Een met de steen

In de befaamde Cardozo Kindersley steenhouwerij in Cambridge wordt de moderne technologie buiten de deur gehouden. De letterhakkers enontwerpers bewerken elke steen nog met de hand. Hun werk moet de eeuwen trotseren.

Tiktiktik, tiktik. Aan drie kanten tegelijk klinkt een beheerst, licht onregelmatig getik, dat af en toe kort wordt onderbroken. Het is het geluid van een rond hamertje op een beitel, die telkens een kleine inkerving maakt in een langwerpig stuk steen. Er gaat iets rustgevends van uit, als van een muziekstuk.

Twee jonge vrouwen en een jonge man werken elk geconcentreerd aan een aparte grafsteen in een hoek van de Cardozo Kindersley Workshop in het Engelse Cambridge. Ze lijken bijna een met de steen, die vlak voor hen op een houten stellage rust. Eén moment van onoplettendheid en er is een bluts, die al het voorgaande werk kan bederven.

Op een stuk zwarte leisteen uit Wales zijn sierlijke letters getekend: Jean Buiter (1950-2005) beloved mother of David & Elizabeth. De eerste letters zijn al in de steen gegraveerd. Met ieder tikje wordt de nagedachtenis aan Jean Buiter definitiever.

Dit atelier zal er dertig jaar geleden niet anders uit hebben gezien dan nu. Die tijdloosheid komt niet alleen door de associatie met de dood, ook de steen draagt er toe bij. „Je hakt in steen omdat je wilt dat iets beklijft”, zegt Lida Lopes Cardozo-Kindersley (52), die de werkplaats leidt. Zo’n steen kan honderden, misschien zelfs duizenden jaren mee.

Deadlines bestaan hier niet, iedereen werkt in zijn eigen tempo. Wat telt, is het eindresultaat. De filosofie van de werkplaats spreekt uit een steen waarin, als in een woordenboek, het lemma ‘manufacture’ wordt weergegeven: ‘maken, oorspronkelijk met de hand maken’, staat er achter. Maar dan volgt, als een bijtende aanklacht tegen de moderne tijd, het tweede deel van het lemma: ‘now usu. by machinery: to produce unintelligently in quantity’. Dat is precies wat Cardozo, een gedreven vrouw die hier al dertig jaar woont en werkt, niet wil. Elke steen, die de werkplaats verlaat, of het nu een grafsteen, zonnewijzer of herdenkingssteen is, heeft iets persoonlijks, alleen al doordat deze met de hand is bewerkt. Daarmee onderscheidt dit atelier zich van de meeste andere, waar de stenen sneller en voor beduidend minder geld met behulp van moderne technologie worden bewerkt.

De Cardozo Kindersley-werkplaats heeft de sympathie van de Britse troonopvolger, prins Charles. „Een ambachtsman die zijn gereedschap ter hand neemt, zal altijd iets unieks vervaardigen”, schreef de prins in het voorwoord van een boekje van Cardozo. „En ambachtslieden kunnen niet worden gefabriceerd”, voegde hij er veelbetekenend aan toe.

Het ambachtelijke was al essentieel voor de oprichter, David Kindersley (1915-1995), een vermaard letterhakker en -ontwerper bij wie Cardozo het vak leerde en die later haar echtgenoot zou worden. Kindersley was op zijn beurt weer getraind door Eric Gill (1882-1940), een excentrieke beeldhouwer, schilder en graveur.

„Zij vonden het belangrijk dat je iets moois maakte en daarbij zoveel mogelijk zelf deed, zonder tussenkomst van machines”, zegt Cardozo, terwijl we op een beschutte bank achter de werkplaats zitten te kijken naar de slagregens van een daverende onweersbui. „Hun filosofie reikte verder dan hun werk: het idee van een samenleving vol gemakken was voor hen taboe. Als het even kon moest je ook je eigen groente verbouwen. Gill wilde de bewerkte stenen zelfs niet per auto vervoeren, dat deed hij met paard en wagen.”

Cardozo zet die traditie

voort, al mist ze de monnikenmentaliteit van haar voorganger Gill, die driemaal daags een gebedsdienst hield in zijn werkplaats. „Gill dacht dat hij als een echte middeleeuwse ambachtsman alles voor God deed”, glimlacht ze. Cardozo, sober gekleed in een grijs shirt en een in de werkplaats besmeurde donkere broek, vertelt: „Zo’n steen die je maakt voor een afgelegen begraafplaats op een heuvel wordt maar door weinigen gezien. Maar hij kan er over 2000 jaar nog altijd zijn. Voor mij is dat een reden er iets bijzonders van te maken. We moeten iets moois achter laten. Wij hebben immers ook inspiratie kunnen putten uit zoveel mooie dingen van vroeger. Daarom streef ik naar perfectie, al weet ik dat die onbereikbaar is.”

