Stemmen (3)

Het was een wreed ontwaken.

„Nog steeds zo zwaar teleurgesteld?” vroeg ik.

„Nog erger dan ik dacht”, zei mijn vrouw. „Hoe moet het nu verder met Wouter Bos?”

Ik ging zuchtend op de rand van het bed zitten. Wat te doen? Moest ik troosten of meteen maar met enkele harde constateringen op de proppen komen? Zachte echtgenoten maken stinkende wonden, dat is algemeen bekend.

„Wat Bos vooral niet moet doen, is de schuld bij anderen leggen”, zei ik. „Hij heeft nu tot twee keer toe een bijna zekere overwinning uit zijn handen laten vallen. Vier jaar geleden, toen hij geen premier durfde worden en Cohen naar voren schoof. En nu met zijn geschutter met de AOW, de Armeense kwestie en de excuses van Aboutaleb aan Verdonk. Ik weet eigenlijk niet of het zo vanzelfsprekend is dat hij en Rutte aanblijven, al vinden ze dat zelf wel.”

De hoogste woorden waren eruit, het was verder een kwestie van dosering.

„Je loopt wel erg hard van stapel”, zei ze, „echt een columnistenkwaaltje.”

We maakten ons op voor een nieuwe, veelbelovende dag en troffen elkaar even later bij het ontbijt, op deze brakke morgen gekenmerkt door enkele bleke plakjes kaas, slappe thee en in het broodrooster kromgetrokken sneetjes vuilwit. Ik laat even in het midden wie hiervoor verantwoordelijk was. Op de tafel lag de juist bezorgde Volkskrant uitgespreid. Daarin een column van Marcel van Dam, die onthulde dat hij zijn lidmaatschap van de PvdA zou opzeggen.

„Dat kan hij niet maken”, zei het veel trouwere PvdA-lid tegenover me. „Hij heeft alles aan die partij te danken! Zijn politieke loopbaan, zijn voorzitterschap van de VARA... Waarom blijft hij niet meedenken, juist nu de partij het zo moeilijk heeft?”

Ze zweeg boos. Ik vroeg me vooral af of de dogmatisch-linkse SP, waar Van Dam nu naartoe ging, de oplossing voor hem zou zijn – maar dat zocht hij zelf maar uit. Ik betwijfelde bovendien of Marijnissen erg blij zou zijn met zulke aanwas, hij lijkt me niet het type leider dat dol is op prominente sympathisanten die hem kort voor en na de verkiezingen in de Volkskrant door de mangel halen.

Maar wat deed het er allemaal toe? Het werd tijd dat we het over Geert Wilders hadden, want was die niet de verrassendste winnaar van deze verkiezingen? Ik herinnerde me met huiver het déjà vu-gevoel dat ik ’s nachts bij het afsluitende lijsttrekkersdebat had gekregen.

Daar zat Wilders, zegevierend tussen zijn pruilende vijanden, net als Fortuyn destijds tussen Melkert, Dijkstal en De Graaf. En weer zag je de begrijpelijke radeloosheid bij de anderen. Nou ja, die felicitatie kon er nu wél af, dat hadden ze wel geleerd van het verleden, maar wat moesten ze verder met die rare, xenofobe kwast? Samenwerken, vroeg Witteman. Ze zwegen. En Wilders deed wat Fortuyn ook gedaan zou hebben: „Cordon sanitaire”, kraaide hij triomfantelijk.

„Ze zullen nog heel wat met Wilders te stellen krijgen”, zei ik, „en wij ook.”

„Voor mij is dat eigenlijk de grootste teleurstelling”, zei mijn vrouw.

We zwegen. Ik wilde nog even niet over Nieuw-Zeeland beginnen. Mooi land – maar voor Nederlandse echtparen ook niet meer écht geschikt.