‘Een roman is altijd politiek’

In zijn grote, derde roman onderzoekt Vikram Chandra de achtergronden van Indiaas geweld en terrorisme. ‘Mijn boek is een post-verlichtingsthriller.’

Het derde boek van de Indiase succesauteur Vikram Chandra wordt verkocht als ‘The Godfather in Mumbai (Bombay)’. Inderdaad: de maffia schiet er in Godenspelen flink op los. Geld, wraak – ze zijn allemaal aanwezig, net als het geloof. Niet het katholicisme van de Italiaanse maffia, maar hindoes tegenover moslims.

Constant aanwezig is ook de angst voor een bomaanslag. Een maffiabaas, Gaitonde geheten, laat zelfs een atoomkelder voor zichzelf bouwen uit vrees voor een aanslag die een goeroe heeft beraamd onder het motto ‘hoe eerder er een einde komt aan de vuiligheid waarin we leven, hoe beter. Denk aan de toekomst’. Behalve spanning voegt dat nog actualiteitswaarde toe, na de bomaanslagen in Mumbai, juli dit jaar. Chandra: „Die bombardementen gaven het boek een onbedoelde, pijnlijke actualiteit mee: internationaal terrorisme en een conflict tussen staten worden heel plaatselijk uitgevochten: dit keer in de metro van Mumbai.”

Godenspelen is dan ook meer dan een rechttoe rechtaan-detective; wat voor de auteur begon met een kleinschalig idee, groeide uit tot een breed onderzoek, waarbij hij greep probeerde te krijgen op internationale politieke verhoudingen, zegt Chandra. „Ik hou erg van de traditionele detectiveroman, als vorm. Daar wilde ik wel iets mee doen, binnenstebuiten keren en transformeren tot een ander niveau. Wanneer je de wereld wilt begrijpen, dan is de detective daarvoor een zeer geschikt middel.

„De gewone detectiveroman begint met een verstoring van het volmaakte universum: meestal in de vorm van een lijk. En dan komt de specialist van buitenaf, die een boek lang bezig is de raadsels op te lossen. Aan het slot weet hij wat er gebeurd is, en is de orde van het universum hersteld; de lezer voelt zich weer veilig. Daarom is de detective een genre dat past binnen het Verlichtingsidee, in die zin dat je ervan uitgaat dat er een verklaring bestaat voor alles wat er gebeurt.”

Dat was bij Godenspelen echter niet Chandra’s bedoeling, legt hij uit. „Zonder dat ik de detective belachelijk heb willen maken, heb ik een andere intentie gehad. De Verlichting is voorbij, het universum in mijn boek wordt niet meer hersteld. Voor mij is mijn boek eerder post-Verlichting. Wat ik heb willen onderzoeken, is welke implicaties een lokale daad internationaal gezien kan hebben. Wat mij interesseert, is hoe vooroordelen elkaar in stand houden en hoe jonge mensen steeds meer gaan geloven in dingen die ze helemaal niet begrijpen. Waarom pleeg je een misdaad in de straten van Mumbai? Je denkt dat je dat weet, maar in feite hebben je daden veel grotere gevolgen.”

Voor zo’n onderzoek is de detectivevorm erg geschikt: „Net als sciencefiction is die directer en urgenter in de beschrijving van wat mensen bezighoudt. Neem het effect van de technologie op het leven, daar dachten sciencefiction-schrijvers veel eerder over na. In de jaren zeventig is al geschreven over de mogelijkheid om vliegtuigen als terroristische wapens te gebruiken. Hetzelfde geldt voor film. In 2000 kwam Mission Kashmir in de bioscoop. Ik heb aan het script meegewerkt en in deze film hebben we de figuur van Osama bin Laden opgevoerd als een bedreigende aanwezigheid, bezig met pogingen om de internationale spanning op te voeren. Fictie geeft je de vrijheid om niet alleen te onderzoeken wat er gebeurd is, maar ook om een stap verder te gaan.’’

En zo is het ook gegaan met Godenspelen. Hierin onderzoekt politieagent Sartadszj Singh de zelfmoord van Gaitonde. Hij komt steeds verder terecht in een wereld van corruptie en machtsmisbruik, totdat hij zelf ook de handen niet meer schoonhoudt. „Ik ben met dit boek begonnen uit nieuwsgierigheid: de misdaad in Mumbai is tot ongekende hoogte gestegen. Halverwege de jaren negentig kon je de krant niet openslaan zonder te lezen ‘vier doden bij schietpartij’ en ‘zes mensen vermoord’. Mijn zwager, die films produceert en regisseert, kreeg een dreigtelefoontje. Een dag later had hij gewapende bodyguards om zich heen. Dat wilde ik begrijpen. Vervolgens ben ik met mensen gaan praten, zowel met politie als met kopstukken uit de onderwereld. Daarbij werd ik telkens doorverwezen naar een andere kring. Dat heeft de structuur van Godenspelen bepaald: plaatselijke gebeurtenissen hebben steeds bredere implicaties.”

