Voetballen om twee vaten bier

Voetbal heeft in Tsjechië veel aan populariteit verloren. In het land waar Ajax vandaag om de UEFA Cup speelt, „staat de competitie bol van de corruptie.’’

In het Praagse voetbalcafé van Ladislav Vizek kijken de gasten tennis. Want op de Tsjechische voetbalcompetitie zijn ze uitgekeken. „Ons voetbal is één groot probleem”, zegt Vizek, die zelf het liefst kaart speelt.

Aan het beschikbare talent in Tsjechië ligt het niet, want er loopt nog genoeg voetbaltalent rond in het land. Het probleem is dat het niet uitmaakt of ze goed zijn. Wedstrijden worden niet gewonnen op het veld, maar daarbuiten.

„Onze competitie staat bol van de corruptie”, zegt Vizek, een levende voetballegende die in 1980 in Moskou Olympisch goud won met het nationale team. „Ik kan er niet meer naar kijken. Godzijdank is er nog internationaal voetbal.”

Officieel neemt de corruptie af. Twee jaar geleden werd het land opgeschrikt door een groot schandaal, waarbij tientallen scheidsrechters betrokken bleken te zijn, onder wie een arbiter die tot vijfmaal toe was uitgeroepen tot beste van het land. Sindsdien staat de Tsjechische voetbalbond (CMFS) onder grote druk om een grondige schoonmaak te houden.

„Het gaat de goede kant op”, vindt Václav Tichý, woordvoerder van de CMFS. „Het beste bewijs zijn de bezoekersaantallen. Die stijgen en overtreffen zelfs het ijshockey weer. Er is een nieuwe scheidsrechterscommissie benoemd en er gelden nieuwe regels en zwaardere straffen. Scheidsrechters weten nu pas op vrijdag waar ze fluiten. Dat was vroeger dinsdag.”

Maar buiten de voetbalbond gelooft niemand dat er veel is veranderd. Tsjechische scheidsrechters fluiten al jaren geen internationale wedstrijden van formaat meer. En aan het einde van het vorige seizoen ontstond nationaal rumoer over de laatste twee wedstrijden. Zo verloor Sparta Praag, dat vanavond in eigen stadion in een UEFA-Cupduel tegen Ajax speelt, met 3-1 van Plzen. Die club had in 45 jaar nooit in Praag gewonnen en moest nu winnen om degradatie te voorkomen. Zelfs de toenmalige premier verzuchtte dat hij dit niet meer aan buitenlandse gasten kan uitleggen.

„Ik wil er niets over zeggen”, zegt Karel Vecera, destijds de coach van Jihlava, de club die door de overwinning van Plzen opeens wél degradeerde. „Ik wil niet dat er gezegd wordt dat Vecera huilt.” Maar even later zegt hij: „Dit is typisch voor ons voetbal. Om mij heen werd al gejuicht dat we niet zouden degraderen, maar ik had een donker voorgevoel.”

„Dat er in die gevallen sprake was van corruptie is nooit bewezen”, zegt Tichý van de voetbalbond. „Wel zijn we van mening dat er slecht is gefloten. De betrokken arbiters fluiten nu in de tweede liga. Het is typisch voor onze mentaliteit om overal fraude in te zien. Onlangs floot een Oostenrijkse scheidsrechter hier een wedstrijd. Hij gaf in de 93ste minuut een strafschop. Niemand zei wat. Met een Tsjechische arbiter zou dat anders zijn geweest.”

De twijfel overheerst mede door de rechtszaak tegen voetbalmanager Ivan Hornik, een van de hoofdrolspelers in het schandaal twee jaar terug. Tijdens zijn proces bleek voor het eerst hoe onwaarschijnlijk ver de corruptie gaat. Hornik wilde zijn club, Viktoria Zizkov, niet alleen laten winnen, hij wilde andere clubs, die op een later tijdstip tegen Zizkov zouden spelen, ook verzwakken. Hij ‘kocht’ daartoe geregeld rode kaarten bij scheidsrechters.

Hornik werd onlangs in hoger beroep opnieuw veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf, een geldboete en een beroepsverbod van tien jaar. De door de politie afgeluisterde telefoontjes van Hornik dienden als basismateriaal voor een toneelstuk dat nog steeds volle zalen trekt. En zinsneden uit het proces behoren intussen tot het dagelijkse taalgebruik. Zo wordt soms niet meer over kronen gesproken, maar over vissen, appels en liters wijn, populaire metaforen van de voetbalzwendelaars.

Ook in het amateurvoetbal is het kopen van wedstrijden heel normaal. Miloslav Lubas, een lokale journalist uit de noordelijke stad Liberec, schreef hierover het net uitgekomen boekje Voor twee vaten bier. „Ik heb dertig jaar gevoetbald”, zegt Lubas tijdens een gesprek in zijn stad. „Mijn weekends zijn vaak verpest. Ik had het gevoel dat ik voor niets trainde.”

Lubas tekende, met fictieve namen en clubnamen, tientallen lokale omkoopverhalen op. Het boekje gaat over 4-0 achterstanden die na de pauze veranderen in 4-5 overwinningen, omdat er dan geld op tafel kwam. En over scheidsrechters die in de 84ste minuut het eindsignaal geven, omdat de afgesproken score al op het bord staat.

De oorsprong van het fenomeen ligt volgens Lubas in de jaren zeventig. „Er was gebrek aan alles en waar schaarste is, ontstaan handeltjes. Toen ging het om levensmiddelen, nu draait het om geld. In de laatste rondes van het seizoen zijn er bijna geen schone wedstrijden meer. En de prijzen stijgen.”

Lubas wijst vooral naar de voetbalbazen als hoofdschuldigen. Maar oud-speler Vizek vindt de voetbalbond minstens zo’n groot probleem. „De CMFS is een klein, ondoorzichtig clubje mensen. Foute scheidsrechters worden gestraft door collega’s. De ene hand wast de andere. Dat moet veranderen.” Hij slurpt een soepje naar binnen en keert terug naar zijn vaste tafel, waar de kaarten al klaar liggen.

Met dank aan Marek Fiser