Transavia breidt uit naar Frankrijk

Transavia gaat goedkope vluchten en charters in Frankrijk aanbieden. Dat heeft moederbedrijf Air France-KLM vanmorgen bekendgemaakt. Net als in Nederland moet Transavia in Frankrijk zowel concurreren met prijsvechters als Ryanair en Easyjet en chartervluchten verkopen aan reisbureaus.

Air France-KLM richt hiervoor een nieuwe Franse dochter op, zei bestuursvoorzitter Jean-Cyril Spinetta vandaag bij de presentatie van de halfjaarcijfers in Parijs. Vorige week lekten de plannen voor een grotere rol voor Transavia al uit.

Vandaag werd duidelijk dat Air France een aandeel van 60 procent krijgt in de nieuwe dochter, die Transavia France gaat heten. Transavia Nederland krijgt de andere 40 procent. Deze constructie is noodzakelijk om te voldoen aan de Franse arbeidswetgeving: voor de nieuwe divisie wordt personeel geworven in Frankrijk. Er komt een aparte vloot, naast de bestaande toestellen van Transavia.

Spinetta zei verder vandaag dat Air France-KLM nog steeds geregeld praat met de noodlijdende Italiaanse maatschappij Alitalia. Tot nu toe hebben die nog niet geleid tot serieuze fusiebesprekingen, aldus de topman.

Air France-KLM boekte in het eerste halfjaar een aanzienlijk lagere nettowinst dan over de vergelijkbare periode vorig jaar, maar toen boekte de onderneming een bijzondere bate van 419 miljoen euro door de verkoop van aandelen in het boekingsbedrijf Amadeus. Als die post buiten beschouwing wordt gelaten steeg de winst van 410 miljoen euro naar 618 miljoen euro.

De omzet bedroeg 11,9 miljard euro, een toename van ruim 10 procent. Het bedrijfsresultaat bedroeg 979 miljoen euro tegenover 750 miljoen euro vorig jaar.

Volgens Leo van Wijk, topman van KLM en tweede man in de holding, levert de synergie van het samengaan van de twee bedrijven nog altijd meer op dan bij de fusie in 2004 was voorzien. In 2010 zal de kostenbesparing door synergie de 1 miljard euro passeren, zo verwacht Van Wijk.

Air France-KLM zag de uitgaven voor brandstof opnieuw oplopen. De kostenpost van 2,2 miljard euro betekende een stijging van 27 procent ten opzichte van vorig jaar.