‘Assen is de hel in mijn tijd zeker’

Na tien jaar is Marcel Mörings magnum opus Dis uitgekomen.

Een gesprek over Dis dat net als Dantes hel uiteenvalt in negen delen.

I

James Joyce

,,Aan Dis ben ik begonnen in het jaar dat In Babylon verscheen. Het boek komt voort uit mijn angst om te vervallen in de ‘well-made novel’. Ik wilde iets schrijven dat mijn verlangen weerspiegelde om terug te keren naar de onbevangenheid die ik als 17-jarige lezer had toen ik schrijvers ontdekte als James Joyce. Dis moest een boek worden waarin ik de verworvenheden uit de experimentele literatuur zó gebruikte dat nieuwe generaties er plezier aan zouden beleven.

,,Ulysses van Joyce, het behangstalenboek van de literatuur, speelt zich af in Dublin, op één dag; Dis tijdens de Nacht van Assen, het jaarlijkse drink- en knokgelag aan de vooravond van de TT-races. Ik koos voor het jaar 1980, niet alleen omdat ik het Assen van die tijd goed ken – ik woonde er van mijn 11de tot mijn 25ste – maar ook omdat ik 1980 zie als het jaar waarin de Nederlandse samenleving is gekanteld. Het was de tijd van een generatie jongeren die werd geconfronteerd met huizenschaarste en werkloosheid. Dat maakte ook zo’n Nacht van Assen extra explosief.

,,Er is meer dat ik heb ontleend aan Joyce: het wisselen van literaire stijlen bijvoorbeeld, of het feit dat het belangrijkste personage een epiphany, een plotselinge openbaring, beleeft. Ook bij de keuze van mijn hoofdpersonen heb ik me laten inspireren door Joyce. Net als in Ulysses moesten in Dis twee mannen uit verschillende generaties bij elkaar komen, een vader- en een zoonfiguur.”

II

Dantes Inferno III

,,Dis is de naam van de stad in de hel uit Dantes ‘Inferno’, verreweg het interessantste gedeelte van de Divina Commedia Ik heb mijn roman verdeeld in tien delen, één meer dan de hel ringen heeft, want de eerste zeventig pagina’s spelen zich buiten de hel van de Nacht van Assen af. Dante schreef zijn Commedia in verzen, net als de ependichters uit de Oudheid. Ik heb dat deels ook gedaan: het eerste en het laatste hoofdstuk plus twee andere passages bestaan uit niet-rijmende dichtregels van ongeveer vijftien lettergrepen met vier klemtonen.

,,Assen is de hel in Dis, maar het is niet zo dat ik een negatief reisadvies voor de stad af wil geven. Hoewel… Voor iedereen die er opgroeide in mijn tijd wás het de hel: een bekrompen provinciestad waar geen bal te beleven was en waar minderheden – of ze nu joods, Moluks of katholiek waren – ternauwernood gedoogd werden.

IV

Het Oude Testament en de joodse traditie

„Ik ben niet gelovig, maar zonder besef van de bijbel zou ik niet kunnen schrijven. Stilistisch ben ik er zeer door beïnvloed, vooral door de Statenvertaling, waaruit je veel zinnen in mijn werk kunt terugvinden. Op verhalend niveau hou ik van de plompverlorenheid van het Oude Testament, de krankzinnige dingen die gebeuren zonder dat iemand ervan opkijkt. De bijbel is een boek waarin alles kan.

,,In Het grote verlangen heb ik gezegd dat literatuur is terug te brengen tot ‘eerst een exodus en dan een odyssee’. Dat geldt voor Dis ook: aan het begin van het boek komt Jakob Noach uit het hol waarin hij ondergedoken zat en dat hem op een perverse manier ook geborgenheid bood. Zijn familie is weggevoerd, hij sticht een eigen gezin waaruit hij onontkoombaar wordt weggedreven, en daarna is hij, net als Marcus Kolpa, voor altijd op zoek naar Ithaca, naar een plaats waar hij thuishoort.