De honderden grafstenen die Cardozo bewerkte zijn niet alleen her en der in Engeland, maar ook ver daarbuiten te vinden. Ook maakte ze onder meer een monument in St Paul’s Cathedral voor de Britse militairen die in 1982 sneuvelden in de Falkland-oorlog. Op de universiteitsterreinen van Cambridge en Oxford wemelt het van de gedenkplaten die in haar werkplaats zijn gemaakt. En net als Kindersley leidde Cardozo een hele reeks leerlingen op.

Een van de meest uitdagende opdrachten, die ze nog samen met Kindersley uitvoerde, was de belettering boven de toegangspoort tot het letterparadijs bij uitstek, het nieuwe gebouw van de British Library in Londen. Ook de in brons gegoten deuren in het hek zijn naar hun ontwerp gemaakt.

Nu werkt ze aan een steen voor de kleurrijke alternatieve ondernemer Nicholas Saunders (1938-1998) die een jaar of veertig geleden een beweging begon voor alternatieve geneesmiddelen en levenswijzen. „Ik praat nu met zijn weduwe om een beetje inzicht in zijn persoonlijkheid te krijgen. Ik vind het bijzonder telkens in zo’n nieuwe wereld te duiken.”

Lida Lopes Cardozo, geboren en opgegroeid in Delft, raakte op de Haagse kunstacademie gefascineerd door de kalligrafie van haar docent Gerrit Noordzij. „Ik dacht: dat is het, dat wil ik ook doen.” Via Noordzij kwam ze in contact met Kindersley. „Ik moest en zou bij hem werken.”

Kindersley die toen al in de 60 was, probeerde haar eerst af te wimpelen. Hij had al veertig letterhakkers opgeleid en dat vond hij welletjes. Toch zwichtte hij voor de jonge Nederlandse, misschien omdat hijzelf indertijd bijna was afgewezen door zijn leermeester Gill. „Ik voelde me meteen met David verbonden, en later bekende hij dat het hem net zo was vergaan”, vertelt Cardozo. In Cambridge bekwaamde ze zich jarenlang onder zijn leiding in het vak. Vaak zat ze meer dan twaalf uur per dag letters te hakken. Af en toe graveert ze ook glas of maakt ze zeefdrukken. Toen Kindersley in 1995 overleed, was ze in staat de werkplaats zelfstandig voort te zetten.

Een vast formaat of

een favoriete steensoort heeft Cardozo niet. „Leisteen lijkt speciaal gemaakt door de natuur voor de letterhakker. Het biedt een mooi contrast en is makkelijk te bewerken. De inscriptie op leisteen blijft meestal ook lang goed. Graniet heb ik minder graag. Het Britse graniet is vaak nogal rood van kleur en vertoont een te dominante structuur waardoor de inscriptie enigszins verloren gaat.”

Sommige lettertypes zijn strak, andere juist krullend en soms lopen de letters in elkaar over. Het kan om hoofdletters of om cursief schrift gaan en in de groeven kan al of niet verf worden aangebracht. Vaak borrelen onder het werk nieuwe ideeën op. „Als ik iets moois heb verzonnen, denk ik weleens: waar komt dat nou vandaan? Als ik hak, verdwijnt de tijd en kan er zo vier uur voorbij zijn zonder dat ik het in de gaten had.”

Sommige klanten komen met hun eigen idee naar de werkplaats, maar meestal bepalen Cardozo en haar medewerkers het ontwerp. Of de klant wel of niet religieus is heeft er invloed op. En vaak ligt alles nogal gevoelig omdat het mensen betreft die dierbaren hebben verloren. Cardozo: „Gisteren was hier een vrouw wier man net was overleden. Ik zei: vertelt u eens iets over uw man om me een indruk van hem te geven. Meteen barstte ze in huilen uit.”

Door hun werk staan letterhakkers dicht bij de dood. Cardozo heeft er geen moeite mee. „Ik beschouw hem niet als vijand. De dood heeft zelfs iets aantrekkelijks voor me. De wereld is zo druk. In de dood vind je rust.”

„Het vak van letterhakker vergt nederigheid”, vindt ze. „De mensen zien het als opstapje naar het beeldhouwen. Maar het is een vak apart. David had er een prachtig woord voor: alphabetician. Helaas heeft die term geen ingang gevonden.”

Het is ook een anoniem vak. Slechts bij hoge uitzondering laten letterhakkers hun naam achter op hun werk. Cardozo: „Ik hoor weleens dat we dat vaker moeten doen. Maar ons werk is meestal een gezamenlijke schepping. In de Middeleeuwen was dat ook een beetje de gedachte: alleen God weet wie wij zijn. Voor mij is het niet van belang dat men de maker kent, maar dat het goed is.”