Vroeger kreeg je een pak slaag

Sovjetkrijgsgevangenen kregen eind jaren tachtig ook al harde pieptonen te horen.

Maar de juridische speelruimte is nu kleiner.

Er is „helemaal niets veranderd”, stellen twee oud-MID’ers (Militaire Inlichtingendienst) die in hun diensttijd eind jaren tachtig werden opgeleid om sovjetkrijgsgevangenen te verhoren. Ze doelen op de methodes die Nederlandse ondervragers in 2003 in Irak blijkbaar hanteerden tijdens ‘gesprekken’ met gevangenen.

Die technieken waren, zeggen ze, vroeger exact hetzelfde. Zij gebruikten helikopterpiloten en F-16-vliegers als proefkonijn, die bijvoorbeeld aan een ontsnappingsoefening in de Biesbosch deelnamen. „Als we ze hadden opgepakt”, aldus één van de ex-MID-ers, „boeiden we ze en trokken ze een krijgsgevangenenoverall aan, deden een zak over hun hoofd en zetten ze in een afgesloten ruimte: ‘de kooi’. Elke tien minuten moesten ze een andere houding aannemen: op de knieën, staan, op handen en voeten. Zo niet, een pak slaag.”

Ze oefenden ook op elkaar. Dit om een ondervraging door de vijand beter te doorstaan. En ook in de jaren tachtig hoorde een apparaat dat pieptonen produceerde al tot de standaard verhoormethodes. „Dat geluid is niet alleen irritant, maar je hoort ook geen andere geluiden meer. Je hoort alleen die toon en dat werkt desoriënterend. Het gekke is dat je na een uur pieptoon niet meer weet of je die zak nu een uur, of al zes uur over je hoofd hebt.”

Wel veranderd is de juridische speelruimte om informatie los te krijgen. Die procedures zijn volgens Defensie „wezenlijk veranderd” sinds het eind van de Koude Oorlog. Ook door de aard van de operaties waaraan de krijgsmacht deelneemt.

Omdat Nederland in landen als Afghanistan tijdens een opbouwmissie ‘te gast’ is, meent de woordvoerder, ligt het naleven van de regels politiek extra gevoelig, in tegenstelling tot een apocalyptische situatie als een Derde Wereldoorlog tegen de sovjets. „Het is nu van strategisch belang dat je je onberispelijk gedraagt.”

Zo mogen Nederlandse bewakers van gevangenen tegenwoordig nooit dezelfde zijn als degenen die de arrestatie hebben uitgevoerd. Behalve de ondervragers krijgen daarom ook bewakers van gevangenen van de Koninklijke Marechaussee een aparte training van een week in de omgang met de gedetineerden.

Bij verhoren zijn tegenwoordig ook altijd twee verschillende controleurs – ‘adviseurs’ – aanwezig. Een daarvan is een juridisch adviseur, afkomstig van het Openbaar Ministerie, die moet optreden als „het geweten van de commandant ter plaatse.” De ander is iemand van de Koninklijke Marechaussee die de controleur controleert.

In vergelijking met de tijd dat dienstplichtigen het ondervragen leerden, is volgens Defensie op organisatorisch niveau wél veel veranderd. Dat moest ook wel: van Amerikaanse inlichtingenofficieren is bekend dat zij eind 2001 Talibaan-strijders nog behandelden als sovjetkrijgsgevangenen.

In Nederland worden de militaire ondervragers opgeleid in Ede op het Defensie Inlichtingen en Veiligheidsinstituut (DIVI). DIVI is voortgekomen uit de School Militaire Inlichtingendienst die zich richtte op het opleiden van officieren die intelligence moesten verzamelen over de strijdkrachten van de Sovjet-Unie.

De huidige generatie ondervragers is vooral afkomstig uit de rangen van het zogenoemde ISTAR-bataljon uit ’t Harde. Maar ISTAR-militairen zijn tegenwoordig niet de enige kandidaten voor een verhooropleiding. Volgens een commando die net terug is uit de Afghaanse provincie Uruzgan, zijn ook „plukjes” van zíjn eenheid tot ondervrager opgeleid. En ja, „dat gaat er soms hard aan toe.”

Verhoormethodes zijn inderdaad niet veel veranderd, bevestigt de woordvoerder van Defensie. „Het isoleren van verdachten en het verminderen van de zintuiglijke waarneming, bijvoorbeeld met lawaai en een zwart gemaakte skibril, mág van de Conventie van Genève. Als maar geen sprake is van geweld of van sommige vormen van non-geweld, zoals intimidatie en angst aanjagen.”

Het is waarschijnlijk dat de verhoormethodes van de NAVO-landen verschillen. Zo is het bij Amerikaanse en Britse politieverhoren toegestaan om te liegen – „je maat heeft al bekend!” – en bij Nederlandse ondervragingen niet.