De beroemdste wipneuzen van Nederland

Jip en Janneke zagen er eerst anders uit. Baby-achtiger, met snoezige snoetjes en kriebelig getekende lijfjes. De figuurtjes die we nu kennen, van de boekjes en de Hema-spulletjes, staan steviger op hun benen.

Hun wipneuzen steken stoer de lucht in. Ze zijn groter geworden. Kijk maar op de tentoonstelling Fiep in de krant in het Persmuseum in Amsterdam. Daar is het verschil goed te zien. Eerst de Jip en Janneke uit het begin, die nog wat bibberig waren. En daarnaast de Jip en Janneke van nu, die daar helemaal geen last meer van hebben. Alsof ze allang weten dat ze eigenlijk heel beroemd zijn.

Als ze echt zouden leven, zouden Jip en Janneke nu al 54 jaar oud zijn. Op die leeftijd zouden ze zelfs al oma en opa kunnen zijn. Maar wie alleen maar in verhaaltjes en op tekeningen bestaat, kan eeuwig een klein kind blijven.

Annie M.G. Schmidt begon in 1952 met het schrijven over de buurkinderen Jip en Janneke op de kinderpagina van de Amsterdamse krant Het Parool. Fiep Westendorp tekende er de plaatjes bij. De kranten waren zo kort na de oorlog nog dun. Om er zo veel mogelijk letters in te kunnen zetten, werden de foto’s en de tekeningen heel klein afgedrukt veel kleiner dan tegenwoordig. Fiep Westendorp, die toen al een bekende tekenares was, bedacht toen iets bijzonders om toch op te vallen: ze maakte de gezichtjes van Jip en Janneke helemaal zwart. En dat zijn ze altijd lang gebleven. Ook toen ze er later iets anders gingen uitzien, bleven ze zwart. Al was het wel een beetje lastig dat Jip en Janneke alleen maar van opzij konden worden getekend. Want als ze die twee recht in hun gezicht zou tekenen, zou je alleen maar twee zwarte rondjes (hun hoofden) met vier kleine witte plekjes (hun ogen) zien.

Maar Fiep Westendorp, die twee jaar geleden is overleden, heeft voor die krant nog veel meer getekend. De gekste mannetjes, de gekste vrouwtjes, kinderen die vaak stout waren, veel leuke dieren – de poezen Pim en Pom bijvoorbeeld – en ook heel veel keukens en kamers vol rommel. Hoe grappig dat kan zijn, wisten we al van de hoog opgestapelde borden en schalen in de keuken van de Stampertjes in Pluk van de Petteflet. Zulke rare stapels zouden in werkelijkheid natuurlijk onmiddellijk met veel geraas omvallen, maar dat is juist het leuke: Fiep Westendorp maakte het meestal gekker dan het was.

Het Persmuseum laat veel tekeningen zien. En ook is er van alles te doen voor wie dat wil: spelletjes spelen, filmpjes kijken, boeken lezen, meedoen aan een wedstrijd. Fiep in de krant is dus een tentoonstelling voor alle leeftijden.

Fiep in de krant is te zien in het Persmuseum, Amsterdam, t/m 11 maart