Een stevige duw om hockey te verbreden

Om de sport te verbreden stuurt de wereldhockey- bond volgende maand vier Nederlandse coaches op pad: drie naar Afrika, één naar de Caraïben. „Je kan ook niets doen.”

Het klinkt als een leuke schnabbel: terwijl in Nederland de koude en donkere maanden aanbreken zelf op het vliegtuig stappen naar een zonnig oord om daar een week lang hockeytrainingen te verzorgen. Maar als een snoepreis ziet Eric Verboom zijn uitstapje naar Trinidad en Tobago niet. „Er zal toch ook gewerkt moeten worden.”

Verboom, trainer-coach bij hoofdklasser Oranje Zwart, is een van de vier Nederlandse hockeycoaches die volgende maand namens de wereldhockeybond (FIH) ontwikkelingswerk gaat verrichten. Ruim een half jaar staat hij de mannenbondscoach van Trinidad bij met raad en daad, in de hoop dat de eilandengroep zich komende zomer, bij de Pan-Amerikaanse Spelen in Brazilië, plaatst voor een van de olympische kwalificatietoernooien. „Ik ga niet op zijn stoel zitten, ik hoop ze een stevige duw in de rug te geven.”

Ligt Verbooms werkterrein in het Caraïbisch gebied, drie collega’s gaan naar Afrika: Siegfried Aikman (Nigeria), Roger van Gent (Kenia) en Michel van den Heuvel (Ghana). De twee andere door de FIH geadopteerde ‘hockeyontwikkelingslanden met potentie’ zijn Tsjechië en Bangladesh, die bijgestaan worden door respectievelijk een Duitse (Rüdiger Hänel) en een Pakistaanse oud-international (Tahir Zaman). De reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de FIH en de betreffende nationale bond.

„Wij willen onze basis verbreden”, zegt Theo Ykema die, hoewel formeel afgezwaaid, leiding geeft aan de FIH Coaching and Development Committee. Want hockey worstelt met een smalle basis. Niet dat de olympische status in gevaar is, benadrukt de gepensioneerde ingenieur uit Oosterbeek, maar: „Hoe meer competitie, hoe beter, maar als je nu kijkt naar het verschil in niveau tussen de subtop en wat daar achter zit, dan is sprake van een grote kenniskloof.”

Kenia is een voorbeeld van een land dat twintig jaar geleden, met name dankzij de Aziatische immigranten, nog meedeed op het hoogste niveau. Maar gebrek aan financiële middelen hebben de voormalige Britse kolonie in Oost-Afrika ver teruggeworpen. „Van het hedendaagse tophockey hebben ze – met alle respect – geen flauw benul”, zegt Ykema. Met steun van de FIH en het Internationaal Olympisch Comité wordt ’s lands enige kunstgrasveld in de hoofdstad Nairobi nu vervangen.

Wat de sport in Ghana (één zandingestrooid kunstgrasveld, 4.963 geregistreerde hockeyers) voorstelt, weet technisch adviseur Van den Heuvel niet. Sterker nog: „Ik heb eerst de kaart gepakt om te zien waar Ghana überhaupt lag”, lacht de coach van landskampioen Bloemendaal, die niet de illusie heeft dat hij het West-Afrikaanse land klaarstoomt voor de olympische titel in Peking (2008). „Ik kan alleen maar hopen dat de vonk overslaat; dat het technisch kader mijn tips oppikt en dat ze nieuwe, moderne wegen inslaan.”

Die hoop koestert ook Hurley-coach Aikman, die Nigeria (vijf kunstgrasmatten, naar schatting zevenduizend hockeyers) tweemaal zal bezoeken en de selectie in juni naar Nederland haalt voor een trainingsstage, inclusief oefenduels. Het examen volgt medio juli, bij het Afrikaanse pre-olympische kwalificatietoernooi. „Voetbal in Afrika stelde twintig jaar geleden ook niets voor. Maar kijk nu eens: er is geld, kennis en ze mogen in 2010 het WK organiseren.”

Aikman, regiomanager in Hengelo bij uitkeringsinstantie UWV, heeft „behalve het avontuur en de uitdaging” nog één reden om „zo’n beetje al mijn vrije dagen” op te offeren aan Afrika’s volkrijkste natie. „Mijn voorvaderen hebben daar ooit rondgehuppeld, vandaar dat West-Afrika een speciale plek in mijn hart heeft.”

Vraag is hoe zinvol het ontwikkelingsprogramma is, gelet op de korte tijd dat de ‘reddingswerkers’ verbonden zijn aan het hen toegewezen land. Maar van een druppel op een gloeiende plaat wil Ykema noch Aikman spreken. Na jarenlang kunstgrasvelden in den vreemde te hebben aangelegd tegen een gereduceerde prijs is het accent verschoven naar kennisoverdracht. Aikman: „Je kan ook niets doen, maar dan weet je zeker: dan gebeurt er ook niks.”