Een dorp van geleriken

osoega2.jpgZjoltenkie heten ze, geleriken. Honderden armen en daklozen dronken het sterilisatiemiddel Extrasept nr 1, zoals ze altijd doen. Maar vanaf september meldden ze zich massaal in het ziekenhuis, diepgeel en met verwoeste lever. Rond het stadje Rzjev stierven er al 78,  vijfhonderd anderen worden als wandelend doden gezien. De meeste dokters geven ze hooguit twee jaar,  andere hopen dat ze het met een streng dieet en geheelonthouding nog even uitzingen. Als ze de discipline kunnen opbrengen. 

Waarom was de schoonmaakalcohol plots giftig? De Kaukasiërs zijn schuldig, horen we, dat ‘tuig uit het zuiden’. Of bureaucraten die een argument zoeken om het staatsmonopolie op wodka te herstellen. Of zou het de KGB  soms weer zijn?

osoega1.jpgHet dorpje Osoega telt veertien ‘geleriken’. De meeste schamen zich, proberen ons te ontlopen. Anderen zijn kwaad. ‘U komt zeker even met uw dure auto langs om onze geleriken uit te lachen.’ 

Niemand neemt het Ljoedmilla Brants kwalijk, die uit haar flatje in Osoega de giftige alcohol verkocht. Ze heeft de winkel gesloten, want noch zij, noch haar leverancier kunnen beoordelen wat ze precies verkopen. ‘En ik ben een christen, geen handelaar in de dood.’ Dat nemen sommige dorpelingen haar dan weer wel kwalijk, want waar moeten ze nu hun schoonmaakalcohol kopen? Tachtig roebel voor een fles echte wodka, dat kan niemand betalen.  

Drinken moet, want het leven is allerellendigst in Osoega. De mensen leven in hutjes van aangespoeld wrakhout, hebben werk noch geld noch hoop. Lokale oudjes zijn een bron van inkomsten, wan zij krijgen een pensioentje. Met zeventig euro per maand vormen zij een soort kleine landadel, nemen dorpelingen in dienst om hun moestuintje te onderhouden.

In Osoega zie ik weer hoe vreselijk het Russische platteland eraan toe is. Een paar keer per dag raast de trein van Moskou naar Riga langs. Dichterbij komt de vooruitgang niet.