Eerdere Laureaten

De Nederlandse Muziekprijs is de hoogste onderscheiding die een klassiek musicus kan krijgen. Jonge musici kunnen zich aanmelden voor de prijs. Na een tweejarige studieperiode wordt vervolgens besloten of de kandidaat de prijs wel of niet verdient. De prijs bestaat dit jaar 25 jaar en werd achttien keer uitgereikt. Ter gelegenheid hiervan verschijnt het boek 25 jaar Nederlandse Muziekprijs 1981-2006, met interviews en geluidsopnamen van alle laureaten en foto’s van hen, gemaakt door Vincent Mentzel, fotograaf van NRC Handelsblad.

Hans Roelofsen, contrabas (1981)

Roelofsen (1950) won als eerste de Muziekprijs, opvolger van de Prix d’Excellence.. „Het was een bezuiniging, maar voor mij de kroon op mijn studie.” Roelofsen zat tot 2004 in het Ned. Phil. Orkest. Nu richt hij zich op kamermuziek en organiseert die muziekavonden in de Tindalvilla in Bussum, waar hij woont.

Ronald Brautigam, piano (1984)

Brautigam (1954): „Door de Muziekprijs kon ik studeren bij Rudolf Serkin. Zijn lessen waren eyeopeners, tot op de dag van vandaag. Hij leerde me vooral jezelf in dienst te stellen van de componist, en gaf daarmee, terugkijkend, indirect ook het startschot voor mijn interesse in oude instrumenten.”

Jard van Nes, mezzosopraan (1984)

Ze heeft afscheid genomen van het concertpodium, alweer vijf jaar geleden. Alt/mezzo Jard van Nes (1948) won de prijs nipt op tijd, op haar 35ste en nadat ze zich na afsluiting van het conservatorium verder had verrijkt met lessen bij onder anderen Christa Ludwig. Van Nes verwierf vooral bekendheid als Mahler-vertolkster, maar zong ook werk van moderne componisten. Nu richt ze zich vooral op jury’s, privélessen en masterclasses.

Wout Oosterkamp, bariton (1985)

„Mijn studeren werd beloond met de Muziekprijs, en in ‘86 werd ik benoemd tot docent aan het conservatorium Den Haag”, memoreert zanger Wout Oosterkamp. Van alle laureaten nam Oosterkamps loopbaan de onverwachtste wending. Na dertig jaar zingen trad hij in 2003 toe tot de Minderbroeders Kapucijnen in Velp. Oosterkamp zingt nu met de broeders; woensdag ging hij nog voor in een sessie ‘zingend bidden en biddend zingen’..

Martyn van den Hoek, piano (1987)

Hij soleerde overal, ook met het Concertgebouworkest, en bracht zo’n 20 cd’s uit. Van den Hoek geeft les in Wenen en Utrecht en richtte een festival in Oostenrijk op. „Door de Muziekprijs kon ik met minder zorgen leven met en door de muziek. Dat dat leven zich meer buiten dan binnen Nederland afspeelt, doet niets af aan mijn dank.”

Olga de Roos, saxofoon (1987)

„Door de prijs was saxofoon plots een serieus instrument, ik soleerde bij vele orkesten”, vertelt De Roos (1958). „Daarna ebde het weg. Concerteren ging ook slecht samen met mijn gezin. Ik ben nu huisvrouw en docent aan de muziekschool Beverwijk. Daar speel ik nog, verder niet. Mijn conditie is weg, maar ik weet nog wel hoe het zou moeten klinken. Niet erg. Ik ben nu rustiger dan toen alles nog draaide om de saxofoon.”

Jacob Slagter, hoorn (1988)

Jacob Slagter studeerde aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag en werd al in 1985 benoemd tot solohoornist van het Koninklijk Concertgebouworkest – een functie die hij nog altijd vervult, naast zijn hoofdvakdocentschap aan het conservatorium in Amsterdam. Slagter is ook actief in de fanfarewereld, als chef-dirigent van het Nederlands Fanfare Orkest en gastdirigent van de Koninklijke Militaire Kapel.

