Studio van eierdozen

Hoofdrolspeler Stéphane kanaliseert zijn frustraties in zijn dromen. Foto A-Film scene uit de film The Science of Sleep (2006) Oorspronkelijke titel: La science des reves FOTO: A-Film A-Film

The Science of Sleep. Regie: Michel Gondry. Met: Gael García Bernal, Charlotte Gainsbourg, Alain Chabat, Miou Miou, Emma de Caunes. In: 10 bioscopen.

Gondry’s oeuvre zit vol kinderlijke verwondering en nostalgie naar de tijd dat je met Lego en Meccano je eigen wereld kon bouwen. Deze kinderlijkheid, niet te verwarren met kinderachtigheid, komt in The Science of Sleep, de opvolger van Eternal Sunshine of the Spotless Mind, samen met een andere fascinatie van Gondry: die voor de wereld van de droom.

De film gaat over de tweedeling tussen droom en werkelijkheid. Vaker nog over de fantasie, die ’s nachts gevoed is door het onderbewuste met allerlei onwerkelijke beelden en surrealistische details. Het is deze omarming van de grenzeloos uitbundige fantasie die de bindende factor is van de naar alle kanten uitwaaierende film.

Al in het eerste shot zien we zijn voorliefde voor uiterst effectief knutselen met beperkte middelen. Hoofdrolspeler Gael García Bernal staat in een kamertje met eierdoosjes aan de wand. Het is zijn eigen gedroomde studio, waar hij ‘Stéphane TV’ maakt. De camera’s zijn gemaakt van schoenendozen.

Bernal speelt Stéphane, die na de dood van zijn vader naar Frankrijk terugkeert, waar zijn moeder woont. Hij trekt in het ouderlijk huis en ontmoet buurvrouw Stéphanie en haar vriendin Zoé. Zijn moeder bezorgt hem een geestdodende baan. Stéphane snakt naar iets creatievers en kanaliseert zijn frustraties in zijn dromen, die meer en meer gaan over zijn verliefdheid op Zoé, en later Stéphanie, die even dromerig is als hij.

The Science of Sleep ontbeert de hand van een goede scenarioschrijver als Charlie Kaufman, schrijver van onder meer Eternal Sunshine of the Spotless Mind, Being John Malkovich, en Adaptation, die alle grillige invallen wellicht beter had geïncorporeerd in een wat strakkere structuur. Maar het gebrek aan structuur is niet zo erg, de vol verrassingen zittende mise-en-scène is zo heerlijk speels dat je ogen (en oren) te kort komt. Gondry knutselt er, net als in zijn videoclips, lustig op los met animaties, achtergrondprojecties, slowmotion, decors vol papier-maché.

Gondry is, net als Stéphane, blijven steken in zijn kindertijd, en idealiseert deze als onuitputtelijke bron van creativiteit. Het slotbeeld kiest onomwonden voor het rijk der dromen en fantasie, en de film zelf is het beste bewijs voor de juistheid van die keuze. Laat Gondry vooral veel slapen en dromen.