Tegenstanders Syrië begraven Gemayel

In Beiroet waren vandaag christelijke en sunnitische Libanezen massaal toegestroomd voor de begrafenis van minister Pierre Gemayel, die dinsdag werd vermoord.

De waarheid, geschreven met hoofdletters, moet voor Tamara Mansarati koste wat het kost boven water komen. „De waarheid over de moorden op Pierre Gemayel (dinsdag) en Rafiq Hariri (vorig jaar), én, heel belangrijk voor mij persoonlijk ook een baantje, dat zijn de zaken waar ik nu voor bid”, zegt de 23-jarige studente die samen met haar moeder Margot en honderdduizenden andere christelijke en sunnitische Libanezen op het Place des Martyrs in Beiroet staat. Daar wachten zij op Gemayels begrafenisstoet.

„Ik was zeventien toen de burgeroorlog begon, ik wil dat drama niet nog een keer meemaken”, roept mevrouw Mansarati over het lawaai heen van scanderende studenten, opgewonden toespraken en de zingende baritons die via de luidsprekers de verdiensten van de gedode leiders bejubelen. Moeder en dochter menen overigens, net als duizenden anderen, al te weten wie de moordenaars zijn.

„De Syriërs en hun aanhangers. Het zijn de Syriërs die Libanon kapot willen maken”, zeggen ze. Tamara: „Wij bevinden ons temidden van vijanden: Syriërs, Iraniërs, Hezbollah en de Israëliërs. Zij gebruiken ons land om hun conflicten uit te vechten en daar hebben wij helemaal genoeg van.”

De christelijke Pierre Gemayel van de Falangistische Partij was in de traditie van zijn familie en zijn beweging anti-Syrisch en dat gold ook voor de sunnitische ex-premier Hariri, wiens postergrote portretten in aantal de beeltenissen van Gemayel overtreffen. Sunnitische families zijn daarom en masse hierheen gehaald door Al-Mustaqbal, de beweging van Hariri’s zoon Saad, die denkt dat de moordenaars van Hariri en Gemayel identieke bedoelingen hebben: Libanon ontwrichten om de Syrische invloed te herstellen.

Zij hebben zich opgesteld langs de door zwaar bewapende regeringssoldaten bewaakte route van Gemayels woonplaats Bikfaya, ten noorden van Beiroet, naar de St. George-kerk in de hoofdstad. Kerkklokken luiden, hier en daar worden portretten van de christelijke president Emile Lahoud verbrand, omdat hij door anti-Syrische christenen wordt beschouwd als een pro-Syrische „spion”.

De demonstratie is een staalkaart van anti-Syrische, anti-Hezbollah en anti-Iraanse groepen. De de shi’ieten van Hezbollah en de christelijke aanhangers van oud-generaal Michel Aoun, lid van het parlement en bondgenoot van Hezbollah, ontbreken. De Beweging van de 14de maart, door Saad Hariri in het leven geroepen na de moord op zijn vader, is sterk vertegenwoordigd; het jonge modieuze volkje mengt zich makkelijk met de meer traditionele sunnitische moslims en christelijke leden van de Falange.

Uiteraard ontbreken de oud-strijders van de Forces Libanaises niet, de grootste christelijke militie tijdens de burgeroorlog van 1975 tot 1990. Potige kerels op leeftijd met bloed aan hun handen. Onder hen is een voormalig majoor, Tony Abu Gaely (62). „Net als iedereen hoop en bid ik dat er geen burgeroorlog uitbreekt. Maar als de Syriërs doorgaan met het vermoorden van onze leiders en Hezbollah niet inbindt dan sta ik als eerste klaar om mijn land en mij regering te verdedigen.”