,,Het leven van Jakob en Marcus wordt bepaald door het oorlogsverleden van Assen, ‘een op schuld gebouwd stadje in een schuldig landschap’. Van de 600 Assense joden waren er na de oorlog geen 60 over; geen wonder als je kijkt naar het aantal NSB’ers en collaborerende boeren in Drenthe, het Oostenrijk van Nederland. Na de Bezetting veranderde de houding ten opzichte van de jood eigenlijk niet: hij bleef de Ander. Vandaar dat Assen in Dis de anus mundi, aars van de wereld, wordt genoemd, naar de titel van een beroemd boek over Auschwitz. Er is – ook letterlijk – een rechtstreekse verbinding tussen Assen en Auschwitz.”

V

Strips VI

,,Ik noem Dis voor de grap weleens mijn Groot Wintervakantieboek; ik wilde het volstoppen met zoveel mogelijk verschillende teksten. Niks eenheid van stijl. Het opvallendst is de strip van acht pagina’s, getekend door Han Hoogerbrugge. De ballonstrip is voor mijn generatie belangrijk geweest en kon dus niet ontbreken in een boek dat mijn leesgeschiedenis weerspiegelt. Maar het was voor mij ook een manier om een kale dialoog in mijn boek op te nemen, zonder dat ik er telkens de namen van de personages bij hoefde te zetten.

,,Voor de andere typografische experimenten in Dis heb ik me laten inspireren door vernieuwende dichters als Bert Schierbeek en Paul van Ostaijen. Ik vind het zonde dat met de door hen ontwikkelde technieken tegenwoordig zo weinig gedaan wordt. Je kunt beschrijven hoe het door elkaar geschetter van popsongs op een kermis klinkt, maar als je liedteksten in verschillende groottes en met verschillende lettersoorten op de pagina zet, wordt het allemaal veel directer.

,,Er staan in de roman twee passages tussen grote haken, mijn manier om als verteller even uit de roman te stappen. De tweede is een pseudo-nieuwsbericht, de eerste is monoloog van de alwetende verteller in de vorm van een hommage aan het proza van Gerrit Krol, ook een held van mijn generatie. Er is geen schrijver die zo goed in staat is een alinea zó op te bouwen dat de laatste regel de meeste nadruk krijgt; en er zijn er maar weinig die zo effectief gebruikmaken van witregels en alineascheidingen.

VIII

Samuel Beckett

,,Als je begint te lezen, lijkt Dis een roman te worden over Jakob Noachs vergelding van het onrecht dat de Assenaren zijn familie hebben aangedaan. Maar uitgestelde wraak is meer een thema voor avonturenromans; ik ben geïnteresseerd in de wraak die niet genomen wordt. Jakob is een tragische figuur, omdat hij het te druk heeft met de wederopbouw van zijn leven om nog aan wraak te denken, terwijl hij door zijn wraakgevoelens wel wordt uitgehold. Hij is een figuur zoals die voorkomen in het leestekenloze, ritmische proza van Samuel Beckett, die me eigenlijk nog liever is dan Joyce omdat hij humaner en gevoeliger is. En realistischer. Van Beckett is de uitspraak dat de mens gebaard wordt boven het graf.

IX

Marcel Möring

„Dis gaat niet over mij, maar toch heb ik het beklemmende gevoel dat het mijn meest autobiografische boek is. Kolpa en Noach, de eenzame denker en de man die moeite heeft met de liefde, zijn twee helften van mijn persoonlijkheid. Ook ik heb weinig vertrouwen in de mens of in de liefde en geen geloof in de zin van het leven. Terugkerende zinnetjes in Dis zijn: ‘Niets is belangrijk, alles is niets’, en: ‘Alles is er, en er is niets’. Als je door de hel bent gegaan, en je komt uiteindelijk beneden, dan is dat wat je vindt. Alles stroomt, panta rhei, maar het leidt tot niets. Het leven gaat nergens heen; maar dat neemt niet weg dat ik de plicht voel om me in te spannen. Per slot van rekening wordt het leven de moeite waard door lekkere wijnen,sigaren en goede boeken – en die moeten ook gemaakt worden. ”

Marcel Möring: Dis. De Bezige Bij, 508 blz. €25,–