Eisen aan Moskou

Polen verdient op de topontmoeting van de politieke leiders van de Europese Unie en Rusland, morgen in Helsinki, meer steun van de EU-collega’s dan het in zijn conflict met Moskou tot nu toe kreeg. Het land sprak twee weken geleden een veto uit tegen Europese onderhandelingen met Rusland over een nieuw samenwerkingsverdrag voor handel en energie. Met dat veto, altijd een ingrijpend instrument, heeft Warschau zich niet populair gemaakt bij sommige EU-lidstaten. Want Rusland is machtig: het beschikt over olie en gas. Zo’n land kan men beter te vriend houden – en dat is nu net wat de Polen niet deden.

Aan de gramschap van Polen ligt een kostbaar Russisch importverbod op Pools vlees ten grondslag. Een flink deel van het Poolse ongenoegen wordt ook veroorzaakt door een akkoord over een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Die moet in de Oostzee komen te liggen, gaat dus om Polen heen en stelt Rusland in de staat om, zonder Duitsland te treffen, de gaskraan naar Polen dicht te draaien. Zoals Moskou dat begin dit jaar deed met een deelstaat van de voormalige Sovjet-Unie, Oekraïne.

Historisch weet Polen wat het betekent om ingeklemd te liggen tussen machtige buurlanden. Het heeft met lede ogen moeten aanzien hoe Duitsland en Rusland een voor Polen ongunstig pijpleidingakkoord sloten. Nu heeft het, op zijn eigen wijze en ietwat onbeholpen, aan de alarmbel getrokken. Overleg over het veto, steun zoeken bij andere EU-lidstaten – kortom, diplomatie bedrijven – was er aanvankelijk niet bij. Waardoor Warschau geïsoleerd kwam te staan. Het is onhandig, maar daarmee is niet gezegd dat de Polen ongelijk hebben.

Moskou moet eerst maar eens bewijzen van goede wil tonen. In een zalvend en vaag betoog liet de Russische president Poetin gisteren op de opiniepagina’s van een aantal Europese kranten, waaronder NRC Handelsblad, weten dat de EU en Rusland aan een „gemeenschappelijke toekomst als partners en bondgenoten” kunnen bouwen. Mooie woorden, maar wat zijn die waard als hij naar believen aan de gaskraan kan draaien en EU-lidstaten als het zo uitkomt met handelsembargo’s treft; zie het importverbod op Pools vlees.

Bewijzen van samenwerking tussen de EU en Rusland, op tal van gebieden maar vooral economische, worden dagelijks geleverd; er is intensief wederzijds handelsverkeer. Maar een officiële Rusland-politiek van Brussel kan niet voorbijgaan aan de eisen en wensen van belangrijke EU-leden als Polen. De voormalige Oostblokstaten hebben reden achterdochtig te zijn ten opzichte van Rusland. Poetins energiepolitiek is een genadeloos machtsspel. De EU hoeft daar niet kritiekloos voor te vallen. Ze is economisch machtig genoeg om eisen aan Moskou te stellen en voorwaarden te verbinden aan nieuwe handels- en energieakkoorden. Eensgezindheid helpt de Russische stoomwals te pareren.