Wijnclub kan accijnsheffing niet ontlopen

Clubs van wijnliefhebbers die hun ‘wijn voor eigen behoefte’ gezamenlijk uit een ander land van de Europese Unie laten komen, zijn daarover in Nederland accijns verschuldigd.

Dat heeft het Europees Hof van Justitie vanmorgen bepaald. Alleen over wijn die particulieren voor eigen consumptie én persoonlijk invoeren uit een ander EU-land, hoeven zij in Nederland geen accijns te betalen. Als limiet voor deze vrijstelling geldt 90 liter wijn, waarvan hooguit 60 liter mousserende wijn, per persoon.

De uitspraak betekent een nederlaag voor de zeventig leden tellende Cercle des amis du vin van Bob Joustra uit het Zeeuwse Kapelle. Joustra had bezwaar aangetekend tegen de aanslag die de Belastingdienst hem had opgelegd voor een ‘vriendendienst’: elk jaar bestelt hij voor de clubleden wijn in Frankrijk en schakelt hij een vervoersbedrijf in dat de hele partij in één keer naar Nederland brengt.

Volgens de Belastingdienst gaat Joustra daarmee over de schreef. De fiscus legde hem in 1997 een aanslag van 906,20 euro op. Joustra’s bezwaarprocedure belandde uiteindelijk bij de Hoge Raad, die de kwestie voorlegde aan het Hof in Luxemburg. Dat gaf de fiscus vanmorgen gelijk.

Sinds het verdwijnen van de binnengrenzen in 1992 zijn de mogelijkheden voor particulieren om zelf accijnsproducten, zoals wijn, uit andere EU-landen in te voeren verruimd. Door de grote accijnsverschillen tussen de EU-landen kan dat interessante voordelen opleveren.

Joustra handelt niet bedrijfsmatig of met winstoogmerk. De kosten slaat hij om. Hij meende zo geen accijns in Nederland verschuldigd te zijn. Maar volgens het Hof is zijn handelwijze in strijd met de Europese accijnsrichtlijn. Joustra was vanmiddag niet bereikbaar voor commentaar.

De advocaat-generaal had in zijn advies aan het Hof een soepeler uitleg van de richtlijn bepleit. Maar het Hof wijst dat af, ook wegens het gevaar voor fraude.