‘Ik droom nu veel absurder’

Acteur Gael García Bernal hield een dromendagboek bij.

„Ik heb alles gelezen: Freud, astrologie, numerologie. Maar het dromen zelf was het beste.

Acteur Gael García Bernal in de film ‘The Science of Sleep’. Foto AP In this handout photo provided by Warner Independent Pictures, actor Gael Garcia Bernal is shown in a scene from the film, "The Science of Sleep." (AP Photo/Warner Independent Films) Associated Press

Nee, dolfijnen zitten er niet in The Science of Sleep. Maar verder zijn er weinig droombeelden van Gael García Bernal die níet in de nieuwe film van Eternal Sunshine of the Spotless Mind-regisseur Michel Gondry zijn terechtgekomen. De Mexicaanse acteur, die momenteel ook in de Nederlandse bioscopen te zien is in Babel van Alejandro González Iñárritu, bereidde zich samen met voormalig videoclipregisseur Gondry een jaar lang voor op de film over de überromantische Stéphane die ’s nachts een duizelingwekkend druk droombestaan leidt en daarom overdag te weinig tijd overhoudt voor zijn verliefdheid op buurmeisje Stéphanie.

Op verzoek van de regisseur hield Bernal bijvoorbeeld een dromendagboek bij, vertelde hij op het Filmfestival Berlijn, waar de film zijn wereldpremière beleefde: „Volgens Michel is het ’t beste om direct zodra je wakker wordt je dromen op te schrijven. Het is belangrijk om daarbij je hoofd stil te houden, dat heeft iets met je zenuwbanen te maken geloof ik. Hij zei dat als je eenmaal je hoofd bewogen hebt, je je dromen vaak vergeet. Dus stel je voor, dan lag ik verstijfd in bed met mijn armen woest naar papier en pen te graaien om mijn droom te noteren. Dat was pas een nachtmerrie.”

U onderzoekt gewoonlijk veel voordat u een rol gaat spelen. Hoe heeft u zich nu voorbereid?

„Ik heb alles gelezen: Freud, astrologie, numerologie. Maar het dromen zelf was het beste. Iedereen die in zijn dromen vliegt, hanteert een andere techniek om te starten. Sommige mensen nemen een aanloop, anderen springen ergens vanaf. Voor mij is het meer als zwemmen. Alsof je op de lucht drijft. Dat hoefde ik me alleen maar voor te stellen. En dat is wat ik als acteur gelukkig goed kan. Na alle research komt het simpelweg aan op je voorstellingsvermogen.”

Is acteren een van de dromen die u als kind had?

„Ik wilde altijd al acteren, maar een droom was het niet. Het was iets wat verwezenlijkt moest worden. Elke jongen droomt van reizen, uitgaan en leuke meisjes ontmoeten. Dus ja, dan kun je zeggen dat mijn dromen zijn uitgekomen. Maar laat ik het anders zeggen: ik heb nooit durven dromen dat ik zou kunnen leven van wat ik leuk vind om te doen.”

Wat heeft u vannacht gedroomd?

„Over een baseballwedstrijd tussen leeuwen en beren. Dat is een typische Stéphane-droom, al waren het geen knuffeldieren, maar echte. Vaak droom ik abstract, in kleuren, zoals in de openingsbeelden in de film. Het maken van The Science of Sleep heeft mijn dromen veel absurder gemaakt. Alsof er ergens een deur in mijn onderbewuste is opengegaan. Ik droom nu ook veel bewuster. Niet dat ik mijn dromen echt kan sturen, zoals mensen geloven die in lucid dreaming geïnteresseerd zijn. Maar laatst droomde ik bijvoorbeeld dat een goede vriend van mij stierf. Ik huilde in mijn slaap. Toen ik wakker werd was ik nog steeds verdrietig.

Uiteindelijk heb ik daarvan gemaakt dat als je over iemands dood droomt, dat je daarmee die persoon eigenlijk alleen maar meer levend voor jezelf maakt. Dat is vast mijn Mexicaanse erfenis, met z’n Allerzielen en de mystiek van primitieve culturen, waarin de dood een grote rol speelt, en er niet zo’n kloof tussen dood en leven gaapt.”

Stéphane weet niet altijd of hij slaapt of waakt. Weet u welke delen in de film ‘echt’ en ‘droom’ zijn?

„The Science of Sleep speelt zich af op verschillende niveau’s. Je hebt het echte leven, de dromen, Stéphane’s droomshow, waarin hij z’n dromen en de werkelijkheid becommentarieert en dan nog een vierde laag waarin je niet zeker weet of het een droom is of werkelijk waar. Die scènes hebben we op verschillende manieren gedraaid: alsof het echt was en alsof het fantasie was, en alsof we het zelf ook niet wisten. Michel heeft daaruit in de montage een keuze gemaakt. Hij wist het volgens mij ook niet. Hij zet zijn films niet als een puzzeltje in elkaar. Ik kende zijn werk aanvankelijk niet erg goed. Maar ik ben zeer gaan waarderen hoe hij een handgemaakte werkelijkheid in elkaar zet, die presenteert als de realiteit en je uitnodigt om daarin rond te kijken. Hij is een ouderwetse handwerksman. Hij lijkt enorm op Stéphane, niet op hoe ik hem speel, maar op de Stéphane uit het scenario. Dit is zijn kijk op de wereld.”