Pierre Bernard (1943) is een kleine man met grijs haar en een rond gezicht. Als hij luistert zoeken zijn handen elkaar op. Als hij spreekt bewegen ze snel en sierlijk over tafel. „In het Stedelijk hangt een selectie van mijn werk van 1972 tot nu. Dingen die ik mooi vind.” Er hangen natuurlijk affiches uit zijn tijd bij het grafisch collectief Grapus, zoals het logo van de gevleugelde hand dat hij ontwierp voor de sociale hulporganisatie Secours Populaire Français. Getekende handen zijn een beetje zijn kenmerk. Net als wereldbollen, het gebruik van foto’s en handgeschreven tekst. „En het moet er een beetje slordig uitzien”, vult Bernard aan.

Op de expositie hangen veel van zijn klassiekers, zoals de bekraste wereld met Mickey Mouse-oren en Hitlerlok. „Dat beeld is geladen met het hele vocabulaire van Grapus.” Verder zijn er meer dan zestig affiches te zien en ligt er, in vitrines, onder andere door hem ontworpen briefpapier voor het Louvre.

Eén van de dingen waar Grapus in de jaren zeventig en tachtig om bekend stond, was dat praten over een opdracht belangrijker was dan het resultaat. Niets ging door als het collectief van ontwerpers het niet eens was. Ook met de opdrachtgever werd gediscussieerd. Een affiche kon iedereen voor hem maken, maar wist hij wel wat hij wilde en waar hij eigenlijk voor stond? Bij klanten als de Franse communistische partij CPF en de vakbond CGT leverde het natuurlijk geen echte koerswijzigingen op, maar bij gemeenten en musea werkte het vaak uitstekend.

Grapus eindigde in 1990 toen Bernard een opdracht van het Louvre wilde aanvaarden. De anderen vonden dat een te burgerlijke instelling. Hij vindt dat nog altijd onzin. „Het is het paleis van het volk. Opgericht na de Franse revolutie toen de kunst aan het publiek werd geschonken.” Het collectief spatte uit elkaar en Bernard begon in 1990 met de Nederlanders Dirk Behage en Fokke Draaijer zijn eigen bureau Atelier de Création Graphique. Ook nu spreekt er nog veel idealisme uit zijn werk. Niet dat hij commerciële opdrachten weigert, maar „ze vragen me niet”, zegt hij met een lach. Het Centre Pompidou is zijn belangrijkste klant.

Volgens Bernard past het engagement van toen niet meer bij deze tijd. Hij merkt dat bij zijn studenten. „De tijden zijn erg veranderd. Van 1972 tot 1985 leefden we in Frankrijk in een linkse droom. Het voelde als een renaissance. Maar de socialistische regering wist teleurstellend weinig te realiseren. Daarna veranderden Frankrijk en Europa volkomen. Jonge mensen verloren hun interesse in politiek. Ook de straat veranderde. Er is geen plaats meer voor affiches. Alle ruimte is commercieel geworden.”

Bernard heeft al een bestemming voor in ieder geval een deel van het prijsgeld. Hij wil er een studie naar Grapus mee financieren. „Het is belangrijk dat het onderzoek nu gedaan wordt, we leven allemaal nog.”

Pierre Bernard. T/m 7/1 in Stedelijk Museum CS Amsterdam. Inl. www.stedelijk.nl. Discussie Mind the Gap, 26/11, 13.00 u, Pakhuis de Zwijger, Piet Heinkade 179. www.bno.nl.