‘Meer flexarbeid’

De Europese Unie moet met meer flexibele arbeidscontracten gaan werken. „Dit is van het grootste belang om de negatieve gevolgen van vergrijzing en globalisering tegen te gaan”, aldus Europees Commissaris Spidla (sociale zaken) gisteren bij de presentatie van een discussiestuk hierover. Als positief voorbeeld wordt in de nota van Spidla de Nederlandse situatie genoemd.

Nu heeft gemiddeld zes op de tien EU-werknemers een vast contract voor onbepaalde tijd. In Nederland geldt dit slechts voor vier op de tien werknemers.

Tegenover die grotere flexibiliteit die van werknemers wordt gevraagd moet ook meer zekerheid staan, meent de Europese Commissie. Over hoe dat gestalte moet krijgen wil het dagelijks bestuur de komende maanden de discussie aangaan met lidstaten, maar ook met de organisaties van werkgevers en werknemers. In zijn nota erkent Spidla dat regelgeving vooral een kwestie is van de afzonderlijke lidstaten van de Unie. Maar waar er sprake is van grensoverschrijdende activiteiten moeten er gelijke regels gelden, meent hij.

Bij de Europese werkgevers bestaat de angst dat Brussel toch te veel wil regelen. Zo voelen zij niets voor één Europese omschrijving van het begrip werknemer. De Commissie wil volgend jaar juni met concrete voorstellen komen.