Theodora Geraets , viool (1989)

,,Een enorme eer”, noemt Geraets de prijs. ,,Ik ben trots dat ik hier het hoogste heb gehaald.” Geraets woont in België, is concertmeester van het Limburgs Symphonie Orkest en doceert in Den Haag. „Als solist in Nederland heb ik pech gehad met managers, en de concurrentie is moordend. Maar ik soleer genoeg. Komende zomer in Azië, binnenkort met medelaureaten Brautigam en Viersen. Dan ervaar ik toch een speciale band.”

Jörgen van Rijen, trombone (2004)

Toen Van Rijen (1975) solotrombonist van het Concertgebouworkest werd, was hij 22 en het jongste orkestlid. Naast zijn orkestbaan geeft hij les in Rotterdam en speelt zoveel mogelijk solo of in ensembles als de Ebony Band en het Nieuw Trombone Collectief. Hij gebruikte de prijs onder andere voor interpretatielessen bij Anner Bijlsma.

Janine Jansen, viool (2003)

Van alle laureaten is Jansen (1978) de beroemdste. In het jaar dat ze de prijs ontving („Het lijkt wel een Oscaruitreiking!”), tekende ze ook een platencontract bij Universal. Sindsdien gaat het hard, als soliste, klassieke downloadfavoriet en in kamermuziek. Tussen kerst en oudjaar leidt zij in Utrecht haar eigen kamermuziekfestival, ook al sinds dat sleuteljaar 2003.

Pauline Oostenrijk, hobo (1999)

Oostenrijk (1968) kreeg de Muziekprijs voor haar „elegante spel in de beste Nederlandse traditie”. Ze werkte toen al als soliste, in het Residentie Orkest en als docent (en nog steeds). Oostenrijk treedt op met pianist Ivo Janssen en het Utrecht String Quartet en startte in 2004 het Blazers Kamer Collectief, voor kamermuziek in verschillende blazers bezettingen.

Geert Smits, bariton (1997)

De Limburger Smits (1965) werd geprezen om zijn indrukwekkende podiumaanwezigheid en zijn krachtige stem, en kon dan ook in hetzelfde jaar dat hij de Muziekprijs won aan de slag als ensemblelid van de Wiener Staatsoper. „Mijn ideaal is om freelance twee of drie grote operaproducties per jaar te doen”, zei hij toen. Dat is hem inmiddels gelukt.

Godelieve Schrama, harp (1995)

Godelieve Schrama heeft zich sinds het winnen van de Muziekprijs toegelegd op solospel en kamermuziek. Ze maakt deel uit van het Schönberg Ensemble, gespecialiseerd in de 20ste en 21ste eeuw, en verstrekt opdrachten aan componisten. Sinds 2001 geeft ze ook les in Detmold (Duitsland).

Quirine Viersen, cello (1994)

Viersen (1972) richt zich, anders dan haar vader en eerste leraar Yke Viersen, echt op haar solocarrière. Ze soleerde ondermeer bij de Wiener Philharmoniker o.l.v. Zubin Mehta en het Concertgebouworkest onder Haitink, het St. Petersburg Philharmonic met Gergjev. Ook in kamermuziekverband is ze veelgevraagd. Met pianiste Silke Avenhaus vormt ze sinds tien jaar een succesvol duo.

Manja Smits, harp (1993)

Smits soleerde bij talrijke orkesten. Ze doceert nu aan ArtEZ Hogeschool in Arnhem/Zwolle en was een tijd soloharpiste van het Residentie Orkest. Nu richt ze zich vooral op solospel en kamermuziek, in het Renoir Ensemble, Holland Harp Trio en verschillende duo’s.

Pieter Wispelwey, cello (1992)

Pieter Wispelwey (1962) won de Prijs als eerste cellist. Hij heeft nog steeds nooit gesoleerd bij het Concertgebouworkest. Maar zijn agenda draait wel om soloconcerten, recitals, af en toe een masterclass en cd’s (22 alweer) voor het Nederlandse label Channel Classics.

Arno Bornkamp, saxofoon (1991)

Bornkamp (1959) debuteerde al in 1982 als solist, maar de Muziekprijs stelde hem in staat zich ook te verdiepen in het hedendaagse saxofoonrepertoire; hij bezocht componisten als Luciano Berio en Karlheinz Stockhausen. Nu combineert Bornkamp solo-optredens met kamermuziek; hij maakt deel uit van het Aurelia Saxofoonkwartet en geeft les aan de conservatoria van Amsterdam en Gap (Frankrijk).