VN: weer meer doden in Irak in oktober

In oktober zijn weer meer Iraakse burgers door geweld om het leven gekomen dan in eerdere maanden sinds de Amerikaanse invasie in 2003: 3.709 tegen 3.345 in september en 3.590 in juli.

Dat heeft het mensenrechtenbureau van de Irak-steunmissie van de Verenigde Naties (UNAMI) gisteren gemeld in zijn nieuwste tweemaandelijkse rapport over de toestand in Irak. Het rapport schildert een zeer somber beeld van de situatie, waarin elke maatschappelijke groep nu doelwit is van geweld, door zowel terroristen als milities en criminelen, en politie en veiligheidsdiensten de burgers niet beschermen maar samenspannen met de daders.

De Iraakse regering beschuldigde de VN meteen van overdrijving. Minister van Gezondheid Ali al-Shimeri zei in het nieuwsjournaal van de staatstelevisie dat de VN „de wereld misleiden” op basis van onbetrouwbare bronnen en dat het werkelijke dodencijfer ongeveer een kwart van het VN-cijfer is. De hoogste mensenrechtenfunctionaris van de VN in Irak, Gianni Magazzeni, zei echter tegen het persbureau Reuters dat de cijfers afkomstig zijn van het ministerie van Gezondheid en het centrale lijkenhuis van Bagdad, en kloppen met eerder ontvangen gegevens. De minister heeft zelf onlangs nog gezegd dat sinds maart 2003 in totaal 150.000 Irakezen zijn gedood. Dat komt neer op 3.400 per maand.

Terroristische activiteit en moorden en buitengerechtelijke executies, uitgevoerd door doodseskaders die zijn verbonden met sektarische – sunnitische en shi’itische – milities, alsmede willekeurige moordpartijen onder burgers zijn de voornaamste doodsoorzaak in Irak. Veel van dergelijk geweld heeft plaats in Bagdad, waar ongeveer een kwart (7 miljoen) van de Iraakse bevolking woont en alle etnische en religieuze gemeenschappen vertegenwoordigd zijn, maar het hele land wordt erdoor getroffen. Elke aanslag leidt tot een reeks vergeldingsaanvallen in Bagdad en elders in het land. Veel rivaliserende milities hebben banden met politieke partijen die in de regering zitten, zo onderstrepen de VN, en verbergen dat niet.

Door het geweld en de mede daaruit voortvloeiende werkloosheid, armoede en spanningen wordt de toestand van de vrouwen in Irak steeds slechter. Met name in Koerdistan en de noordelijke steden Kirkuk en Mosul worden gevallen van eerwraak, ontvoering in verband met verkrachting en seksslavernij en moord om sektarische reden gemeld. In het algemeen worden vrouwen bedreigd als ze zich niet strikt houden aan zeer conservatieve islamitische kledingvoorschriften.

Het rapport noemt verder toenemende aanvallen op en intimidatie van rechters en advocaten, journalisten en religieuze minderheden. Christenen vluchten massaal weg: volgens de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR is meer dan 40 procent van de Irakezen die in Syrië asiel vragen, christen.

Het onderwijssysteem heeft zwaar te lijden onder het geweld. Volgens cijfers van het ministerie van Onderwijs die het rapport citeert, zijn dit jaar al meer dan 300 docenten en employés van het ministerie vermoord. Daarnaast heeft het ministerie van Hoger Onderwijs tot augustus van dit jaar 154 vermoorde professoren geteld. Veel scholen zijn gesloten. In de provincie Diyala is nu 90 procent van de scholen dicht wegens de verslechterde veiligheidstoestand. Ook in sommige delen van Bagdad blijven scholen gesloten, met name meisjesscholen.