Kapotte iconen en wat is echt tegenwoordig

Tentoonstelling: Barbara Visser, Vertaalde werken. Museum de Paviljoens, Odeonstraat 3-5, Almere. Tot 15/4. Wo, za zo 12-17, do/vr 12-21. www.depaviljoens.nl.

De tentoonstelling van Barbara Visser begint met een wandvullende toelichting op haar werk in raar, nauwelijks leesbaar Engels. De tekst is uit het Nederlands vertaald door de vertaalmachine Babel Fish op internet. Visser presenteert de tekst als kunstwerk en onderdeel van haar tentoonstelling in De Paviljoens.

Visser (Haarlem, 1966) is geïnteresseerd in de vraag hoe informatie, in tekst en beeld, tot ons komt en hoe de inhoud van die informatie verandert in het proces van vermenigvuldiging door de massamedia. Authenticiteit bestaat niet, alles is een kopie. Dit geldt ook voor de kunst, niets is nog ‘waar’ of ‘echt’. In het labyrint dat onze beeldcultuur is moeten we ons zien te redden met bedrieglijke verschijnselen. Er zijn evenzovele interpretaties van de werkelijkheid als er mensen zijn, en de ene interpretatie heeft niet meer geldigheid dan een andere. De wereld als spiegelpaleis.

Voor het werk Z.t. (Zusjes) uit 1990 fotografeerde Visser leeftijdgenoten die ooit voor haar zusje werden aangezien. De meisjes lijken inderdaad nogal op elkaar, maar dit komt vooral doordat de foto’s op dezelfde manier, in close-up en zwartwit, en op het hetzelfde formaat zijn afgedrukt. Ze zijn door elkaar heen en in veelvoud bij elkaar gehangen, zodat je automatisch naar verschillen en overeenkomsten gaat zoeken. Portret van de kunstenaar (1992-2006) is vergelijkbaar met Zusjes. Het zijn achttien „interpretaties van de persoon B. Visser”, zoals ze het zelf noemt, in de vorm van portretten van straattekenaars. Een kwaliteitsoordeel is zinloos, vooral voor wie niet weet hoe Visser er uitziet, het is gewoon een reeks kitschportretten.

Tot dusverre is dit allemaal heel consequent: uit alle werken spreekt een koele distantie. Toch is op de tentoonstelling een nostalgie voelbaar naar de tijd dat er nog een algemeen geldende norm bestond, een consensus over wat waar was en goed. De geschiedenis van het modernisme is door de tentoonstelling heen verweven. Visser refereert aan Mondriaan, Rietveld, de architect Duiker en vele anderen. Het is een verlangen naar de klare lijn en heldere vormprincipes die de belichaming waren van ideeën over zuiverheid en waarheid. In het werk Twee projecties (2005) interviewt Visser haar negentigjarige grootmoeder die vijftig jaar geleden Stijl-meubilair aanschafte en daar nog steeds mee leeft. Visser probeert de vrouw uitspraken te ontlokken over de geschiedenis van deze meubelen en de achterliggende socialistische idealen. Dit laatste mislukt, de grootmoeder praat uitsluitend over esthetiek en praktisch nut.

De werken op Vissers tentoonstelling zijn van ongelijk niveau. Soms zijn ze didactisch en te letterlijk, zoals een serie foto’s van versleten of moedwillig kapotgemaakte beroemde moderne meubels, of foto’s van mensen met maskers. Het beste zijn die werken waarin geen lesje verteld wordt over het gekunstelde van een ‘gemediatiseerde’ werkelijkheid en waarin Visser de theoretische overwegingen over informatie en beeldcultuur even vergeten lijkt te zijn. Zoals de video XM (1994), waarin een Citroën XM van het ochtendgloren tot de avond door Nederland rijdt, begeleid door de soundtrack van de jeugdserie Black Beauty. Of de prachtige, visionaire fotoserie Lunapark (2006), van een pretpark dat in de jaren tachtig in Spanje gebouwd werd en dat vrijwel direct weer sloot. Hier zit het verval het heden heel dicht op de hielen, en veranderde het pretpark in een door struiken overwoekerde ruïne van onze cultuur. Niks vertaling en interpretatie, maar intrigerende beelden.