Het duidelijkst wordt dat wanneer Gaitonde wordt overrompeld door de aanslagen van 11 september: ‘Ik stelde me voor hoe dat grote web van weerkaatsende gebeurtenissen zich altijd maar verder uitstrekte, altijd maar vuur en water, naar ontbinding, en mijn mond werd droog. Ik steunde op mijn elleboog en pakte mijn water. […] Alle beweging vloeide samen, elke handeling stuurde de volgende aan, en een rimpeling werd een golf, en toen een woeste stroom die zich over de onafwendbare rand van de kloof stortte.’

De aanslagen beschrijven vanuit Aziatisch perspectief was geen bewuste poging tot omdraaiing van ervaring, maar het was wel onvermijdelijk, aldus Chandra. „Ik wist vanaf het begin al dat terrorisme een belangrijke rol zou spelen in mijn boek. 11 september heeft ook de politieke verhoudingen in Zuid-Oost-Azië veranderd. Het klopt dat dat in de literatuur nog niet erg is weerspiegeld, maar ik kon er niet omheen. Dat is ook een voorbeeld van een lokale gebeurtenis met wereldwijde gevolgen. Waar je je fictie ook lokaliseert, het onderwerp van je boek kan overal zijn. 11 september resoneert ook in de straten van Mumbai en dus in Indiase literatuur. Elke roman is inherent politiek, of dat nu de bedoeling was of niet. Dat is geen kwestie van ergens voor of tegen zijn.”

Chandra is er wel van beschuldigd dat hij de lokale kleur misbruikt voor het effect en dat hij zijn romans met typisch Indiase details zou optuigen om ze een exotische smaak te geven voor de Westerse lezer. Onzin, aldus Chandra, en hij verwijst daarbij naar Jorge Luis Borges: „Bij hem komen het plaatselijke, het wereldwijde – en zelfs het eeuwige – samen in dezelfde personages, plaatsen en voorwerpen. Hij creëert zijn eigen wereld en die kan overal resoneren.” Juist dat maken die aanslagen zo pijnlijk duidelijk: „in Mumbai zelf bestaat het contrast tussen de heilige koe en die gruwelijke bomaanslagen.”

Het gaat Chandra te ver om te zeggen dat 11 september de deur openzette voor globalisering in de literatuur: „Je zult een roman uit een andere wereld nooit helemaal begrijpen. Je pikt uit een boek toch altijd wat je uit je eigen context herkent. Dat Indiase romans een steeds breder publiek vinden, komt omdat Indiase schrijvers veel makkelijker het verband leggen tussen het persoonlijke verhaal en de politiek en geschiedenis. Dat gebeurt een beetje op de manier waarop Engelse Victoriaanse schrijvers en hun voorgangers dat deden, die expliciet bepaalde politieke ideeën aanvielen.

„Je ziet dat veel Amerikaanse schrijvers naar binnen vluchten: ze maken de ruimte van hun werk klein en richten zich veel sterker op de eigen, lokale kring. Maar dat lezers je niet begrijpen, is niet het probleem van de schrijver. Ik lees al twintig jaar Amerikaanse fictie, en ik moet nog steeds vragen stellen. En soms weet ik niet dat ik iets mis, en weet ik niet eens dát ik het niet weet. Maar dat geldt voor elke lezer, voor elk boek. In de Verenigde Staten, vooral vóór 11 september, waren de lezers gewend dat de wereld zo gepresenteerd werd dat zij het konden begrijpen. Amerika als de maat der dingen – als ik in een Amerikaans tijdschrift iets schreef, moesten er altijd uitleggende voetnoten bij. Maar het is toch niet erg als ze iets niet begrijpen? De wereld wordt voor Amerikanen veel te veel panklaar gemaakt.”

Vikram Chandra: Godenspelen. Vertaald door Marijke Emeis, Gerda Baardman, Karina van Santen en Martine Vosmaer. Mouria, 944 blz. € 34,90 / € 24,90. Besproken in Boeken, 10.11.06.